InterviewBrecht van Hulten

Brecht van Hulten: ‘Mijn dochter zei: ‘Mama, jij lacht nooit.’ Ik ging dóód toen ik dat hoorde’

Brecht van Hulten. Beeld Robin De Puy

Lange tijd heeft presentator Brecht van Hulten nogal saaie interviews gegeven (ja, sorry). Ze was bang iets van zichzelf prijs te geven, bang om te falen. Nu niet meer: ‘Ik laat me niet langer leiden door schaamte en angst.’

Halverwege het gesprek vertelt ze over het interview voor een televisiegids dat ze zo’n tien jaar geleden gaf, toen ze net Felix Meurders had opgevolgd als presentator van het Vara-consumentenprogramma Kassa. ‘Ik kwam trots thuis en zei tegen mijn man: ‘Ik heb helemaal níéts over mezelf verteld, een uur lang alleen maar over het programma gepraat!’’

Een paar dagen later belde de interviewer dat het stuk niet geplaatst zou worden, vanwege ‘te saai’. Brecht van Hulten: ‘Ik vond het prima. Interviews hoorden bij mijn vak, maar ik was altijd als de dood dat ze naar mijn jeugd zouden vragen. Wat moest ik dan antwoorden? Ik zag laatst Inez Weski bij Zomergasten, die ook helemaal niets over haar privéleven wilde vertellen. Dat vindt ze exhibitionistisch. Zo dacht ik er ook over, sinds ik in 2000 als presentator bij het Jeugdjournaal begon.’

Al twintig jaar op tv, maar niemand weet wie je bent. 

‘De stomme mediatrainingen die ik heb gevolgd hielpen daar ook niet bij. Ik kan het iedereen afraden. Mijn mediatrainer zei altijd: ‘Geef geen antwoord op de vraag, vertel je eigen verhaal, laat je niet framen.’ Ik was toen al 40, maar had nog geen idee wie ik echt was. En als zo iemand iets tegen mij zegt, volg ik dat heel consciëntieus op. Dat ben ik gewend van vroeger. Wij werden thuis gedrild: Wat mijn ouders zeiden, had je te doen en anders zwaaide er wat. Dat is voor mij voldoende geweest om een leven lang binnen de lijntjes te lopen. Daarom was ik zo trots na dat interview: Ik had precies gedaan wat die mediatrainer me had opgedragen! Maar nu zie ik natuurlijk ook wel in dat het oersaai was.’

Dat is altijd wel jouw imago geweest: gedegen, maar ook een tikje saai. 

‘Ik dacht mezelf een plezier te doen door nooit iets over mezelf te vertellen en nooit naar premières te gaan, maar ik ben erachter gekomen dat ik mezelf daarmee ook veel onthouden heb. Mensen die me niet kennen, denken dat ik kleurloos ben. Daardoor wordt er bij nieuwe klussen ook zelden aan mij gedacht. Mijn agent heeft mijn naam genoemd toen ze hoorde dat SBS 6 De 5 Uur Show ging maken. Zij hadden niet aan mij gedacht. Nee, niemand denkt aan mij. Dat krijg je als je geen profiel hebt.’

Door de telefoon zei je: ‘Vijf jaar geleden had ik nooit ‘ja’ gezegd tegen SBS 6.’ 

‘Omdat ik lang heb vastgezeten in stereotypedenken, en ook wel in vooroordelen. Ik ben altijd heel gevoelig geweest voor wat anderen van me zouden vinden. En tegelijkertijd vertelde ik zo min mogelijk over mezelf. Want als je dat doet, word je gekwetst.’

