Bugatti boven water

Waargebeurde moord in Locarno vertrekpunt van boeiende debuutroman

Ook het nette, aangeharkte Zwitserland blijft niet verschoond van zinloos geweld. Tijdens het carnaval van 2008 in Locarno werd Damiano Tamagni, 22 jaar, zo ernstig mishandeld door drie jongens dat hij kort daarop overleed. Deze laffe moord wekte zo veel verontwaardiging en woede dat een groep duikers in het naburige Ascona besloot een daad te stellen: het bergen van een legendarisch autowrak, dat sinds 72 jaar op de bodem van het Lago Maggiore lag en waarvan werd vermoed dat het een Bugatti was. Tevens werd er een stichting in het leven geroepen ter bestrijding van zinloos geweld. In de zomer van 2009 werd het wrak uit het water getild; het was een Bugatti Brescia type 22 uit het jaar 1925.

Deze feiten vormen het patroon, waarop de Duitse schrijfster Dea Loher (1964), die naam maakte als auteur van toneelstukken, haar lezenswaardige debuutroman Bugatti boven water borduurde. Het bijzondere van deze roman is dat hij uiteenvalt in drie delen die elk hun eigen stijl en toon hebben. Het eerste deel heeft de vorm van een dagboek, zogenaamd honderd jaar geleden geschreven door Rembrandt Bugatti, de jongere broer van de befaamde autoconstructeur Ettore Bugatti. Deze broer was beeldhouwer, depressief en pleegde in 1916 zelfmoord. Dit heeft weinig te maken met de volgende delen, behalve dan dat in alle delen het verlies van een naaste een rol speelt.

In het tweede deel beschrijft Loher uitvoerig wat er tijdens het nachtelijke carnavalsfeest in Locarno is gebeurd. Voor dit deel koos ze de zakelijke stijl van een politierapport, waarin de misdaad wordt gereconstrueerd en de verklaringen van verdachten en getuigen staan opgetekend. Uit deze verklaringen, vaak tegenstrijdig en onvolledig, blijkt hoe absurd en onbegrijpelijk deze moord was. Drie jongemannen mengden zich in een ruzie, waarvan ze de oorzaak niet kenden en mishandelden een student die poogde te bemiddelen en die ze evenmin kenden. Toen deze voor dood op straat lag, gingen zij verder met feestvieren. De student stierf korte tijd later aan een hersenbloeding.

Het derde en grootste deel speelt zich af in het stadje Ascona. In dit deel hanteert Loher een meer literaire stijl en met Jordi heeft ze een interessant hoofdpersonage geschapen. Deze Jordi is beroepsduiker en heeft een onderneming voor onderwaterwerkzaamheden. De dood van de student heeft hem diep getroffen en hij besluit tegenover het kwaad dat is geschied iets positiefs te stellen; 'iets goedaardigs en moois wat de kracht had een deel van de gewelddadige daad door zijn glans te overtreffen'. Hij zal het geheimzinnige autowrak op de bodem van het Lago Maggiore, waarover al jarenlang verhalen en geruchten de ronde doen, gaan bergen.

En zo begint een langere zoektocht naar de oorsprong van het wrak; hoe is het daar op 52 meter diepte terechtgekomen en is het werkelijk een Bugatti? Jordi gaat daarbij ook op zoek naar zichzelf, naar de zin van zijn leven. Hij is geen zelfbewuste held, eerder een sensibele eenling die zich bekommert om de vader van de vermoorde student en zijn eigen familie. Zijn zieke vader sterft, hij verzorgt zijn aan drugs verslaafde broer en brengt de familie weer bijeen. En hij moet het hoofd bieden aan een zware tegenslag bij de berging.

Maar uiteindelijk zal een oude Bugatti-kenner hem alles vertellen over de geniale uitvinder en constructeur Ettore Bugatti en de autocoureur René Dreyfus, de oorspronkelijke bezitter van de raceauto. Dit is het boeiendste deel van de roman, die eindigt met het op de oeverpromenade zetten van de zwaarbeschadigde, maar nog altijd herkenbare Bugatti.

Uit het Duits vertaald door Nelleke van Maaren

undefined

Meer over