Boekrecensie

Biograaf René van Stipriaan laat overtuigend zien hoe Willem van Oranje een natie uit de grond stampte ★★★★☆

Het is niet zonder risico om je aan het leven van Willem van Oranje te wagen: het is een titanenklus. De nieuwe biografie van René van Stipriaan is dik, vlot geschreven en zeer lezenswaardig.

Martin Sommer
null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Het vergt heldenmoed om een biografie van Willem van Oranje te willen schrijven, en bijna om die reden alleen al verdient René van Stipriaan vier sterren. Zijn verre Duitse voorganger Felix Rachfahl schreef een eeuw geleden drie dikke delen over Wilhelm von Oranien. Na publicatie van het derde deel had Oranje nog vijftien jaar te gaan en gaf Rachfahl de geest. In de jaren tachtig probeerde de Nederlandse historicus K.W. Swart het opnieuw. Hij begon aan de tweede helft van Oranjes bestaan, maar overleed zelf in 1992. Zijn boek verscheen postuum; tussen Rachfahl en Swart ontbraken nog altijd drie jaar uit het Oranje-leven. Niet de minst belangrijke jaren: nadat hij in 1569 door Alva uit Nederland was verjaagd, zwierf de prins berooid door Frankrijk en raakte daar onder invloed van de hugenoten en hun calvinisme.

Het is dus niet zonder risico om je aan het leven van Willem van Oranje (1533-1584) te wagen. Van Stipriaan, neerlandicus van huis uit, kennen we van de biografie van Bredero. Zijn Oranje-biografie is dik, vlot geschreven, gelukkig zonder jargon, met ampele bewijsvoering in de voetnoten. De Oranje-literatuur beslaat bij elkaar een kleine bibliotheek – tweede reden waarom een nieuwe levensbeschrijving een dappere onderneming genoemd mag worden. Ruwweg zijn er twee stromingen. De protestantse Oranje overheerst, die als jongeling een aristocratische losbol was, waarna hij het licht van de hervorming zag. De oorsprong van zijn verzet tegen de koning van Spanje moet gezocht worden in zijn ‘christelijk mededogen’ met de slachtoffers van de ketterverbrandingen.

De tweede Oranje is de liberale. Ook hier een edelman die aanvankelijk vooral zijn eigenbelang najoeg. Op zeker moment zag hij in dat alleen de gezamenlijkheid van alle Nederlanders voldoende stootkracht zou opleveren tegen de overheersing van Filips II. De liberale Oranje was de grondlegger van de nationale gedachte.

Recentelijk is er een derde Oranje-variant bijgekomen. Die is de telg van het idee dat de wereld kan worden verdeeld in daders en slachtoffers. Alleen slachtoffers kunnen nog helden zijn, en omdat Oranje zich schuldig zou hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden was hij geen held maar een schurk.

Geen vrome kwezel

De Vader des Vaderlands is kortom altijd een potje geweest waar ieder zijn deksel op kon draaien. Van Stipriaan schotelt ons in elk geval geen Oranje voor die een vrome kwezel is geworden. Als jonge generaal was hij over het platbranden van dorpen en steden net zo enthousiast als zijn collega’s. Hij was een schuinsmarcheerder, hield van een stevig glas en verwaarloosde zijn eerste twee echtgenotes. Over de calvinistische banvloeken die van de kansel op hem neerdaalden – niet drinken, niet dansen – heeft hij zich tot de dag van het fatale schot in 1584 weinig druk gemaakt. Oranje bleef zijn leven lang een edelman, met aristocratische opvattingen, moraal en eigenaardigheden.

Van Stipriaan heeft zijn boek De zwijger genoemd. Terecht, ofschoon Oranje beslist geen zwijger was. Hij kon meeslepend en gloedvol spreken. In zijn beroemdste redevoering, oudjaar 1564, zei hij dat het geen pas geeft ‘dat vorsten wilden heersen over het geweten van mensen’. Het was de grondslag van zijn verdraagzaamheid. De rede was zo schokkend dat de voorzitter van de Raad van State er een beroerte aan overhield. Het was ook een uitschieter. Oranje was verbonden aan het hof van Filips II en later Margaretha van Parma, en aan het hof was het geen gebruik om het achterste van je tong te laten zien. Willem van Oranje was als hoveling een bekwaam vleier en verhulde of verzweeg zijn ware bedoelingen.

Van Oranje zijn 13 duizend brieven verzameld – er is een mooie website waar je ze kunt vinden – waarvan de overgrote meerderheid hoffelijk is gesteld en tegelijk veel te raden overlaat. Oranje schoot zelden uit zijn slof, en dan vooral als de reputatie van de Nassaus in het geding was. Bijvoorbeeld toen zijn tweede vrouw, Anna van Saksen, hem publiekelijk uitmaakte voor een slechte echtgenoot. De schone schijn als pasmunt in het sociale verkeer moet voor de biograaf bij tijd en wijle gekmakend zijn geweest.

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Een eeuw van verwarring

Willem van Oranje leefde van 1533 tot 1584, niet meer dan 51 jaar, in een eeuw van woeling en verwarring. Vorsten streden met de adel om de voorrang, handel en wetenschap begonnen aan hun opmars, de kerk kreeg met nieuwlichters als Luther en Calvijn te maken. Johan Huizinga schreef ooit dat de veranderingen tussen het geboorte- en sterfjaar van Oranje net zo groot waren als de omwenteling die de Franse Revolutie bracht.

