Caesar en Brutus zijn tweekoppig monster

Auteur Peter Verhelst maakte geen bewerking van Shakespeare, maar een geheel eigen tekst.

Karin Veraart

Het zaallicht blijft lang aan, en gaat op den duur pijn doen aan je ogen terwijl je probeert de donkere figuren op het toneel scherp te krijgen. Daar waar zij zijn, in de verte, rommelt het, een geluid dat steeds prominenter wordt, en angstaanjagender. Als het licht zich eindelijk verplaatst naar de scène, zien we in eerste instantie twee mannen die vanaf het middel naar beneden aan elkaar vastgeklonken lijken: een tweekoppig monster.

Maar ze kunnen wel degelijk los van elkaar opereren, zo blijkt al snel. Het zijn Caesar en Brutus. Caesar begint te oreren. Beheerst maar beslist. Koud. Zonder stemverheffingen, zonder opzwepend handgebaar. Brutus luistert devoot, geeft soms antwoord op een vraag. Is onderdanig. Maar hoe lang nog? Iets in zijn houding verraadt opstand. Beide mannen zijn doodeng, elk op hun eigen manier.

De Vlaamse auteur Peter Verhelst levert met deze Julius Caesar het indrukwekkende tweede deel af van zijn trilogie over macht en eenzaamheid; LEX, over Alexander de Grote, ging hieraan vooraf.

Wie een bewerking van Shakespeare verwacht, zit ernaast; Verhelst maakte een heel eigen stuk. Er is een Caesar en er is een Brutus, ja, er zijn details te herleiden tot het bestaan van de getalenteerde en machtsbeluste generaal uit Rome. Maar de woorden die deze Caesar spreekt, zouden afkomstig kunnen zijn van iedere populistische, (potentieel) gevaarlijke politiek leider denkbaar, van Hitler tot Mao of Stalin tot hedendaagse westerse politici met een zeker retorisch talent.

De tekst is ogenschijnlijk eenvoudig, maar treft doel, ook door de vele herhalingen die Verhelst zijn ‘Leider’ in de mond legt. ‘Altijd fatsoenlijk zijn./ Altijd gehoorzamen aan wat goed is./ Een mens heeft nood aan hulp van iemand anders./ Een mens komt niet op eigen kracht tot het goede.’

De regie, van Verhelst zelf, is al even consequent en streng. De personages komen niet buiten een donker speelvlak van pakweg vier vierkante meter. De gebaren zijn gestileerd, choreografisch bijna. De woorden gewogen, kil en met grote precisie uitgesproken.

Aus Greidanus jr. is een sterke Caesar, ingehouden maar met een smeulend vuur in zijn binnenste; af en toe maakt hij een heftig ademend geluid, als een dreigende vulkaan die stoom uitstoot.

Kristof van Boven als Brutus is griezelig met zijn dociele gedrag dat vooral vorm krijgt in subtiele maar veelzeggende gelaatsuitdrukkingen, half geloken ogen, een vileine glimlach.

Bijfiguren – een personage dat wordt aangeduid als TrouwEerenVolk (Paul Slangen), een kleine jongen die een doedelzak bespeelt en een vrouw die vanaf de zijkant schetsen maakt – houden zich voornamelijk op in de schaduw van het tafereel maar versterken elk de beklemmende sfeer.

En dan is deze NTGent-productie al met al een indringend geheel dat je, met die fraai uitgewerkte genadeloze tijdloosheid van zijn thema, geïmponeerd achterlaat.

Meer over