Bluesheld op sokken

Michael de Jong, de in Amerika opgegroeide zanger en gitarist van Nederlandse afkomst, heeft rust gevonden in Dordrecht. Hij maakt nog steeds bevlogen, indrukwekkende blues....

Door Foto Pablo Cabenda en  Guus Dubbelman

De verslaggever nam het aanbod dankbaar aan. Het gebeurt niet vaak dat een geïnterviewde zo hoffelijk is te koken voor de interviewer. Als tegenprestatie zou de reporter voor het toetje zorgen.

Had blueszanger/gitarist Michael de Jong, aan de andere kant van de telefoonlijn, nog speciale wensen?

‘Alles is goed, zolang er maar geen alcohol in zit. Ik ben al zeventien jaar clean en alcoholvrij en dat wil ik graag zo houden.’ Waarna bijna terloops de mededeling volgde dat hij ook seropositief is. De blues heeft zijn sporen achtergelaten.

Een paar dagen later blijkt dat de man voor wie sex, drugs & rock ’n’ roll routine waren, nog voordat het een cliché werd, in een portiekwoning in Dordrecht woont. De bluesheld was tot eind jaren tachtig in de Verenigde Staten vooral in de weer met verboden substanties en andermans vrouw. ‘Altijd de wet en de boze echtgenoten een stap voor.’

Michael de Jong lacht en het grijze baardje, het buikje en de sokken lijken nu eerder het adagium huisje, boompje, beestje te onderstrepen. Dat heeft hem er niet van weerhouden een, inmiddels alom geprezen, nieuw album uit te brengen. Een nationale tour is ophanden.

De Nederlandse vader en Franse moeder van de 64-jarige in Frankrijk geboren singer/songwriter emigreerden, vanuit Alkmaar, in 1949 naar Grand Rapids Michigan in de Verenigde Staten. Daar ontwikkelde De Jong zich in de jaren zestig onder invloed van de muziek van Elvis en Little Richard tot veelgevraagd bluesgitarist. De Jong speelde overal met iedereen. Van San Francisco tot New Orleans met John Lee Hooker en Jimmy Reed, de man die de elektrische blues populair maakte bij een groot publiek en een inspirator was voor de Stones. Nee, hij mist die tijd niet. ‘Waarom zou ik, de meesten zijn toch al dood.’

De singer/songwriter met een kleine maar hondstrouwe schare fans, brengt regelmatig albums uit met blues en Americana. Op het vorige maand verschenen For Madmen Only neemt De Jong het op voor de verwarde eenling en tegen het nietsontziende kapitalisme en de georganiseerde religie om moegestreden uit te komen bij de uitgeschreeuwde eindconclusie in Retreat Of The Grand Army: ‘God is a four letter word and that word is loooove.’

Het klinkt niet mooi in de conventionele zin van het woord. Het schuurt. De Jong in zijn eentje met akoestische gitaar brengt je naar een plek waar emotie zich een weg naar buiten forceert en elke stilering daarbij wegdrukt. Hij bewijst dat er tegenwoordig nog steeds bevlogen, indrukwekkende blues gemaakt kan worden die níet klinkt als een tot op de draad versleten blauwdruk.

In weerwil van de strijdlustige teksten en de Don Quichot-achtige hoes verzekert De Jong dat hij er niet op uit is een gevecht te leveren. Hij wil wel kwijt dat hij ervan overtuigd is dat Amerika hopeloos is verdwaald en dat Obama daar als president niet veel aan zal veranderen. Maar verder? ‘Net zoals bij mijn vorige albums weet ik bij God niet waar dit allemaal vandaan komt. Ik ben een zanger, geen profeet’, en hij schept zijn zelfgemaakte curry op.

De Jong verblijft in de luwte, waar hij na het verschijnen van een nieuw album altijd gevonden wordt door de media om daarna weer in de vergetelheid weg te zakken. Ver van de verlokkingen van Amsterdam, waar hij eind jaren tachtig anderhalf jaar aan drugsgebruik verloor, vertelt hij met een opmerkelijke goedmoedigheid en openhartigheid over zijn carrière.

