Bioscoopoorlog woedt in Utrecht

Het Nederlands Film Festival, dat morgen begint in Utrecht, kampt met ruimtegebrek. Maar de oude bioscopen in de stad vrezen nieuwkomers als Cinemec, Kinepolis en De Kade.

Charlotte Huisman
Net geopend: De Sterrenkijker in Utrecht, een bioscoop van Cinemec met zeven zalen. Beeld Adrie Mouthaan
Net geopend: De Sterrenkijker in Utrecht, een bioscoop van Cinemec met zeven zalen.Beeld Adrie Mouthaan

Het moet niet zo maar een stadsbioscoop worden aan de rand van het Utrechtse centrum, maar 'een huis' voor filmmakers en filmliefhebbers. Zo prijst filmdistributeur Pim Hermeling, initiatiefnemer, zijn gloednieuw te bouwen filmcentrum De Kade aan, met zeven filmzalen voor 'kwaliteitsfilms' met in totaal 800 stoelen. De Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) trekt er in, en mogelijk houdt ook het Nederlands Filmfestival er straks kantoor. En dat zonder een cent subsidie van de gemeente Utrecht, beklemtoont Hermeling, die al twintig jaar actief is in de filmwereld.

Krijgt Utrecht nu dan toch een glimmend nieuwbouwfilmhuis? Nadat in januari 2014 een zeven jaar slepend plan voor een peperduur 'Artplex' - een nieuwe bibliotheek waarin filmtheater 't Hoogt zou intrekken - op het nippertje door de raad werd weggestemd?

Het Utrechtse stadsbestuur beslist deze maand over de vergunning van de Kade. De bioscopenkwestie is in de kleinste van de vier grote steden al jaren een open wond, met langlopende vetes en allerlei niet uitgevoerde en vertraagde plannen. Veel oude bioscopen in de stad maken een wat treurige, vervallen indruk.

De oudste bioscoop van Nederland, Camera-Studios aan de Oudegracht, sloot dit jaar zelfs haar deuren. Filmtheater 't Hoogt, bij zijn opening in 1973 (naar eigen zeggen) het eerste moderne filmhuis in Nederland, raakt bovendien medio 2018 zijn monumentale onderkomen in het centrum kwijt, met een grote filmzaal en twee kleine. Intussen is het Utrechtse bioscoopbezoek hopeloos teruggezakt, tot onder het niveau van steden als Eindhoven en Groningen.

Toch is Utrecht nog steeds eens per jaar filmhoofdstad van de Nederlandse film, tijdens Het Nederlands Film Festival (NFF) in september. Die organisatie lijdt onder de deplorabele staat van de zalen. 'Ons festival is moeilijk te organiseren in een binnenstad met zo weinig en zo sterk verouderde bioscopen', zegt directeur Willemien van Aalst.

Kader: 'Filmstad' loopt achter

Utrecht prijst zichzelf aan als filmstad, maar voorlopig is het cijfermatig gezien droevig gesteld aan de Oude Gracht en omgeving. De stad heeft 21 'doeken', blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging Bioscoopexploitanten over 2014. Amsterdam (79) doet het beter, net als Rotterdam (35), Den Haag (29), Eindhoven (28), Groningen (25) en Tilburg (22). Utrecht heeft daarmee 3.464 stoelen, minder dan eenderde van Amsterdam. Het aantal bezoekers is eenvijfde van de hoofdstad.

Megabioscoop

Van Aalst houdt hoop, er staat nu echt veel te gebeuren in haar festivalstad. Niet alleen het plan voor stadsbioscoop De Kade ligt er, de stad krijgt ook twee enorme filmhallen buiten het oude centrum. Het NFF kan vanaf vandaag terecht in De Sterrenkijker, een knalrood 'multiplex' van Cinemec ver buiten het stadshart op een zandvlakte in Leidsche Rijn, vlak bij snelweg A2, die net klaar is: met zeven zalen en 1867 stoelen.

Ook mag het Belgische bioscoopbedrijf Kinepolis bij de Utrechtse Jaarbeurs een megabioscoop gaan bouwen met 14 zalen en 3300 zitplaatsen: een van de grootste van het land. Er moeten maar liefst 1,25 miljoen bezoekers per jaar komen.

Als deze plannen alle drie doorgaan, krijgt Utrecht er in één klap bijna zesduizend bioscoopstoelen bij. Is dat niet te veel van het goede?

Ja, er dreigt een te veel aan bioscoopstoelen, waarschuwen universitair docent economische geografie Ton van Rietbergen (Universiteit Utrecht) en Rick van Hees, die dit jaar bij hem afstudeerde op de opkomst van de Multiplex. Met gemiddeld 2,5 bioscoopbezoeken per bewoner per jaar is er volgens hen in Utrecht ruimte voor groei. Maar met deze aanwas zouden de Utrechtse bioscopen gezamenlijk tegen de 2 miljoen bezoekers moeten trekken, meer dan twee keer zo veel als nu. Dat lijkt iets te hoog gegrepen, zegt Van Rietbergen.

De gemeente en de bioscoopondernemers denken dat het wel losloopt. De twee multiplexen met de modernste technieken en grote beeldschermen richten zich op het grote publiek, dat nu nauwelijks wordt bediend in de stad. En initiatiefnemer Pim Hermeling, zelf een van de financiers van het private, 15 miljoen euro kostende bioscoopplan De Kade, is zeker van zijn zaak: 'Dit kan de beste arthousebioscoop van Nederland worden. Ik loop al ruim tien jaar met dit plan rond, ik zou er niet aan beginnen als ik er niet in geloofde. Mijn bedrijf zal de programmering doen, ik word zelf de eigenaar en exploitant van deze bioscoop.'

En Utrecht heeft toch al sinds jaar en dag Springhaver en sinds tien jaar het Louis Hartloopercomplex, twee prima filmhuisbioscopen van de gelauwerde filmmaker Jos Stelling?

'Oneerlijke concurrentie'

Hermeling: 'Ik wil de tweede Jos Stelling zijn in de stad. Stelling doet het goed, maar er is gewoon te weinig aanbod in de stad.'

Daarmee schopt hij Stelling tegen het zere been. De stad heeft de nieuwbouw van de Kade helemaal niet nodig, met al die nieuwe multiplexen, betoogt de getergde cineast. Hij maakte internationaal geprezen films als De Wisselwachter en was in 1981 initiatiefnemer van de Nederlandse Filmdagen, voorloper van het Nederlands Filmfestival. Jarenlang streed Stelling tegen de 'oneerlijke concurrentie' van de dit jaar afgeschoten plannen van het Artplex: het door hem verfoeide filmtheater 't Hoogt zou er met gemeentesubsidie films vertonen, terwijl Stelling het zonder overheidssteun doet.

Met dezelfde intensiteit verzet Stelling zich nu tegen de Kade. Met de komst van de nieuwe bioscopen vreest hij 30 procent minder bezoekers te trekken in zijn filmhuizen. Maar de grote verliezer van de ontwikkelingen lijkt niet Jos Stelling, maar Filmtheater 't Hoogt te zijn. Stichting 't Hoogt krijgt jaarlijks 4 ton euro subsidie van de gemeente voor het vertonen van wat de kwetsbare film heet, en voor filmeducatie. Het verliest in 2018 zijn huidige locatie en heeft geen uitzicht meer op een nieuwe plek, nadat de plannen van het Artplex de prullenbak in zijn gegaan. 't Hoogt hoopt nu zalen te kunnen huren in de Kade.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over