Black Crowes: Ellenlange jams, te weinig echte liedjes

Voor de Amerikaanse Black Crowes is de popgeschiedenis opgehouden in 1971. Al vanaf hun eerste album Shake Your Money Maker (1990) maakte de band van de broers Chris en Rich Robinson duidelijk dat alle ontwikkelingen in de rock ’n’ roll sinds de hoogtijdagen van The Allman Brothers, Free en Led...

Ook hun recentste album Warpaint klinkt alsof het 35 jaar geleden is opgenomen, en daar is eigenlijk niks mis mee. Want het aardige van de Black Crowes is dat ze hun voorkeur voor de rockesthetiek van die vroege jaren zeventig zo razend knap verklanken dat je ze bijna gelijk gaat geven: na The Allman Brothers’ Live At The Fillmore East is er veel andere rockmuziek gemaakt, maar geen betere.

Op het podium van de uitverkochte Heineken Music Hall stonden vrijdag niet Duane Allman en Dicky Betts hun gitaarduels uit te vechten, maar Rich Robinson en nieuwste bandlid van de Black Crowes, Luther Dickinson. Gedateerd werd het vreemd genoeg geen moment, want daar werd veel te knap voor gemusiceerd. Het geluid was fabelachtig goed. Wanneer zanger Chris Robinson ook nog zijn gitaar omgespte, stonden er wel vier gitaristen tegen elkaar in te spelen, maar ze bleven goed van elkaar te onderscheiden.

Het was niet moeilijk je mee te laten voeren in de tijdmachine, het enige probleem was dat het songmateriaal er de laatste jaren niet beter op geworden is. Nog altijd staan de pakkendste liedjes met de beste grooves op hun eerste twee platen, en toen na een kleine twee uur Remedy voorbijkwam, was dat toch even een opluchting: hoera, een echt liedje.

Daarvoor had de band zich al van zijn meest feestelijke kant laten zien in Hard To Handle van Otis Redding, maar dergelijke momenten dat er tussen de ellenlange jams de contouren van een heus liedje opdoemden waren zeldzaam.

Te zeldzaam. Hoe fraai er ook gemusiceerd werd, en hoe veel er ook te genieten viel van vooral de gitaarduels tussen Dickinson en Robinson, het was vaak snakken naar een liedje met kop en staart. Zo’n liedje als Hey Grandma bijvoorbeeld, uit de toegift. Het is van Moby Grape, uit 1967. En het klonk hooguit als 4 jaar oud.

Meer over