Over hoe je bijvoorbeeld concerten mist en vrienden verliest na overdadig drugsgebruik. Maar er is geen geschiedenis zo bitter dat hij niet op smaak gebracht kan worden met een anekdotisch sausje. Dat hij ooit zo heeft zitten trippen op lsd dat hij de golven aan de Californische kust stond te dirigeren ‘alsof ik Mickey Mouse in Fantasia was’.

Hij heeft het prima hier en mist van Amerika alleen het gevoel van totale vrijheid die je in de natuur ervaart. ‘Maar wat heb ik daaraan als ik weet dat ik in Amerika met het virus en hepatitis C allang dood zou zijn.’

‘Hier’, hij trekt in de woonkamer een lade open en laat een miniskyline van gestapelde witte doosjes zien. ‘In de Amerikaanse gezondheidszorg zou ik al deze pillen nooit kunnen betalen.’ En passant deelt hij mee dat dit huis het eerste is dat hij het zijne mag noemen.

Hij is dankbaar dat Nederland hem heeft opgenomen en zo zijn leven heeft gered. Met een eervolle vermelding voor Hare Majesteit de Koningin, die hem per brief verzekerde dat hij zich Nederlands staatsburger mag noemen en ex-geliefde Christa die hem bijstond in zijn afkickperiode. Heeft hij al in geen jaren meer gezien.

Dan, luid declamerend: ‘Ik ken de namen van alle vrouwen die me deze lijnen in mijn gezicht hebben bezorgd.’ Bob Dylan? ‘Nee, Michael de Jong.’ Hij veroorlooft zich een glimlach.

Na vijftien albums en de bescheiden media-aandacht is hij nu overdonderd door de belangstelling van de landelijke pers. Hij wekt de indruk nog steeds niet te kunnen kiezen tussen trots en verbazing. ‘Ik denk wel eens ja, ja, je bent iedereen aan het vertellen wat voor hot shot je bent en met wie je allemaal hebt gespeeld. Maar wat heb je nou allemaal behalve wat vergeelde krantenknipsels en een oude verfrommelde foto waar je met Jimmy Reed op staat.’ Om vervolgens over te schakelen op oprechte blijheid als hij meldt dat het tijdschrift Music Maker zijn album tot beste van het jaar heeft uitgeroepen.

Hij gaat nog wel even door. Hij moet nu eenmaal muziek maken. En dan het liefst op de manier waarop hij het gewend was. Gewoon gaan. ‘In Amerika krijg je te horen welke toonaard en voor de rest volg je de band maar. Nee, hier gaat het van’ – hij gaat vervolgens opzichtig achterover zitten en kijkt geacteerd arrogant – ‘Ik heb een conservatorium opleiding.’ ‘En een kapsones dat die lui hebben!’ Het eerste wat ze je vragen is: hoeveel betaal je me? Man, ik heb bij Jimmy Reed nooit meer verdiend dan zo’n 75 euro.’

Daarom heeft hij dan ook maar besloten het deze keer helemaal in zijn eentje te doen. Net als op zijn album treedt De Jong op zijn door Mojo georganiseerde tour met niets anders op dan een akoestische gitaar. ‘Wanneer de tour is afgelopen houd ik zelf zo’n honderd euro over, ik ben er blij mee. Ik heb geen andere keuze.’

Hij schikt zich gemakkelijk. Ook in de keuze van het dessert: tiramisu. Al heeft de vergeetachtige verslaggever de enige wens van zijn gastheer in de wind geslagen, De Jong bezweert dat die ene procent alcohol in het toetje hem geen kwaad zal doen.

Hij zal eerlijk bekennen dat hij de alcohol wel eens mist. Hij moet voortdurend aan zijn gezondheid denken. ‘Als het regent, ga ik niet naar buiten omdat mijn afweersysteem zo is verzwakt dat ik snel een longontsteking oploop. Maar ik heb een goede vriendin die voor mij zorgt. En ik voor haar. Ik leef toch nog?’ Hij schraapt het laatste beetje tiramisu uit het plastic bakje met de woorden: ‘Zo, als ik nu mijn tour verkloot, is het helemaal jouw schuld.’ Hij knipoogt.

Meer over