Boeren laat Coleman swingen en zingen

Toen Ornette Coleman eind jaren vijftig zijn muziek in New York presenteerde, 'brak de hel los', zoals hij zelf zei....

Boeren! Flora Theater, Delft, 11 mei. Tournee.

Free jazz blijft in zekere zin experimenteel, een vrijheid die telkens opnieuw bevochten moet worden. Het programma met Coleman-composities en verwante eigen stukken van de Nederlandse cornettist Eric Boeren, een uitvloeisel van zijn Go Dutch With Ornette-project van twee jaar geleden, laat horen hoe groot de uitdaging is, maar ook hoe rijk musici en publiek kunnen worden beloond.

In het licht van latere, radicalere aanslagen op tonaliteit en ritmische eenduidigheid klinkt Colemans vroege werk, waar Boeren vooral uit put, uitgesproken swingend en zangerig. De maatstrepen kunnen verschuiven of vervagen, maar er is een duidelijk waarneembare puls, die in Boeren! zeer overtuigend wordt aangegeven door slagwerker Han Bennink.

Daarnaast dansen ook de drums net zo spontaan om het notenmateriaal heen als de andere leden van het kwartet, met een bezetting die gebaseerd is op die van Colemans eerste, klassiek geworden formatie. Spraakachtige accenten en loopjes op de bekkens en de trommels houden de connectie levend met de Afrikaanse wortels van de jazz, waarin percussie de voornaamste instrumentale 'stem' vormde.

Omdat thema's als Blues Connotation en Beauty is a Rare Thing gestolde invallen zijn, waarin ritme en melodie samenvloeiden tot iets moois maar grilligs, zijn er voor de solist geen vaste routes uit te herleiden met regelmatig terugkerende wegwijzers. Hij wordt sterker dan anders teruggeworpen op zijn eigen verbeelding, en kan nauwelijks putten uit een standaardrepertoire van overgangen en licks.

Vandaar misschien dat Colemans composities relatief weinig door anderen gespeeld worden: je wekt ze alleen tot leven door zelf iets te creëren dat de lijn doortrekt, en iets moois scheppen is nauwelijks te leren.

Solisten als Boeren zelf, bassist Wilbert de Joode en Michael Moore, op altsax en klarinetten, kunnen het. Hun solo's bruisen van inventiviteit, en hebben ook dat juichende en vitale van de originelen, zonder in imitaties te vervallen van Don Cherry, Charlie Haden of Coleman zelf. Moore's toon is niet alleen lieflijker, maar zijn frasen hebben meer innerlijk evenwicht dan de wilde sprongen van de componist, ze hebben meer verwantschap met de eindeloos voortrollende golven melodie van Lee Konitz. Boeren speelt gelijkmatiger en gaver dan Cherry, met een 'Europesere' sensibiliteit.

De eigen stukken van de cornettist klinken moderner maar niet wezenlijk anders. Ze benadrukken de onafhankelijkheid van de vier partijen nog sterker, met een grotere dichtheid en gelijktijdigheid, maar blijven zo aanstekelijk en fantasievol dat ze waardige elementen zijn in dit eerbetoon aan de grote free jazz-pionier.

Frank van Herk

Meer over