Biografie van een zelfbewust gebouw

Felix Meritis (1777), het befaamde gebouw en genootschap aan de Keizersgracht in Amsterdam, heeft eindelijk zijn geschiedschrijving gekregen. En daarmee de eer die het verdient....

Kees Fens

Gelukkig door verdiensten, alleen een zich deugdzaam en verstandig voelende tijd als de tweede helft van de 18de eeuw kan dat als naam voor een genootschap kiezen, Felix Meritis. Het werd in 1777 gesticht, ter bevordering van kunsten en wetenschappen. Tien jaar later stond het in neoklassieke stijl gebouwde verenigingsgebouw aan de Keizersgracht er. De 17de eeuw eromheen werd klein. Het is een zelfbewust gebouw zonder weerga, nog altijd, en ik zie het bijna dagelijks. Van de zalen, waarin de verschillende ‘departementen’ waren ondergebracht, is de muziekzaal het beroemdst gebleven, vanwege de vele soms belangrijke concerten en vanwege de welhaast volmaakte akoestiek. (De kleine zaal van het Concertgebouw is er een kopie van.)

De departementen kwamen wekelijks bijeen: de gegoede burgerij (daaronder veel kooplieden) liet zich voorlichten – verlichten, zou men in de geest van de tijd moeten zeggen – en onderhouden. Dames bleven buiten de voorname deur. Joden ook. De leden werden geacht christen te zijn. Dat de verzoening van geloof en wetenschap nogal eens centraal stond in de voordrachten, spreekt vanzelf. Men wilde ook door het eeuwige licht verlicht blijven worden.

De eerste zeventig jaar woont in het gebouw – dat de naam Felix Meritis in gouden letters op de voorgevel heeft – de geest van de tijd, die misschien het sterkst vertegenwoordigd is door een van de drukste en hoogst geachte sprekers, de dichter en wijsgeer Johannes Kinker. Alle departementen – van koophandel, van natuurkunde, van letterkunde – waren van dezelfde moderne (zij het niet altijd vooruitstrevende) geest doordrongen. Men mag wel zeggen dat de literair-filosofische bloeitijd het einde van de 18de eeuw was. De muziek werd algauw een haast zelfstandig onderdeel. De tijdgeest vervluchtigt, in de loop van de 18de eeuw werd Felix Meritis steeds meer een lege aangelegenheid, een genootschap dat bovendien concurrentie kreeg van andere genootschappen.

In 1887 werd het genootschap opgeheven en het gebouw verkocht. (Inmiddels verscheen al twee jaar De nieuwe gids, een nieuwe generatie schrijvers ging met heel nieuwe ideeën het woord voeren. De kunstenaar, levend voor zijn kunst, werd zichtbaar. De burger werd en bleef een burger.) En aan de rand van de stad werd in 1888 het Concertgebouw geopend. Ook de muziek ging zich elders ontplooien. Op 13 april 1888 werd het laatste concert in de muziekzaal gegeven; Julius Röntgen dirigeerde er de vierde symfonie van Schumann (die met zijn vrouw in Felix Meritis was opgetreden). Het gebouw, in zijn leegte van kunst en wetenschap, was een erfstuk uit een heel andere tijd (zoals nu de kerken). Er kwam een drukkerij in!

Felix Meritis – en dat is het genootschap en het gebouw en ieder die na de opheffing van het genootschap het gebouw heeft gebruikt (na de drukkerij werd dat de Communistische Partij Nederland en zijn krant De Waarheid) – heeft nu zijn geschiedenis gekregen. Loes Gompes en Merel Ligtelijn zijn de auteurs ervan. Samen schreven zij het eerste deel, de periode 1777-1887, en dat is niet alleen het belangrijkste tijdvak, maar ook verreweg het boeiendste. Juist doordat in de geschiedenis van het genootschap zoveel aan tijdgeest en vertegenwoordigers daarvan zichtbaar gemaakt kan worden. In sommige delen – en ik de stel de muziek meteen voorop – wordt een schitterende beknopte, op Amsterdam gerichte, cultuurgeschiedenis geschreven.

Na 1887 begint het boek duidelijk te verbrokkelen. De geschiedenis van de drukker Holdert & Co is als bedrijfshistorie weinig boeiend, alleen daar waar even de sociale misstanden zichtbaar worden. Holdert blijft tot na de oorlog. In 1946 komt dan de CPN, met de krant De Waarheid als partij groot geworden, het gebouw binnen. Misschien had de keuze van het gebouw iets van de komende neergang kunnen voorspellen: de krant isoleerde zich, alle andere kranten werden rond de Nieuwe Zijds Voorburgwal gemaakt. In elk geval: het ging niet goed. Er was voortdurende geldnood, en zalenverhuur moest geld opbrengen.

Toen was het november 1956: het gebouw werd dagen belegerd, alle ruiten gingen aan diggelen. De hoog oplaaiende communistenhaat heeft de partij definitief vernietigd. De Waarheid werd een klein krantje. In 1982 verliet de partij het gebouw. Het hoofdstuk over de CPN, geschreven door Merel Ligtelijn, is het droevigste van het boek. Zoveel scheef idealisme en dan de haat.

Intussen was in het gebouw in muziek, kunst, cabaret een nieuwe tijd aangebroken. De tweede verlichting, die van de jaren zestig, was begonnen! En Ramses Shaffy zong de nieuwe tijd in en uit. Vanaf die jaren, officieel vanaf 1969, was de naam Felix Meritis vergeten; het gebouw ging Shaffy Theater heten. Maar ook die nieuwe geest begon te krimpen, misschien ook bij gebrek aan nieuw schitterend talent, de heel serieuze cultuur nam in de gedaante van ‘Stichting Felix Meritis’ bezit van het gebouw. Ze leidt nog steeds vele activiteiten. Sommigen van de rebellen van de jaren zestig zijn even sterk vergeten als Johannes Kinker (die heeft tenminste nog een overigens weinig opwekkende straat).

Het boek is uitstekend gedocumenteerd, in vaak zeer lezenswaardige en veel extra informatie gevende noten, in de bibliografie waarmee elk hoofdstuk afsluit. Het gebouw heeft de eer gekregen die het verdient, ook in de restauratie die veel van het glorieuze begin in 1777 te vermoeden heeft gegeven. Ik heb even links en rechts de Keizersgracht af gekeken. Voorzover ik kan zien is er geen huis dat zo’n biografie heeft gekregen. De zelfbewustheid van het gebouw is beloond.

Meer over