Briljante bedrieger

Hoe krijgt een twintiger het voor elkaar om als ‘president’ van een bedrieglijke charitasclub hoogwaardigheidsbekleders om zijn vinger te winden, honderdduizenden guldens binnen te halen en een duur stoomjacht te kopen om samen met familie en vrienden het vaderland te ontvluchten voor het aanzwellende communisme?...

Traa viel van de ene verbazing in de andere. Robert Lombert (1923) moet als jongetje al de symptomen hebben gehad van pseudologica fantastica, een ziekelijke neiging tot fantaseren die gepaard kan gaan met hoogmoed en megalomanie. Maar pas als hij in 1954 wegens oplichting voor de rechtbank verschijnt, wordt zijn stoornis benoemd.

De dubieuze carrière van de man zonder opleiding begint kort na de Tweede Wereldoorlog als hij een bureau leidt dat reispassen regelt voor repatriërende landgenoten. Zo komt hij in contact met een vertegenwoordiger van de paus en rijdt hij in priestergewaad door het land in een ‘pauselijke’ auto. Lombert liegt zich een weg omhoog, tot vlak bij premier Beel, steeds onder het mom van liefdadigheid en bezorgdheid over het dreigende communisme. Dat laatste wordt in de vroege jaren vijftig breed gevoeld, en dat verklaart ook de neiging van Lomberts supporters om hem blindelings te volgen. Met geld van een notaris koopt hij een jacht om met zijn aanhang een nieuw bestaan op te bouwen in Zuid-Afrika. Ze zullen daar nooit arriveren. Het gezelschap valt uiteen, de mini-exodus mislukt, Robert wordt veroordeeld tot tweeënhalf jaar cel en tbs. Einde van een mooi verhaal. Jammer alleen dat belangrijke potentiële bronnen niet thuis gaven en Traa veel vragen onbeantwoord heeft moeten laten.

Wim Wirtz

Meer over