postuum

Bunny Wailer (1947-2021), medeoprichter van Bob Marley en de Wailers

Bunny Wailer in 2014. Beeld NurPhoto/Getty Images
Bunny Wailer in 2014.Beeld NurPhoto/Getty Images

Waarom medeoprichters Bunny Wailer en Peter Tosh in 1974 zomaar uit The Wailers stapten, terwijl de reggaeband van frontman Bob Marley net op weg was naar wereldfaam?

Als officiële reden gaven ze op dat de tournees onverenigbaar waren met hun Rastafari-geloof, maar er was meer aan de hand. Ze hadden The Wailers in 1963 sámen opgericht, maar het ging steeds meer om Bob draaien.

Jamaica

Na Marley (1981) en Tosh (1987) is nu ook Bunny overleden, de laatste Wailer van het eerste uur. Na een beroerte in 2018 kreeg hij er in juli 2020 nog een. Hij herstelde er niet meer van en stierf dinsdag, 73 jaar oud, in een ziekenhuis in Kingston, Jamaica.

Bob Marley en Bunny Wailer (echte naam: Neville Livingston) speelden als kleuters al samen op straat in Nine Mile. Ze waren zowat broertjes.

In The Wailers was Bunny percussionist, maar hij had ook een prachtige zangstem. In 1964 braken ze door in Jamaica met de ska-hit Simmer Down, opgenomen met The Skatalites.

De pittige ska-groep werd een coole reggaeband en tekende een contract bij Island Records, waar producer Chris Blackwell hun potentie zag, mits het bandgeluid met wat rockelementen toegankelijk werd gemaakt voor een internationaal publiek. Marley was daar voor in maar Tosh en Wailer baalden ervan, zeker toen Marley in zijn eentje naar Londen vloog om met Blackwell de opgenomen songs commercieel op te poetsen.

Met het Island-debuutalbum Catch a Fire (1973), de single Stir It Up en een succesvolle Britse tournee begon de aanloop naar wereldfaam, maar Tosh en Wailer waren al aan het afhaken. Aan het tweede Island-album Burnin’ (met de klassiekers Get Up, Stand Up en I Shot The Sheriff) werkten ze nog mee, maar daarna sprongen ze van boord. Marley werd zonder zijn oude maten een wereldster.

Bunny ging solo met het prachtige roots reggae-album Blackheart Man (1976). Daarop stond ook een versie van Dreamland, zijn bewerking van een El Tempos-liedje dat hij in zijn Wailers-jaren al zong en opnam. Het zou zijn lijflied blijven. Eigen hits scoorde hij nooit. Bunny bracht 45 jaar lang het ene na de andere soloalbum uit, vaak amper verkrijgbaar in Europa.

Aan Marley zou hij, de wat bittere breuk ten spijt, loyaal blijven. Marleys werk gaf hem bestaansrecht: zijn bestverkochte soloalbums waren Marley-tributes. Hij kreeg in de jaren negentig zelfs een paar Grammy’s voor zulke eerbetonen, maar zijn hart lag bij roots reggae, spiritueel en van het pure soort. Hij bleef het zingen zolang hij kon.

Meer over