Zo moet de religieuze chaos enorm zijn geweest. Keizer Karel V vaardigde harde ketterplakkaten uit en liet ook de eerste ketters verbranden. Maar zijn zuster Maria van Hongarije, die hij aanstelde als landvoogdes in Brussel, had meer dan een flirt met het lutheranisme. Filips II was nog een bewonderaar van Erasmus terwijl diens boeken in Parijs al jaren eerder als ketterij waren verbrand; Oranje zelf had zich al laten kennen als calvinist, toen hij in 1578 nog een katholieke pastoor in zijn bezitting Breda aanstelde.

Zo helder waren de scheidslijnen lange tijd niet en zeker niet bij Oranje. Hij begon zijn leven in een luthers geslacht, maar werd katholiek gedoopt en opgevoed aan het hof van Karel V. Hij trouwde een lutherse prinses en eindigde ‘kaal en calvinistisch’, zoals hijzelf grapte. Een rebelse predikant voegde Oranje toe dat ‘zodra zijn hemd iets van religie wist of ging vermoeden, hij het meteen uit zou trekken en in het vuur werpen’.

Die predikant zat er niet ver naast. Oranjes tamelijke religieuze desinteresse deelde hij met de andere leden van de hoge adel. De Egmonds, Brederodes, Lalaings of Aarschots stelden belang in status en voorname posities; ze wisselden makkelijk van partij en als het uitkwam ook wel van geloof. De oprechtheid van Oranjes ‘christelijk mededogen’, waar protestantse historici nog altijd naar hunkeren, is dan ook een verkeerd gestelde vraag. Zijn verdraagzaamheid wortelt in pragmatisme. Oranje zag in dat er nooit voldoende steun zou zijn voor het verzet tegen Filips II als hij zich zou verbinden aan een enkele religieuze stroming.

Natievorming

Van Stipriaan zou je, met wat slagen om de arm, kunnen plaatsen in het liberale Oranje-kamp. Tot vandaag zien historici met een zeker genoegen de oorsprong van de nationale gedachte in de 19de eeuw. Vlaggen, trommels en volksliederen moesten vorm geven aan de nieuwe natie, met als veronderstelling dat er voordien niet zoiets als een Nederlands volk bestond.

Van Stipriaan laat overtuigend zien hoe Willem en zijn intellectuele omgeving drie eeuwen eerder een natie uit de grond stampten. Het Wilhelmus was opzettelijk een vaag christelijk, nationaal getoonzet volkslied. Het was meteen populair. In pamfletten en liedjes verdween het eigenbelang van de Nassaus naar de achtergrond, om plaats te maken voor de vrijheid van het vaderland en ‘de gemene zaak’. Iedereen, zowel katholieken als protestanten, werd daar aangesproken. Het begrip Vader des Vaderlands werd al in 1571 gebruikt.

Het raadsel waar generaties historici hun tanden op stukbeten, was wat Oranje als enige uit de topadel dreef tot zijn gewapende verzet. Ondanks die 13 duizend brieven is ook deze biograaf er niet helemaal uit gekomen. Van Stipriaan houdt het op een slechte persoonlijke verhouding tussen de hoge edelman en de koning. Oranje was ‘ambitieus’ in de Franse betekenis met negatieve klank, ‘ambitieux’. Hij zou voor zichzelf het hertogdom Brabant in gedachten hebben, en het oude middenrijk Austrasië in ere willen herstellen, dat liep van de Franche-Comté, via Bourgondië, Lotharingen tot de zuidelijke Nederlanden.

Een gewaagde veronderstelling. Nooit heeft Willem van Oranje zich iets in die richting laten ontvallen. Zeker had hij de blik op Brabant gericht, zijn geliefde Breda lag er, het was met Antwerpen als handelsstad en Brussel als residentie zonder meer de hoofdprijs. Maar de bewijsvoering van Van Stipriaan gaat gepaard met heel veel misschien en wellicht, en schimmige bijeenkomsten waarvan we de portee niet kennen. Opmerkingen van Margaretha van Parma dat de edelen ‘zelf koning willen zijn’ zijn vooral typerend voor de kwaadsappige hofroddel die in Brussel welig tierde.

Soepele aanpasser

Het is de vraag of Oranje zo’n welomschreven doel voor ogen had. De opstand van de hoge adel tegen de vorst, niet alleen in Nederland maar ook in Frankrijk, had een uitgesproken conservatief karakter. Men wilde herstellen wat er was misgegaan, de teloorgang van de eigen macht, die te wijten was aan de slechte adviseurs van de koning, vaak parvenu’s zoals ‘de rode paap’ Granvelle. De tragiek van het conservatisme is het ontbreken van een helder beeld van de toekomst; er is alleen het terugverlangen naar vroeger, toen alles beter was. Bij Willem van Oranje en zijn bondgenoten was dat de tijd van Karel V of liever nog daarvoor. Maar dat was beslist meer een standsopvatting dan een persoonlijke grief.

Eigenlijk liet Oranje zich zijn leven lang leiden door de gebeurtenissen, en de laatste zes jaar liep hij achter de feiten aan, zoals Van Stipriaan schrijft. Oranje doet nog het meest denken aan de jonge Tancredi, van het wereldberoemde boek De tijgerkat van Tomasi di Lampedusa. Ook deze jonge edelman gaat meedoen aan de revolutie en als zijn oom, de prins van Salina, hem daarover kapittelt spreekt hij de fameuze woorden: ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles veranderen.’ Soepel aanpassen aan de nieuwe omgeving, of de ondergang als adellijk geslacht. Dat was de keuze. Oranje was een soepele aanpasser. Hij stierf berooid en door bijna alle partijen verlaten. Zijn nazaten en het vaderland hebben de vruchten geplukt.

null Beeld Querido
Beeld Querido

René van Stipriaan: De zwijger – Het leven van Willem van Oranje. Querido; 936 pagina’s; € 39,99.