Brutale held Fela Kuti tartte de machthebbers

De Nigeriaanse popmusicus Fela Anikulapo-Kuti is zaterdag overleden aan aids. Met zijn meeslepende Afro-Beat maakte hij de Afrikaanse pop als eerste bekend in de wereld....

DE KENYAANSE platenverkoper hoefde in 1975 niet lang na te denken om de beste LP met Afrikaanse muziek uit het rek van zijn winkeltje - een vierkante meter groot met en dakje van triplex - te trekken: Fela Kuti and the Africa '70. De naald van zijn pick-up schraapte vervaarlijk over het oppervlak en toen klonk er een zware dreun: International Thief Thief, International Thief Thief.

'Dit lied maakte een multinational belachelijk', zei de haveloze verkoper terwijl hij meewiegde op het stampende ritme. 'Is het niet geweldig?' Dat bedrijf was de telecommunicatiegigant ITT. 'Fela zegt altijd waar het op staat', zei de verkoper en hij zette de naald met een kras op een ander nummer: Lady. 'Dit gaat over die verwesterde meiden die de Afrikaanse cultuur verloochenen. Dat is heel slecht.'

En toen kwam het klapstuk van de aanprijzing: de hoes. Fela zat in zijn onderbroek met om hem heen een wijde kring vrouwen met blote borsten. 'Wie durft dat in Afrika? En hij heeft al die vrouwen getrouwd.' Er was geen twijfel mogelijk, de koop werd beklonken.

Fela Kuti was een held voor een generatie jonge Afrikaanse mannen. Nigeria lag aan de andere kant van het continent voor de Kenyanen, maar dat deed er niet toe. Hij gedroeg zich zoals zij zouden willen: onafhankelijk, recalcitrant, brutaal en macho.

Fela (1938) was de eerste Afrikaanse musicus die bijtend politiek protest liet horen. Voor hem zongen de Afrikaanse popmusici over alledaagse dingen of verheerlijkten de machthebbers. Tegelijkertijd vond hij een nieuwe muzikale stroming uit, een mengeling van de West-Afrikaanse highlife en Amerikaanse soul en jazz.

De jazz had hij opgepikt in Groot-Brittannië. In 1959 stuurde zijn welgestelde familie hem naar Oxford om medicijnen te sturen, hij ging naar een conservatorium. In Londen leerde hij jazzmusici kennen en leidde zijn eigen band, de Koola Lobitos. In 1963 keerde hij terug naar Nigeria.

Zijn radicale politieke stellingname had vorm gekregen tijdens een tournee door de Verenigde Staten in 1969. In Los Angeles kwam hij contact met militanten van de Black Panther Party. Van toen af aan was het black power in zijn muziek, steeds weer op het meeslepende ritme van de Afro-Beat.

Fela bracht zijn boodschap met muzikaal machtsvertoon, bij voorkeur met een koor van twintig zangeressen die ook nog over het podium wervelden, zoveel percussie als hij kon vinden en met hemzelf aan het hoofd, scheurend op zijn geliefde saxofoon, rammend achter een toetseninstrument en als zanger van zijn sarcastische teksten.

De militaire leiders die de Nigeriaanse geschiedenis na de onafhankelijkheid beheersten, hadden de pest aan hem. Hij beschimpte hen als nietsnutten, zakkenvullers en collaborateurs met het imperialisme. In Why Blackmen Dey Suffer legde hij het haarfijn uit: de zwarten van Afrika lijden door de uitbuiting van het Westen en de zwarte handlangers in de regeringen.

Het ergste voor de junta's was Fela's populariteit. Hij was gevaarlijker dan alle politici van de oppositie bij elkaar. Fela vestigde een mini-republiekje in de wijk Ikeja van Lagos. Hij leefde er in een commune met zijn bandleden en 27 vrouwen, die hij in één keer in een traditionele ceremonie had gehuwd. Hij had er zijn eigen podium, eerst de Afro-Spot geheten, later The Shrine (het altaar). Het zag er altijd blauw van de marihuanarook.

In 1977 vond de toenmalige militaire leider, generaal Obasanjo, het genoeg. Fela had hem voor gek gezet door te weigeren deel te nemen aan het grote pan-Afrikaanse Culturele Festival in Lagos. Het leger viel Fela's 'Kalakuta Republiek' met grof geweld binnen. Zijn moeder raakte ernstig gewond en stierf zes maanden later. Fela zelf belandde in het ziekenhuis. Zodra hij was genezen, ging hij in ballingschap in Ghana. In 1979 keerde Fela terug, stelde zich kandidaat bij de verkiezingen maar mocht niet meedoen.

In 1985 werd Fela (die zijn naam Ransome-Kuti had gewijzigd in Anikulapo-Kuti) opgepakt wegens drugsbezit. Hij zat 15 maanden in de cel. Hoewel hij na zijn vrijlating weigerde iets van zijn radicale standpunten terug te nemen, was het oude vuur gaan flakkeren. De onophoudelijke politie-invallen, de laatste in februari dit jaar, eisten hun tol. De muzikale hoogtijdagen, begin jaren tachtig met de platen Black President en Underground System, waren voorbij.

Zijn zoon Femi zette de muzikale carrière van zijn vader voort. Fela's broer Beko Ransome-Kuti werd een vooraanstaand leider van de politieke oppositie en zit sinds 1995 gevangen. Fela worstelde ondertussen met aids. Zaterdag bezweek hij aan de ziekte.

Wim Bossema

Meer over