Built On Glass

Chet Faker serveert hij melodieuze blue-eyed soul, gehesen in een modieus, elektronisch glitterjasje

Menno Pot

Met zijn volle baard en snor lijkt de Australiër Nicholas Murphy (24) op een folkie, maar nee: als Chet Faker serveert hij melodieuze blue-eyed soul, gehesen in een modieus, elektronisch glitterjasje zodat een eigenzinnig soort indie-r&b ontstaat. Built On Glass is zijn debuutalbum, nadat eerder een coverversie van Blackstreets No Diggity en een reeks coproducties met elektronicaman Flume de aandacht hadden gevestigd op de crooner uit Melbourne.

De eerste helft van het album is bijzonder sterk: Talk Is Cheap en Melt zijn goed geschreven songs, gezongen met veel gevoel voor jazz. De elektronische onderstroom roept James Blake in herinnering, maar dan minder esoterisch, met meer soul en afwisseling in sfeer. Sterk is ook Dead Body, waarmee de plaat afsluit. Terwijl Murphy getergd een r&b-ballad zingt, vechten verkreukelde beats en een elektrische gitaarsolo op de achtergrond om aandacht.

Dergelijke knappe creaties stemmen je mild tijdens de zwakkere stukken in de tweede helft. Juist de nummers die rondjes blijven draaien rond één melodieus idee (1998, Cigarettes & Loneliness) duren het langst en dan kun je dus flauwe grappen maken als meteen daarna een opnieuw te lang lied volgt dat Lesson In Patience heet. Begin mei is Chet Faker live te zien in Nederland; op het bevrijdingsfestival in Groningen zelfs helemaal gratis.

Meer over