Bruut geweld op steriele muren

Tussen de overweldigende hoeveelheid beelden op Paris Photo trekt werk van geëngageerde makers de aandacht.

Arno Haijtema
Een van de zelfportretten van Centraal-Afrikaan Samuel Fosso. Beeld Galerie Jean Marc Patras
Een van de zelfportretten van Centraal-Afrikaan Samuel Fosso.Beeld Galerie Jean Marc Patras

De belangrijkste jaarlijkse fotobeurs kent vele gezichten. Loop langs de bijna 150 galeriestands in het Parijse Grand Palais en al snel duizelt het je van stijlen, technieken, formaten en onderwerpen.

Paris Photo is er voor de collectioneur van de vroegste zeegezichten (rond 1855) van Gustave Le Gray tot de nieuwe, reusachtige interieurs van de Hermitage door de Düsseldorfer Schule-adept Candida Höfer. Van kitsch tot experiment. Van portret tot landschap. Van introspectief tot uitbundig masculien erotisch. Het verbaast niet dat Paris Photo - hoofdsponsor: private bank JP Morgan - vooral draait om handel. Des te verrassender dat menig galerie ook royaal ruimte biedt aan maatschappelijk betrokken fotografen.

Dat de turbulentie van geweld de steriele muren van Paris Photo bereikt, is het best te constateren bij de Parijse galerie Jean-Marc Patras, waar Samuel Fosso uit de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn zelfportretten exposeert. Vertrapt en gekreukeld zijn sommige, en aan de randen geschroeid bij een poging tot brandstichting.

Christelijke hooligans trokken in 2014 door zijn moslimwijk. Na afloop lag zijn levenswerk van dertig jaar als vuilnis op straat - en werd ternauwernood gered. Fosso levert mild-ironisch maatschappelijk commentaar, verkleed als Mao, Malcolm X of bourgeois-westerling, tegen de achtergrond van utopische, uitbundige en kleurige decors. Niet het soort vrijdenkerij waarin godsdienstfanaten inspiratie vinden.

Gouden standaard

Meer vuur en confrontatie is er bij de Griek Panos Tsagaris. De kunstenaar exposeert bij de Atheense Kalfayan Galleries, de meest spartaanse stand op de beurs; tafeltje, klapstoeltjes, geen vloerbedekking op het beton. Tsagaris vergrootte voor een drieluik de voorpagina's van The New York Times waarop wordt bericht over de rellen van Grieken tegen de bezuinigingen.

Alle tekst op de krantenpagina's is afgedekt met goudverf; zo refereert Tsagaris aan kredietwaardigheid, waarvan Griekenland nog verder is verwijderd dan de andere eurolanden die zich evenmin iets aantrekken van de gouden standaard, ooit de basis van het monetaire stelsel. Tussen de kolommen zetten de infernale foto's de toeschouwer aan het denken over de relatie tussen begrotingstekorten en veldslagen - alsook hoe hij zich daartoe moet verhouden.

Relatief veel Chinese fotografen reflecteren over de economische revolutie in hun land. Zo werkt Du Zhenjun, uit Shanghai, al enkele jaren aan zijn op de Toren van Babel geïnspireerde serie fotocollages met de exponentiële groei van megapolen als thema. Zijn torens zijn samengesteld uit ontelbare gestapelde wolkenkrabbers die reiken tot in de hemel, de metershoge collages zijn overdonderend. In de wetenschap hoe het met de eerste Toren van Babel is afgelopen, gevoegd bij de wankele staat van de Chinese economie, houdt de toeschouwer zijn hart vast.

Betonjungles

Net zo apocalyptisch is de meer documentaire serie van Zhang Kechun over de Gele Rivier. Langs de oevers worden steden opgetrokken, industrieterreinen ingericht en hengelen onverbeterlijke oudjes de laatste vissen uit het water. Vervreemd en verloren moeten de oudere Chinezen zich voelen in de betonjungles van hun land, maar mochten zij terugverlangen naar vroeger tijden, dan is bijvoorbeeld het werk van de voormalige legerfotograaf Cai Dongdong mooi antidotum.

Die incorporeert in zijn werk propagandafoto's uit Mao's troebele gloriejaren en voorziet ze van hedendaags commentaar. Zoals de foto van een liggende vrouwelijke en een mannelijke soldaat van het Rode Leger, het geweer gericht op een vijandig doel buiten beeld. Cai plaatste een spiegel loodrecht op de wand naast de foto, waardoor het lijkt of het strijdlustige stel zichzelf te grazen neemt. Zo eet ook deze revolutie haar eigen kinderen op.

Het kleurrijkste en meer aangrijpende werk is van de Chinees Liu Bolin. In de week na de terreur tegen Charlie Hebdo in januari was hij in Parijs en reageerde aldus: hij verzamelde honderden covers van het satirische weekblad en plaatste er twaalf personen voor, die de twaalf dodelijke slachtoffers belichamen. De achtergrond van covers schilderde hij op hun lijf en gezicht over, zodat mens en blad een geheel vormen. Goed kijken, dan zie je meer.

Werk van Du Zhenjun uit de serie The Tower of Babel. Beeld Du Zhenjun
Werk van Du Zhenjun uit de serie The Tower of Babel.Beeld Du Zhenjun

Paris Photo, t/m 15 november, Grand Palais, Parijs.

De Chinees Liu Bolin verzamelde honderden covers van Charlie Hebdo. Beeld Galerie Paris-Beijing
De Chinees Liu Bolin verzamelde honderden covers van Charlie Hebdo.Beeld Galerie Paris-Beijing
Meer over