Boekrecensie

Biograaf Ralph Bollmann laat zien hoe Angela Merkel in haar behoudende rol werd gedwongen ★★★☆☆

De nieuwe, ‘definitieve’ biografie van Angela Merkel loopt niet over van de anekdotes. Biograaf Ralph Bollmann zet haar neer als een leider die zich steeds meer veroordeeld ziet tot de rol van arbiter in een gepolariseerde wereld.

Sander van Walsum
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Van anekdotes moet de jongste, als ‘definitief’ aangeprezen biografie van Angela Merkel het niet hebben. Dat zij naar films van de Franse komiek Louis de Funès keek om vertrouwd te raken met de ‘hyperactieve politieke stijl’ van diens landgenoot Nicolas Sarkozy, is een uitzondering op die regel. Net als de terloopse onthulling dat zij in het voorjaar van 2012 met haar invalide partijgenoot Wolfgang Schäuble, op dat moment de Duitse minister van Financiën, in een bioscoop aan de Alexanderplatz naar de Franse film Intouchables ging kijken – over de lotgevallen van een dwarslaesiepatiënt en zijn uit Senegal afkomstige verzorger. ‘Ze praatten niet veel, omdat ze erna in het restaurant nog naar een voetbalwedstrijd keken’, schrijft biograaf Ralph Bollmann. ‘Maar het ging om het gebaar.’

En dan is er nog het welbekende verhaal van Merkel die tijdens een bezoek aan de Russische president Vladimir Poetin in Sotsji door zijn zwarte labrador Connie werd besnuffeld. ‘Hoewel de Russische president waarschijnlijk heel goed wist dat ik echt niet stond te popelen zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee’, tekende Merkel nadien op. ‘Je kunt zien hoe ik dapper probeer steeds naar Poetin te kijken en niet naar zijn hond.’

Vertrouwd met machisme

Met het machismo waarvan Poetin zich pleegt te bedienen, was Merkel thuis in Duitsland overigens al volop vertrouwd geraakt, door toedoen van mannelijke partijgenoten die maar niet wilden aannemen dat zij toch echt gekwalificeerd was voor haar ambten in de CDU en het landsbestuur. En door de alfamannen Gerhard Schröder en Joschka Fischer (respectievelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken van 1998 tot 2005), die vanachter de regeringstafel in de Bondsdag hun dédain voor de toenmalige oppositieleider grijnzend etaleerden. Merkel verdroeg het allemaal lijdzaam. ‘In sommige opzichten heb ik iets van een kameel’, zei ze ooit – doelend op haar fysieke en geestelijke uithoudingsvermogen.

Zij was grootmoedig genoeg om Schröder te prijzen als initiator van het programma van sociale hervormingen (‘Agenda 2010’), waarvan zij zelf de vruchten heeft kunnen plukken, en als wegbereider van haar eigen kanselierschap. Bij haar aantreden, na een benauwde verkiezingszege, genoot ze alom krediet als het frisse, wellevende alternatief van Poetin-vriend Gerhard Schröder – onder wiens leiding Duitsland als ‘zieke man van Europa’ was gaan gelden, niet zozeer vanwege de ballast van de Duitse hereniging, maar vanwege het onvermogen van de Duitsers om zich los te maken van de peperdure zekerheden van de oude Bondsrepubliek.

Dochter van het oosten

Als dochter van het oosten – Merkel werd in 1954 in Hamburg geboren, maar verhuisde kort nadien naar Templin in de DDR – merkte zij vooral de westelijke deelstaten aan als rem op de hervormingen die haar voor ogen stonden. Naar de maatstaven die zij zichzelf in 2005 had gesteld, is ze echter mislukt, oordeelt Bollmann. Haar sociaal-democratische opvolger, Olaf Scholz, kan nu poseren als vernieuwer met een programma dat herinnert aan dat van Merkel in haar beginjaren.

Dat zij in de beeldvorming figureert als het fletse tegenbeeld van Scholz en zijn ‘stoplichtcoalitie’, is enerzijds het lot van een bondskanselier die langer in functie is geweest dan Konrad Adenauer (1949-1963) en ongeveer even lang als ‘de eeuwige kanselier’ Helmut Kohl (1982-1998). Maar Merkel is ook in een behoudende rol gedwongen door de ontwikkelingen – veelal buiten Duitsland – waaraan zij het hoofd heeft moeten bieden.

Na een betrekkelijk kalm begin, waarin zij een tot dan toe incourant thema als het klimaat kon agenderen, nam haar kanselierschap de trekken aan van een permanent crisisoverleg waarin zij voor zichzelf vooral een matigende rol zag weggelegd. Of het nu ging om de Griekse schuldencrisis, de eurocrisis of de vluchtelingencrisis van 2015, steeds zocht zij het midden tussen uiteenlopende standpunten. Haar standpunten werden meer bepaald door het krachtenveld waarin zij zich bevond dan door eigen opvattingen: dat lag nu eenmaal besloten in haar rol als mondiale arbiter.

Sporadisch impulsief

Tweemaal liet zij zich leiden door een impulsiviteit die haar doorgaans vreemd was: na de bijna-ramp met de kerncentrale in het Japanse Fukushima in 2011 besloot zij, met de woorden ‘dat was het dan’, onverhoeds tot de sluiting van de (overwegend moderne) kerncentrales in Duitsland, waarvan zij de looptijd eerder nog had verlengd. En in de zomer van 2015 maande zij haar landgenoten tot een gastvrij onthaal van (overwegend Syrische) vluchtelingen die op dat moment door Europa doolden. Het terloops uitgesproken ‘Wir schaffen das’ is het meest memorabele – en omstreden – zinnetje uit haar lange loopbaan. Bollmann sluit niet uit dat Merkel hiermee zelfs bijdroeg aan de wasdom van het pro-Brexit-sentiment in Groot-Brittannië.

Juist op de schaarse momenten waarop Merkel brak met haar academische bezonnenheid werd haar DDR-verleden voelbaar. In die zin was Merkels sporadische impulsiviteit weer niet zo atypisch. Zo was zij, aldus Bollmann, vooral zo geschokt door het ongeluk met de kerncentrale in Fukushima omdat zij meende dat zoiets alleen in het voormalige Oostblok had kunnen gebeuren – indachtig de kernramp van Tsjernobyl in 1986. En ‘Wir schaffen das’ was een moreel gebod van een vrouw die haar ouders na de bouw van de Berlijnse Muur ‘voor het eerst compleet radeloos en sprakeloos [had] meegemaakt’, maar die er nochtans van overtuigd was dat de Duitse deling een gerechtvaardigde straf was geweest voor de nazimisdrijven.

‘Angela Merkel was de laatste regeringsleider van het Westen van wie de levensloop nog diep geworteld was in de catastrofes van de twintigste eeuw’, schrijft Bollmann. Alleen al om die reden moet haar vertrek worden betreurd.

Ralph Bollmann: Angela Merkel – De kanselier en haar tijd. Uit het Duits vertaald door Anne Folkertsma en Jansje Post. De Arbeiderspers; 789 pagina’s; € 35.

null Beeld De Arbeiderspers
Beeld De Arbeiderspers