Brecht van Hulten (50) begon haar carrière achter de schermen bij de KRO in Hilversum, de stad waar ze ook werd geboren. Waar haar vader op de documentatieafdeling werkte en haar moeder radioverslaggever was. Van Hulten wordt redacteur van programma’s als Spijkers met koppen en Spoorloos, tot een collega haar wijst op de screentests die het Jeugdjournaal houdt voor een nieuwe presentator. Een jaar later wint ze de Philip Bloemendal-prijs, als nieuw televisietalent van het jaar. In 2005 maakt ze de overstap naar Goedemorgen Nederland, waar ze de opvolger is van Daphne Bunskoek. Daarna moet ze ‘de nieuwe Maartje van Weegen’ worden als het gezicht van NOS Actueel. Van Hulten presenteert het NOS Journaal, verslaat grote live-gebeurtenissen als Prinsjesdag, Veteranendag, Live Earth en interviewt kroonprins Willem-Alexander en zijn vrouw Máxima.

Maar dan wordt haar man Eric Arends, die ze bij de KRO heeft leren kennen, Italië-correspondent voor de Volkskrant, en gaat Van Hulten mee.

Terug in Nederland wordt ze de opvolger van Felix Meurders bij het populaire Kassa. Nu: ‘Waar ik last van heb gehad, is dat ik altijd iemand opvolgde die zeer succesvol was geweest. Dat is ingewikkeld, als je niet zo stevig in je schoenen staat. Ik hoorde steeds: ‘Daphne deed het anders’, of: ‘Maar Felix deed het zo.’ Daar werd ik onzeker van en uiteindelijk was ik vooral bezig Daphne, Maartje of Felix te worden. Terwijl je je op televisie pas goed kunt handhaven als je zo veel mogelijk jezelf bent. Het televisiewerk heeft versterkt dat ik mezelf steeds meer verloor.’

‘Je kunt beter zo weinig mogelijk over jezelf vertellen, anders word je gekwetst’, zei je net. 

‘Dat gevoel heeft onder meer met mijn basisschooltijd te maken. Ik deed toen heel veel moeite om vriendschappen op te bouwen, maar het lukte me niet. Ik hoorde er gewoon niet bij, zo simpel is het. Als ik dat hardop zeg, emotioneert het me nog steeds. Kennelijk zijn die jaren zo vormend geweest. Ik keek op tegen de populaire meisjes, wilde zijn zoals zij. Naast hen voelde ik me een loser. Pas op mijn 15de sloot ik voor het eerst een vriendschap, met Esther.

‘Dat ik een paar jaar een lerares had die mij niet trok, hielp ook niet. Ik was leergierig, aanwezig, stak altijd mijn vinger op als er een vraag werd gesteld. Ik wilde het zo graag goed doen, maar dat werd niet gewaardeerd.

‘Wat ook niet hielp, was dat ik niet kon meedoen. Als kind en puber zijn er bijvoorbeeld steeds nieuwe rages waar iedereen zich op stort, maar mijn moeder vond dat onzin: ‘Over twee weken ligt het weer in de kast en dan kijk je er niet meer naar om.’ De basisschool werd afgesloten met een disco bij iemand thuis: ik mocht er als enige niet naartoe. Wij hadden tot mijn 10de geen televisie, ik mocht geen gel in mijn haar en ik moest kleren aan die ik lelijk vond. Alles wat een kind nodig heeft om overeind te blijven in een groep, ontbrak bij mij.’

In 2018 maakt Van Hulten een documentaire over de ­wereldberoemde balletdanser Sergei Polunin. Een in ­Oekraïne geboren uitzonderlijk talent, die de jongste eerste solist ooit wordt bij het prestigieuze dansgezelschap The Royal Ballet in Londen. Polunin wordt al snel vergeleken met de legendarische Rudolf Nurejev, maar stopt drie jaar na zijn aantreden plotseling met dansen, onder invloed van drank, drugs en depressies. In 2017 gaat er een film over hem in première, Dancer, en Van Hulten besluit hem ruim een jaar later op te zoeken, regelt dat Polunin kan optreden tijdens festival Lowlands en legt dat vast in de 2Doc-documentaire Dancer op Lowlands.

Presentator Brecht van Hulten was lang bang iets van zichzelf prijs te geven. Beeld Robin De Puy

Jouw man Eric vertelde dat hij jou leerde kennen op een manier die hij zelden had gezien: bezeten. En dat jij iets in Polunin herkende. Het beschadigde, gekwetste kind. 

