columnkatinka polderman

Blijkbaar stond ik met mijn karmapunten ontiegelijk in de min

null Beeld
Katinka Polderman

Ik wil niet veeleisend zijn, maar ik vind: als je je middag vrijwillig in een bloedhete binnenspeeltuin hebt doorgebracht, dan zou je genoeg karmapunten moeten hebben verdiend om even met rust te worden gelaten door het universum. Dan zou het niet zo moeten zijn dat er bijvoorbeeld vijf minuten na het verlaten van het speelparadijs een pakketbezorger met zijn busje je auto in rijdt.

Maar blijkbaar stond ik met mijn karmapunten zo ontiegelijk in de min dat een bezoek aan die verzengende hel onvoldoende was om de boel naar een acceptabel niveau te trekken. Vlak voor mijn oprit reed het busje achteruit mijn voorzijkant in, boorde het scharnier van zijn achterdeur in het blik van mijn auto, draaide een stukje om de boel flink open te rijten, terwijl ik ho-ho-ho-ho-ho riep tegen iemand die me duidelijk niet kon horen.

Uit het busje kwam een geschrokken student met een rommelig gebit. ‘Heb je schade?’, vroeg hij.

Ik wees naar de scheur in mijn auto.

‘O’, zei hij bedremmeld. Hij zweeg, vroeg toen: ‘Heb jij een schadeformulier?’

Ik schudde mijn hoofd. Hij had er ook geen, maar hij belde een collega die er een zou komen brengen.

‘Da’s ook een rottig einde van je werkdag’, zei ik.

‘Ja. Nog drie adresjes.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Vijf uur klaar.’

‘Ik dacht dat jullie vreselijk lange dagen maakten’, zei ik. ‘Dan begin je vast heel vroeg?’

‘Ik begin om tien uur!’, straalde hij. ‘Maar morgen begin ik pas om elf uur, en dan ben ik al om vier uur klaar. En overmorgen is nog beter.’ Gedurende de week werden zijn werkdagen steeds korter – terwijl hij zijn rooster uit de doeken deed begon hij almaar harder te glunderen.

Er werd van binnenuit op mijn autoraam gebonsd. ‘Mama, mag ik op de iPad?’ Mijn kinderen zaten nog in de auto, dat leek me het minste gesodemieter opleveren.

‘Nee’, zei ik, meer omdat ik geen zin had om de iPad te halen dan vanuit pedagogische ideologieën.

‘Maar ik wil op de iPad!’

‘Nee.’

‘Ik wil op de iPad, ik wil het blotekontlied laten horen!’

Terwijl we even later aan tafel het schadeformulier invulden dansten mijn zoons door de kamer op het blotekontenlied. (‘Holadiejee, mijn broek zakt naar benee.’) Daarna werd het nog veertien keer afgespeeld, even lang als het duurde om het formulier in te vullen.

Toen ik de koeriers uitliet, vroeg ik me af wat voor afschuwelijks ik had gedaan – of hoe het universum deze middag ooit zou gaan compenseren. Ik hoop zelf op een reusachtige geldprijs.

Meer over