Broers in Barcelona

De Spaanse dichter en literatuurcriticus Carlos Zanón (47) breekt internationaal door met een harde, ongewone thriller

De wijk. Net als in het oerwoud leer je niet alleen de geluiden maar ook de stiltes kennen die onheil aankondigen. Onrust in de lucht, of apathie. 'Als een zwarte engel van het geheugen echoot bijna alles wat er verteld wordt, of wat er gebeurt, na op de muren van de wijk.'

Verveelde jongeren, blank, geel of zwart, en ouderen die ook bedrogen uitgekomen zijn. Clichés als tolerantie, culturele diversiteit en rassenvermenging doen het goed in krantenartikelen, in liedjes, in redevoeringen van politici, die aan de bewoners voorbijgaan.

Rond de wijk kwamen de musea, en chique restaurants. De slimmeriken komen soms even in de wijk kijken en drinken, doen een paar uur of ze hier thuishoren, in deze smeltkroes van mensen, waarin de boel is samengeperst, met vergoedingen voor invaliden, voor werklozen, voor ouders die de clitoris van hun dochter niet verminken en andere zaken om oude en nieuwe bewoners te sussen. Zodat alles wordt vergeven en vergeten. 'Alles, behalve het verlangen te ontsnappen, het fascinerende idee even de held van de film te zijn.'

De Spaanse dichter, schrijver en literatuurcriticus Carlos Zanón weet hoe hij een wijk hetzelfde harde en wanhopige gezicht moet geven als zijn personages. Tarde, mal y nunca ('Laat , slecht en nooit') uit 2009 is zijn eerste boek dat in het Engels is vertaald (The Barcelona Brothers) en nu in het Nederlands verschijnt onder de titel Broers in Barcelona. Een boek dat een inkijk biedt in uitzichtloosheid, om niet snel te vergeten.

Een wijk in Barcelona. Niet het Barcelona van de toeristen, begerig om wat cultuur en tapas tot zich te nemen. In die delen van de stad zou je niet het volgende beleven: een café, heel vroeg in de ochtend, nog voor zevenen. Salva, de kroegbaas, worstelt met de afstandsbediening van het plasmascherm. Tanveer Hussein, de Moor, aan de bar, glas cognac, turbulente nacht gehad met Epi, die het toilet binnengaat met een sporttas.

Epi is de jongere broer van Alex Dalmau, die thuis geen sigaretten en koffie meer had en nu denkt: Tanveer en Epi, dat kan alleen maar rottigheid worden. Een Pakistaan komt binnen, grijnst zijn zes tanden bloot, loopt naar de wc - weer zo'n kansloze buitenlander.

Epi kan zich niet meer inhouden, gaat het café in, staat achter de Moor en slaat toe met een hamer. Tanveer probeert weg te kruipen, maar krijgt de hamer op zijn voorhoofd. De Pakistaan holt weg. Madonna is op MTV, iets moois om naar te kijken als er een kerel op de grond ligt wiens bloed en hersenen uit zijn schedel sijpelen. Alex denkt: we geven de Pakistaan de schuld. De stervende Tanveer laat zijn pis lopen, hoort Madonna, kent haar niet, in zijn verbeelding plast ze over hem heen.

Vanaf hier botst het verhaal tussen heden en verleden van de personages, levens die het niet meer waard lijken geleefd te worden. Soms was er vroeger een glimp, nu is er soms nog de hoop, op een bij nader inzien godvergeten, niet te verwezenlijken droom.

Neem de broers. Epi is in de twintig. Zijn droom is Tiffany Brisette, het meisje met de blauw getatoeëerde wenkbrauwen dat zich met geweld door Tanveer laat neuken en een machtsspel denkt te spelen. Alex, schizofreen, probeert over Epi te waken, maar ziet schimmen als hij zijn medicijnen niet neemt.

Zanón volgt al zijn personages in hun onvermogen, hulpeloosheid en slechtheid. Zijn confronterende schrijfstijl leidt tot een plot - of is het een non-plot? - in dit opmerkelijke, harde verhaal, waarin niemand ontsnapt of zelfs maar even de held van de film is.

Meer over