‘Mijn jongste zus had Dancer gezien en vond dat ik hem ook moest bekijken. Tegen het eind van de film ben ik gaan huilen en dat is heel lang niet opgehouden. Terwijl ik nooit huilde! Ten eerste ben ik gefascineerd door mensen met zo’n extreem talent. 99 procent van de mensen is toch gewoon middelmaat, we rommelen maar wat aan. Hoe is het dan om zo enorm getalenteerd te zijn?

‘Ik was wel verbaasd dat ik zo veel verdriet voelde om een wildvreemde. Het slotnummer van die film, Take Me to Church, heb ik wel duizend keer gedraaid. En elke keer moest ik verschrikkelijk hard huilen. Ik besloot dat ik Polunin wilde zien; inmiddels trad hij af en toe weer op. Maar ik durfde dat niet tegen Eric te vertellen. Wat zou hij ervan denken? Toen ik het eenmaal toch deed, vond hij het prima. Hij wilde zelfs met me mee naar Londen. Het was voor het eerst dat ik dat meemaakte, dat je in vrijheid zoiets mag voelen. Iets waarvoor ik me heel erg schaamde, mocht er gewoon zijn.’

Waar schaamde je je dan precies voor? 

‘Ik ben opgevoed met: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Maar het was niet gewoon dat ik wekenlang zat te huilen om een jongen die ik niet kende. En dat ik naar hem toe wilde. Eric heeft als tiener gedweept met U2. Wat pubers horen te doen: posters aan de muur, sparen voor concerten, echt fan zijn. Daar was bij ons thuis geen ruimte voor. Toen we eindelijk een televisie kregen, mocht ik bijvoorbeeld niet naar Toppop kijken, wat iedereen destijds deed. Mijn vader vond het verderfelijk, al die dansende en zingende mensen. Mijn ouders luisterden klassieke muziek.

‘Uitgaan mocht ik ook niet. Ik heb één keer durven vragen waaróm niet. Ik was het braafste meisje van Hilversum: ik dronk niet, rookte niet, zou op tijd thuiskomen. Maar het antwoord was: ‘Gewoon, dáárom niet.’

‘Onderzoeken en ontdekken wie je bent, hoort bij de puberteit. Maar ik koos de enige weg die voor mij mogelijk was: die van mijn ouders. Ik deed precies wat zij zeiden.’

Waren ze religieus? 

‘Mijn ouders zijn allebei opgegroeid in streng katholieke gezinnen, maar hebben het geloof later wel losgelaten. Achteraf denk ik dat ze niet helemaal waren aangesloten op hun eigen tijd. En dat ze daardoor niet wisten wat ze aan moesten met een puberend, vroegrijp kind. En daarbij speelde het grote geheim dat mijn vader met zich meedroeg. Waardoor hij op eieren liep, en wij dus ook.’

Jouw jeugdvriendin Esther vertelde dat er altijd spanning bij jullie thuis was. 

‘Ik weet niet beter, ja. En dat heeft mij op een bepaalde manier wel uitgewoond. Zo’n explosieve sfeer is slopend, al kun je dat als kind nog niet benoemen. Ik was in die tijd vaak moe en ziek, had regelmatig een maagontsteking. Achteraf weet ik: allemaal stress. Al mijn energie ging zitten in de problemen thuis.’

Op welke manier uitten die spanningen zich? 

‘Het gevoel dat het elk moment kon ontploffen, dat je altijd op je tenen moest lopen. Ik was bang voor het moment dat er iets zou gebeuren. Ik voelde dat mijn vader niet lekker in zijn vel zat, hij dronk regelmatig en kon heel boos worden. Ik was voortdurend bezig de lieve vrede te bewaren, ook als mijn jongere zussen ruziemaakten, zodat mijn vader maar geen aanleiding had om boos te zijn.

