Bill Gates' geld kan ook opraken

Nog geen tien jaar nadat de Muur is gevallen wordt er een nieuw IJzeren Gordijn opgetrokken. Of liever gezegd, een Digitaal Gordijn, want de barrière wordt geïnstalleerd op Internet....

Een voorbeeld van het digitaal imperialisme is de Internet Explorer. Microsoft dwingt computerfabrikanten die Internetbrowser standaard met pc's mee te leveren. En een kenmerk van de browser is dat je hem niet - of althans nauwelijks - kunt verwijderen. Met die tactiek tracht Microsoft zijn grote concurrent Netscape om zeep te helpen. Verder introduceert Microsoft naar hartelust technieken op het net die alleen met Windows kunnen worden gebruikt, terwijl het mooie van Internet ooit was dat het netwerk onafhankelijk van de verschillende computersystemen functioneerde.

De strategie moet ertoe leiden dat informatie ontoegankelijk wordt voor wie zich niet wil onderwerpen aan de door Microsoft opgelegde standaarden. Op Internet ging de afgelopen weken bijvoorbeeld het gerucht dat de nieuwste Internet Explorer ongemerkt een stukje code in de computer stopt waardoor pagina's die worden opgevraagd met Netscape slechter ogen. De Amerikaanse justitie kondigde deze week aan Microsoft te vervolgen wegens schending van de anti-monopoliewetten.

Het de vraag of Microsoft in staat zal zijn te winnen. Internet is voor Microsoft wat de personal computer was voor IBM. Bill Gates kreeg zijn kans, omdat IBM de waarde van de pc onderschatte. Nu lijkt Gates op zijn beurt het net te onderschatten. Hij heeft al een aantal malen flink misgekleund met het net. Zo stelde hij drie jaar geleden nog dat Internet niet interessant was.

Het bedrijf steekt thans sloten met geld in het wegwerken van de Internetconcurrentie. Dat is echter een gevecht tegen windmolens. Internet slaat namelijk Microsofts belangrijkste wapen uit handen: de distributie. Microsoft bestaat dankzij uitgekiende distributietactieken. Zo worden pc-fabrikanten gedwongen een versie van het Windows 95-systeem af te nemen voor iedere computer die ze produceren, ongeacht of ze het systeem daadwerkelijk installeren.

Distributie is echter geen probleem op Internet. Het net ís distributie en dat leidt ertoe dat programma's in hoog tempo populair kunnen worden. Vaak gaat het dan om software die door enthousiaste lieden is gemaakt. De eerste versie van Netscape bijvoorbeeld werd in drie maanden geschreven door de student Marc Andreessen, thans een van de grote spelers op de software-markt. Microsoft onderkende dat te laat en investeert nu een vermogen om Netscape alsnog van de markt te drukken.

Terwijl deze veldslag om de browsers in alle hevigheid woedt, rukken er langs andere kanalen nieuwe programma's op, zoals ICQ het product van vier jonge Israeliërs dat met vier miljoen gebruikers marktleider is op het gebied van directe communicatie. Het verslaan van ICQ zal Microsoft wederom de nodige bakken geld kosten. Dit is een zich oneindig herhalend proces. Microsoft zal steeds veel geld moeten investeren om hobbyisten van zich af te slaan. Het web bijvoorbeeld is begin jaren negentig bedacht door Tim Berners-Lee, medewerker van het natuurkundig laboratorium CERN.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat die geschiedenis zich niet zal herhalen. Binnen enkele jaren zal iemand een beter systeem bedenken dat vervolgens in hoog tempo populair wordt. En Microsoft zal dan opnieuw veel kapitaal moeten investeren om bij te blijven. En hoeveel geld Gates ook heeft, het kan altijd opraken. Internet kan daarom wel eens het Waterloo van Microsoft worden. Tenzij het bedrijf zich normaal gaat gedragen en de monopolie-ideologie opgeeft. Maar daar is vermoedelijk een revolutie voor nodig.

Francisco van Jole

Meer over