Brussel bruist met nieuw kunstcentrum

ZOO~ is de openingsexpositie van De Elektriciteitscentrale, centrum voor hedendaagse kunst in Brussel. Niet langer is de Belgische hoofdstad ‘maagd van de hedendaagse kunst’....

Bart Dirks

Bij de verscholen ingang staan twee knalrode poedels van ruim drie meter hoog. Om de hoek, in een voormalige winkeletalage, zien passanten tot hun verbazing hoe een opgezette ijsbeer wellustig wordt bereden door een bruine teddybeer van twee meter hoog.

Of de Big red poodles (2003) van William Sweetlove en de Bipolar perversion (2001) van Pascal Bernier plat effectbejag of hogere kunst zijn, mogen de voorbijgangers zelf beslissen. Feit is dat ze met succes de aandacht trekken voor ZOO~, een expositie over het ‘artistieke dier in al zijn staten’. Het is de openingstentoonstelling van het spiksplinternieuwe centrum voor eigentijdse kunst te Brussel.

De Belgische hoofdstad is, om Jacques Brel van repliek te dienen, nog altijd een bruisende stad. Jonge kunstenaars wonen en werken er graag, omdat Brussel een internationaal knooppunt is, centraal gelegen tussen Parijs, Londen, Keulen en Amsterdam. Bovendien blijven er tussen de chique paleizen die Leopold II er liet neerzetten en de fraaie art nouveau-panden meer dan voldoende rafelranden over. Daardoor zijn er nog betaalbare ateliers te vinden.

Maar een vaste plek waar het publiek eigentijdse kunst kan zien, ontbrak tot nu toe in de hoofdstad van Europa. Brussel wordt daarom wel eens pesterig ‘de maagd van de hedendaagse kunst’ genoemd.

Daar komt verandering in. In de oude brouwerij van Brussel/Vorst opent in 2007 het kunstcentrum Wiels, een publiek-privaat initiatief. Nu al is er op het Sint-Kathelijneplein, verscholen tussen een oude kerktoren en een Ibis-hotel in hartje centrum, De Electriciteitscentrale alias La Centrale Électrique. In deze officieel tweetalige stad koos de nieuwe instelling, die valt onder de gemeentelijke dienst cultuur, als compromis een neutrale en internationale, Engelse ondertitel: European Centre for Contemporary Art.

‘Het was hoog tijd dat we een centrum voor actuele kunst kregen’, stelt Brussels cultuurwethouder Henri Simons bij de opening. ‘We streven naar een centrum waar een breed publiek regelmatig terugkeert. Laagdrempelig, maar wel artistiek verantwoord.’

Brussel stak bijna een miljoen euro in de verbouwing van het pand. Alle muren en plafonds zijn gewit, maar de betonnen vloer, de gehavende wanden en de industriële verlichting houden het oorspronkelijke karakter in ere.

De Elektriciteitscentrale heeft geen vaste collectie. ‘Daar is het toch te klein voor’, aldus wethouder Simons. ‘Maar het is voor bezoekers des te interessanter dat hier gemiddeld vier keer per jaar een andere expositie komt.’

Openingstentoonstelling ZOO~ laat het dier in al zijn facetten en kunstvormen zien. Foto’s, videokunst, sculpturen, schilderijen: geen hoek of muur is leeg gebleven voor het werk van dertig kunstenaars uit België en over de grens. Centraal in de grootste ruimte, negen meter hoog, liggen vier opgezette paarden in verwrongen poses op de betonnen grond, op stalen tafels en op schragen. In Flanders Fields heet het werk, een verwijzing naar een gedicht en naar het gelijknamige museum in Ieper, gewijd aan de Eerste Wereldoorlog. De paarden van Berlinde de Bruyckere uit 2000 waren daar ook al eerder te zien.

Choquerend? Eerder vervreemdend, omdat ook de hoeven, mond en ogen van de dierlijke oorlogsslachtoffers met harige paardenhuid zijn overtrokken.

Veel gruwelijker is de video Le chat qui dort (De kat die slaapt, 2002) uit de reeks ‘Kleine tafereeltjes uit het leven van alledag’. Joël Bartoloméo filmde een op het eerste oog schattig meisje dat een kat hard schreeuwend en meppend verplicht te slapen in een kinderbedje. Het huisdier is te angstig om zich uit de benen te maken.

Toch ligt ZOO~ niet zwaar op de hand. Eerder domineert de humor, zoals bij de parende ijs- en teddybeer. ‘Iedereen moet dit aanspreken’, zegt directrice Pascale Salesse van de Elektriciteitscentrale. ‘Er ligt geen onoverbrugbare afgrond tussen de hedendaagse kunst en het grote publiek. Dat willen we bewijzen.’

Meer over