BZN

Sinds dit weekend bestaat BZN niet meer. Tussen de BN’ers die bij het afscheid van de band iets mochten zeggen, zaten ook Jan Peter Balkenende en de minister van OCW, Ronald Plasterk....

Martin Bril

Tsja.

Nog los van de vraag of, pak hem beet, de Rolling Stones misschien iets succesvoller zijn geweest, door alle tijden heen gemeten, of de Beatles, of desnoods de Golden Earring, is dit weer zo’n typische Balkenende-uitspraak waar de nietszeggendheid vanaf spat. ‘Een fantastisch resultaat.’ ‘Een enorm compliment.’ Exact dezelfde formuleringen gebruikt de premier als hij ergens in het land een bedrijf bezoekt dat met succes vier verstandelijk gehandicapten in dienst heeft.

De minister van Onderwijs en Cultuur hield het gelukkig korter: ‘Bedankt voor jullie bijdrage aan de Nederlandse popmuziek.’ Een mededeling waar hij zich geen buil aan kon vallen. Maar zou Plasterk ooit een plaatje van BZN hebben gekocht of zich zelfs maar voor de geest kunnen halen hoe de muziek van BZN klonk?

Ik denk het niet.

Over Nederlandse popmuziek gesproken: ik heb BZN één keer zien spelen. Het was de eerste keer dat ik überhaupt een bandje live in actie zag. Het was aan het begin van de jaren zeventig. Ik was een jaar of 13 en zat op het Ichtus-college in Drachten, zo’n enorme scholengemeenschap in een moderne blokkendoos, aan de rand van de bebouwde kom. Het was de tijd van Radar Love van Golden Earring, maar ook BZN had een hitje: Rolling Around The Bend. Andere hits uit die tijd: Crazy Horses van de Osmonds, We were all wounded at Wounded Knee van Redbone en Cum on, Feel the noize, van Slade.

Op het jaarlijkse schoolfeest kwam BZN spelen. Het waren vier jongens met lang blond haar en spijkerpakken. Ze speelden een milde vorm van hardrock, maar wel met een angstaanjagend volume. De zanger was een Veerman, en Jantje Keijzer, die later de voorman zou worden, zat achter het drumstel. Het enige dat ik me van het optreden herinner, is dat het diepe indruk maakte. Vier vrijgevochten rauwdouwers op het podium in de aula van mijn christelijke school, het was me in één klap duidelijk dat de rock’-n-roll een uitweg uit de benauwenis van het burgerlijke leven was. Je liet je haar groeien, je leerde gitaar spelen, je trok een oud spijkerpak aan, en je was in business.

Later dat jaar zag ik mijn tweede band: Focus. Die speelde in Maartenswoude, een inrichting voor gehandicapten. Een dokter die daar werkte, woonde naast mijn ouders. Hij en zijn vrouw hadden op zolder een enorme verzameling Candy’s en Chicks. Ik mocht daar wel eens in grasduinen, en toen Focus kwam, regelde de buurman dat ik mee kon naar het optreden. De band van Thijs van Leer en Jan Akkerman had net een hit met Hocus Pocus.

Het optreden van Focus maakte nog diepere indruk, maar dat kwam vooral door de tientallen verpleegsters die in katzwijm vielen. Niet alleen was popmuziek dus een snelle weg om je milieu te ontvluchten, je deed het ook nog eens goed bij de meisjes. Die combinatie sprak me zo aan dat ik onmiddellijk ging sparen voor een gitaar. Ik heb daar nooit op leren spelen, maar voor de rest: BZN, bedankt.

Meer over