‘Momenten dat we met z’n allen waren – vakanties, de feestdagen – vond ik rampzalig. De kerstboom versieren werd altijd ruzie. Als kind denk je dat het door jou komt. Dat is precies wat ik in Sergei Polunin herkende. Zijn moeder was dominant en autoritair. Dat hij aan ballet ging doen, was niet zijn eigen keuze, maar die van haar. En dan gingen zijn ouders ook nog scheiden. In de film zegt hij het letterlijk: ‘Als ik nou maar genoeg mijn best doe, komt het weer goed tussen mijn ouders.’ Dat heb ik ook mijn hele jeugd gedacht: als ik nou maar op tijd alle ruzies tussen mijn zussen en broer sus, als ik zelf nou maar nooit aanleiding geef tot boosheid... Je altijd enorm verantwoordelijk voelen voor álles; zo irritant. En intussen ging ik aan mijn eigen verlangens voorbij. Ik had heel graag de Toneelschool willen doen, maar durfde dat niet eens hardop te zeggen. Omdat de stemmen in mijn hoofd al zeiden: ‘Wie zit er nu op jóú te wachten?’’

Je vader bleek een geheim te hebben.

‘Ik was 21 en het huis al uit toen mijn ouders ons in een weekend bij elkaar riepen. Mijn vader vertelde ons dat hij homo was. En dat hij dat al vanaf zijn 15de wist. Maar durf daar maar eens voor uit te komen, als je opgroeit in een katholiek Brabants gezin met twaalf kinderen. Alle vier vonden we het meteen heel erg voor hem dat hij daar zo lang mee had moeten rondlopen. En allemaal dachten we: had dat gewoon veel eerder verteld.’

Vond je vader daarom Toppop lastig, denk je? 

‘Natuurlijk! Toppop was een en al zelfexpressie, net als de homoscene. Ik vermoed dat hij lang heeft gedacht: Als ik nou maar net doe of het er niet is, verdwijnt het wel.’

Van Hulten is 17 als ze het huis uit ‘vlucht’. ‘Ik ging in Amsterdam studeren en ben eindelijk losgeslagen. Veel uitgaan, veel foute mannen. Toen mijn vader eenmaal uit de kast was, mocht thuis ineens álles. En ging hij alsnog de puberteit beleven die hij als kind had overgeslagen. Kwam ik om 3 uur ’s nachts ineens mijn vader tegen tijdens het uitgaan. Nou, daar zit je echt niet op te wachten.’

Uiteindelijk vermijdt ze contact met haar vader een jaar lang. ‘Ik woonde weliswaar niet meer thuis, maar hoorde bij alles wat ik deed of dacht nog de stem van mijn vader en moeder in mijn hoofd. Als je dan geen orde op zaken stelt, glijd je makkelijk in een depressie. Dus tijdens mijn studententijd ben ik voor het eerst in therapie gegaan.’

Het contact normaliseert als Van Hulten zelf kinderen krijgt. Eerst een dochter, daarna een zoon. ‘Dan doet wat er is gebeurd er ineens niet meer toe en wil je je ouders er gewoon bij hebben.’

Volgens Eric las je de afgelopen jaren alles wat los en vast zat over opvoeden. 

‘Ik had al wel bedacht hoe ik het níét zou doen. Mijn kinderen mogen puberen tot ze een ons wegen, ze mogen naar alle feestjes en aan elke rage meedoen. Álles om erbij te horen. Maar het gekke is: in het begin heb ik toch nog deels opgevoed zoals mijn ouders dat deden. Bij ons werden emoties zelden getoond. Daarom heb ik ook nooit geleerd om ze te herkennen of uiten. Woede, frustratie, verdriet of teleurstelling: het mocht er niet zijn. Alles werd gerationaliseerd: Flink zijn, niet zeuren, pleister erop en doorgaan.

‘Ik herinner me een moment dat mijn dochter Cato belde: ze was op school zo hard gevallen dat ze naar huis wilde komen. Cato is een flinkerd – door mij gedrild natuurlijk. Maar ik hoor mezelf nog vragen: ‘Hoe erg is het? Als je zéker weet dat het erg genoeg is, mag je naar huis komen.’ Die toon, met zo’n dubbele boodschap – ‘ik vind eigenlijk dat je je aanstelt’ – is precies hoe het thuis altijd ging. Toen Cato thuiskwam, schrok ik me rot. Ze was bont en blauw, zat helemaal onder het bloed, had een lichte hersenschudding. Dat was echt een les voor me: Niet zo hárd.’

Het contact met haar ouders normaliseert als Van Hulten zelf kinderen krijgt. Beeld Robin De Puy

Maar je wist niet hoe het anders moest. 

‘Flink zijn en niet zeuren was de echo van mijn Rotterdamse moeder, die de oorlog had meegemaakt. Zo’n houding kan je iets brengen, maar vaak zijn het ook de mensen die uiteindelijk over hun eigen grenzen gaan. Die een burn-out krijgen, omdat ze gewend zijn dat ze niet moeten piepen, maar gewoon doorgaan. En ik wil juist wél dat mijn kinderen hun grenzen leren kennen. Zoals ik ook per se niet de autoritaire, afstandelijke relatie met mijn kinderen wil die mijn vader had.’

Nog een voorbeeld: ‘De baby van een goede collega werd ziek en overleed. Dat raakte me enorm. Ik stond in de keuken met Cato toen ik dat bericht kreeg. Ze zag mijn gezicht vertrekken, maar het enige dat ik zei was: ‘Het baby’tje is dood.’ Ik werd overweldigd door emotie, maar gaf daar geen enkele uiting aan. Terwijl mijn dochter meteen moest huilen. Had ik dat ook maar gedaan – maar ik hield altijd alles weg. Waardoor ik uiteindelijk steeds meer ging worstelen met het ouderschap. Ik wilde het zo graag goed doen, maar ik wist niet hoe.’

Toen stuitte je op de Gordon-methode, een democratische opvoedstijl waarin gelijkwaardigheid en wederzijds respect centraal staan. 

‘Het basisprincipe is dat kinderen, net als hun ouders, individuen zijn met eigen wensen en een eigen inbreng. Als je wilt dat kinderen iets op een bepaalde manier doen, zul je met ze in gesprek moeten. In dat boek las ik ook hoe het níét moet, en dat was precies zoals het bij ons thuis ging. Opvoeden vanuit macht, in plaats van gezag. Door dat boek werd ik weer geconfronteerd met mijn jeugd en zag ik bovendien hoe ik die aan het kopiëren was. Precies dat waar ik zo bang voor was, deed ik.’

Nog een beslissend moment: ‘Op een gegeven moment zei mijn dochter: ‘Mama, jij lacht nooit.’ Ik ging dóód toen ik dat hoorde. Eric is iemand die heel goed net zo gek kan doen als de kinderen. Zij speelden dan heel uitbundig met z’n drieën en ik keek van een afstandje toe. De verantwoordelijke, die in de gaten hield of alles wel goed ging.

‘Drie mensen die zo veel onbekommerde blijdschap en vreugde uitten en voelden: ik wilde zo graag meedoen, maar ik kon het niet. Omdat ik het niet voelde, dat soort diepe vreugde. Alsof ik in een Houdini-knoop zat.’

Eric vertelde ook dat je nooit meeging naar de kroeg. Omdat je niet wist wat je dan moest zeggen, of hoe je te gedragen. 

‘Dat komt allemaal voort uit het feit dat ik me niet durfde open te stellen. Omdat ik me schaamde voor wie ik was en het werk dat ik deed. Dan is het moeilijk om een gesprek te voeren met mensen die je niet kent.’

De keuze voor televisie is wel opmerkelijk voor iemand die zich de mening van anderen zo aantrekt.

‘Tegelijkertijd speel je als presentator altijd tot op zekere hoogte een rol. En daar was ik heel goed in geworden. Hoewel er steeds de stemmen in mij waren die zeiden: ‘Wie denk je wel dat je bent? Al dat uiterlijk vertoon op televisie, oppervlakkig!’ Ik was het zelf die daar zo’n etiket op plakte.’

Voorafgaand aan dit gesprek vertelde je dat je voor het eerst een foto van jezelf bij je WhatsApp-profiel had geplaatst. 

‘Ik heb zo veel last van die veroordelende stem in mij. Dat het ijdel is, om een foto van jezelf te plaatsen. En oneerlijk om dan voor de mooiste te kiezen, in plaats van eentje zoals ik thuis ben: met een bril op en ongewassen haar.

‘Zo voer ik voortdurend heftige conversaties met mezelf. De psycholoog zegt dat ik altijd bezig ben mezelf te fileren. Als een ui die je afpelt: uiteindelijk blijft er niets over. Terwijl het begint met iets heel kleins: het lijkt me leuk om een fotootje te plaatsen, punt.

‘Het zal het calvinisme uit mijn jeugd zijn. Bij ons was iets goed of slecht, het deugde of het deugde niet. Er bestond geen grijs gebied. Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Ik probeer die blik los te laten, niet meer meteen over mezelf en anderen te oordelen. Sowieso: kun jij één goed ding noemen dat het calvinisme heeft voortgebracht? En daarom is het ook zo’n overwinning voor mij dat ik ja heb gezegd tegen SBS. En ook al scoort het nu niet, wat speelde was hetzelfde basisgevoel: het lijkt me leuk, dus ik doe het. En dat ik tegen de stem die roept dat iedereen het een bedenkelijke overstap zal vinden, zeg: ‘Ja, nou en? Dat is hún probleem.’

Begin dit jaar werd bekend dat Kassa na negen jaar een nieuwe presentator kreeg: Amber Kortzorg. 

Lachend: ‘Dat is ook zo’n goede les voor me geweest, ja. In de afgelopen zes jaar heb ik drie hersenschuddingen gehad. Alle drie door lullige huis-, tuin- en keukenpech. Een keiharde bal tegen mijn hoofd, me hard stoten aan een openstaand raam. De eerste twee keer heb ik doorgewerkt, omdat ik weet hoe het gaat in Hilversum. Opgestaan is plaats vergaan. En ik was altijd bang om mijn werk te verliezen, omdat ik het grootste deel van het gezinsinkomen binnen breng. Maar toen ik de derde hersenschudding kreeg, dacht ik: dit keer ga ik wél vanaf het begin goed rust nemen. Omdat je herstel dan uiteindelijk veel sneller gaat. Bovendien werkte ik inmiddels bijna tien jaar bij Kassa, waren de kijkcijfers goed en de leiding altijd tevreden. Maar toen ik na een paar maanden weer wilde beginnen met opbouwen en presenteren, hoorde ik dat mijn contract niet zou worden verlengd. Dat vond ik heel moeilijk.’

De presentator die jou tijdelijk had vervangen, kreeg de baan.

‘Ik was al die hersenschuddingjaren bang geweest om mijn baan te verliezen, maar toen het gebeurde, bleek het gek genoeg ook een grote opluchting. Want ik leefde nog, iedereen om me heen ademde gewoon door en het gaf ergens ook heel veel ruimte. Uiteindelijk werd ik daarna aangenomen als rondleider bij het Van Gogh-museum. Ik wilde het roer helemaal omgooien en had daar veel zin in. Weg uit de tv-wereld, de culturele hoek in. Maar ja, mijn contract ging op 16 maart in. De eerste dag van de lockdown. Dus in de proeftijd werd het alweer ontbonden. En toen belde SBS.’

Hoe leerde je uiteindelijk om emoties wel te tonen? 

‘Mijn transformatie is begonnen in 2014, na de eerste hersenschudding. Ineens kon ik niets meer. Ik, degene die altijd alles regelde en er voor de kinderen en hun vrienden was. Hoe meer kinderen hoe gezelliger, vond ik. Maar plotseling lag ik de hele dag op bed en kwam ik er eigenlijk alleen uit om Kassa te presenteren. En intussen had ik het gevoel dat ik op alle terreinen tekortschoot – als moeder, als echtgenote, als werknemer. Maar wat nu zo opvallend is: uiteindelijk ben ik zoveel leuker geworden door die hersenschuddingen! Omdat ik afleerde om me altijd groot te houden. En door alle tijd die ik ineens had om ellenlang over mezelf en mijn jeugd te kunnen nadenken.

‘Mijn leven werd bepaald door gedachten: ‘Ik ben niet goed genoeg’, en: ‘Alles moet perfect gaan, ik mag geen fouten maken.’ In de tijd dat ik op bed lag, las ik de boeken van Brené Brown. Zij was ook zoals ik, maar heeft dat doorbroken. Omdat volgens haar het leven niet gaat om zo min mogelijk fouten maken, maar om moed. En het besef dat kwetsbaarheid je iets brengt. Zij zegt: ‘Dóé het gewoon, en als je faalt, heb je het in elk geval gedurfd.’ Dat was voor mij zo’n groot inzicht. Natúúrlijk draait het daarom!

‘En uiteindelijk heeft de film over Polunin het luikje opengezet naar mijn verdriet. Mijn psycholoog legde uit dat je emoties niet selectief kunt toelaten. Dus als je geen verdriet kunt voelen, is er ook geen echte blijdschap. Sinds ik alles heb durven toelaten, zegt mijn dochter nooit meer dat ik niet lach. En ga ik nu wél mee naar de kroeg.’

Inmiddels durft Van Hulten al haar emoties toe te laten. Beeld Robin De Puy

Eric vertelde dat je soms hardop tegen jezelf zegt, als een soort mantra: ‘Ik mag er zijn.’ 

‘Ik ben gaan aanleren om mezelf soms een complimentje te geven, ja. Mijn psycholoog zei: ‘Doordat je zo hard aan jezelf bent gaan werken, heb je ook veel bereikt, hè? Een goede band met je kinderen, een fijne relatie. Daar mag je best trots op zijn.’ Dat vond ik zo aardig. Ik heb me weleens afgevraagd of ik niet meer had kunnen bereiken in mijn carrière. Maar al mijn energie is hierin gaan zitten. Daar heb ik vrede mee, het heeft me in de privésfeer heel veel opgeleverd.’

Ze staat op van de keukentafel om de lunch te maken. Sober, omdat de interviewer aan de lijn doet. Van Hulten: ‘Het kwam me wel goed uit, ik eet zelf ook altijd zo.’

Beeld Robin De Puy

Esther zei: ‘Brecht is heel onzeker over haar uiterlijk. Daarom kijkt ze niet graag modebladen in. Dan vergelijkt ze zichzelf met die vrouwen – en dat valt nooit in haar voordeel uit.’ 

‘Heel erg letten op wat je eet is ook een vorm van controle, hè. Ik heb lang anorectisch gedrag vertoond. Nog zoiets dat je niet aan je dochter wilt doorgeven. En ja, in mijn ogen is iedereen altijd leuker, knapper en beter dan ik. Ik bewonder vrouwen die gewoon doen wat ze willen. Types als Sophie Hilbrand, Paulien Cornelisse, Aaf Brandt Corstius, Debby Petter. Boeken en columns schrijven, talkshows presenteren, een theatershow bedenken of acteren in een film. Omdat ze vinden dat zij iets te melden hebben, en dat op een podium willen en durven doen. ­Althans, dat vermoed ik.

‘Ik wil dat zelf ook wel, maar voordat de bloem kan bloeien, heb ik er zelf het kopje al afgehakt.’ Hardop lachend: ‘Ik moest er laatst nog aan denken, toen Margot Rôs een boek schreef over haar hersenletsel. Dat had ik dus óók kunnen proberen; ik heb nota bene drie keer een hersenschudding meegemaakt! Maar goed, vanaf nu ga ik dat soort dingen wel doen. Ik ben net 50 geworden, dus ik heb nog een half leven voor me.’

Als ze weer gaat zitten, bordje vol gesneden tomaten en komkommer, zegt ze wat ze meermalen tijdens het gesprek zal herhalen, en ook na afloop nog via mail en app: dat ze haar ouders onder geen beding wil kwetsen of een trap na geven. ‘Het verwerken van mijn jeugd heeft me zo veel ­gebracht. Ik zorg nu met veel liefde voor mijn ouders, we gaan goed met elkaar om. En zij samen ook. Na de ­coming-out zijn ze nog een aantal jaar samen geweest, maar uiteindelijk toch gescheiden. En nu zijn ze weer de beste maatjes.

‘Ze hebben allebei hun excuses gemaakt voor hoe het vroeger is gegaan en ik zie nu ook dat ze altijd de beste bedoelingen hebben gehad. Dat het lastig voor ze was, door hun eigen opvoeding, maar dat ze ons op hun manier wel liefdevol hebben grootgebracht.

‘Mijn vader heeft zijn jeugd heel lang niet doorbroken, maar ik heb dat zeer bewust wel gedaan. Het geheim dat ik altijd bij me droeg, was eigenlijk zíjn geheim. En zeker de laatste jaren hebben we mooie, kwetsbare gesprekken. Hij is niet langer autoritair of veroordelend, eerder het tegenovergestelde. Hij is nu de vader die ik me altijd heb gewenst.

‘Dat is voor mij wel de grootste les: Hoeveel het je brengt als je je kwetsbaar durft op te stellen. En dat is ook de reden dat ik nu mijn verhaal vertel. Jarenlang heb ik persoonlijke interviews verslónden, in de hoop daar iets van te leren. Dus waarom zou ik het zelf niet eens doen – wie weet heeft een ander er iets aan. Wat ik niet langer wil is dingen vanwege schaamte of angst uit de weg gaan. Dat heeft veel te lang mijn keuzes beïnvloed. Ik bewonderde dat ook zo in Sergei: het interesseert hem echt he-le-maal niets wat mensen van hem denken. Hij leest geen recensies, bekeek zelfs de films die er over hem zijn gemaakt niet. Dat is geen pose; hij is er oprecht niet mee bezig. De stemmen in mijn hoofd zijn niet weg, maar ik kan ze inmiddels beter weerwoord geven. ‘Weet je nu wel zeker dat...?’ Nee, ik weet het niet zeker, maar sodemieter op!’

CV BRECHT VAN HULTEN

4 juni 1970 Geboren in Hilversum

1988-94 Studie Europese studies (afgerond) en in Spanje anderhalf jaar kunstgeschiedenis

1995-97 Zet in Almere het Centrum voor Architectuur, Stedenbouw en Landschap op

1996-2000 Redacteur omroep KRO en VARA

2000-2005 Presentator NOS Jeugdjournaal

2002 Winnaar Philip Bloemendal Prijs

2005 Presentator Supersenioren Omroep MAX

2005-2006 Presentator Goedemorgen Nederland

2005-2008 Presentator Lowlands, VPRO

2006-2007 Presentator grote nieuwsgebeurtenissen voor NOS Actueel en NOS Journaal

2008 Verhuist met gezin naar Frascati, Italië

2010 Invalpresentator Editie NL (RTL4)

2012 Kandidaat programma Maestro

2011-2020 Presentator consumentenprogramma Kassa, Vara

2012-2017 Presentator Kassa Groen en Groen Licht (BNNVARA)

2018 Maakt met Evelien Vehof 2Doc-documentaire Dancer op Lowlands

2020 Vanaf augustus presentator De 5 Uur Show , SBS 6

Brecht van Hulten is getrouwd met journalist en Radio 1-presentator Eric Arends. Ze wonen in Utrecht en hebben twee kinderen: Cato (16) en Rokus (13).

Meer over