Fotografie

Bill Brandt staat bekend als een van de beste Britse fotografen, maar zo Brits en ‘fotograaf’ was hij niet

Francis Bacon on Primrose Hill, London, 1963  Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd.
Francis Bacon on Primrose Hill, London, 1963Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd.

Bill Brandt ( 1904-1983 ) wordt beschouwd als een van de beste Britse fotografen van de 20ste eeuw. Maar wie zich in hem verdiept, bijvoorbeeld door naar de overzichtstentoonstelling The Beautiful and the Sinister in Foam te gaan, vraagt zich al snel af: hoe Brits en ‘fotograaf’ was hij eigenlijk?

Michiel Kruijt

Het lijkt alsof de fotograaf toevallig de schilder in een park was tegengekomen en nog net op tijd zijn camera in stelling had weten te brengen. Bill Brandt legde in 1963 Francis Bacon van dichtbij vast terwijl die in de schemering een heuvel afloopt. De kunstenaar staat op het punt internationaal bekend te worden, maar ziet er terneergeslagen uit. Zijn gelaatsuitdrukking en de rij van brandende lantaarnpalen achter hem doen denken dat hij aan zijn laatste wandeling bezig is.

Bacon (hij overleed pas in 1992, na een hartaanval) schijnt de foto te hebben gehaat. Toch is die heel bekend geworden. Daar is de mooie compositie zeker debet aan, maar ook de gekwelde blik die Brandt in het voorbijgaan wist te vangen.

Van een vluchtige ontmoeting was echter geen sprake; de opname is geënsceneerd. Brandt had zelfs de locatie uitgekozen, vertelde hij twintig jaar later tijdens een BBC-interview, een van de weinige vraaggesprekken die hij zou toestaan. Het was puzzelen geweest met het licht. Hij wilde dat de lampen in de lantaarnpalen aan waren, maar de hemel mocht nog niet te donker kleuren. Gelukkig had Bacon goed meegeholpen.

Bill Brandt in 1980. Beeld ANP / Magnum Photos
Bill Brandt in 1980.Beeld ANP / Magnum Photos

Het portret van de schilder en 180 andere zwart-witopnamen van de fotograaf zijn nu te zien in het Amsterdamse fotomuseum Foam. Bill Brandt (1904-1983) wordt beschouwd als een van de beste Britse fotografen van de 20ste eeuw. Hij excelleerde op meerdere terreinen. Hij maakte naam omdat hij zowel de Engelse boven- als onderklasse vereeuwigde en daarmee de tweedeling in het land. Daarna schoot hij prachtige portretten, intrigerende landschappen en naaktfoto’s, die hallucinerend of bijna abstract zijn.

De titel van de tentoonstelling is toepasselijk: The Beautiful and the Sinister. Die is geïnspireerd, verklaart de Spaanse curator Ramón Esparza tijdens een rondleiding, op een filosofisch idee dat deze twee begrippen in elkaars verlengde liggen.

De titel slaat ook op het leven van de fotograaf. Toen hij niet lang na het BBC-interview overleed, bleek er meer geënsceneerd te zijn dan alleen zijn portretten.

Top Withens West Riding Yorkshire, 1945. Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd
Top Withens West Riding Yorkshire, 1945.Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd

Moment van de waarheid

‘Ik had het geluk dat ik mijn carrière kon starten in Parijs in 1929’, schreef Bill Brandt in een ‘statement’ dat bijna veertig jaar later werd gepubliceerd in een Brits fotografieblad. Parijs was de kunsthoofdstad van de wereld. Brandt mocht drie maanden werken met de fotograaf Man Ray, die bevriend was met tal van surrealisten. Terugkijkend zag hij, aldus zijn verklaring, dat in die tijd een ‘poëtische school’ tot ontwikkeling kwam en een ‘documentaire, moment-van-de waarheid-school’. ‘Ik was door beide aangetrokken, maar toen ik terugkeerde naar Engeland in 1931, en in de tien jaar daarna, concentreerde ik me alleen op het documentaire werk.’

In Groot-Brittannië ging hij fotograferen in opdracht van tijdschriften. In 1936 zag zijn eerste fotoboek het licht, The English at Home. Dat heeft bijna antropologische betekenis; het bevat zowel beelden van bittere armoede (een moeder met drie kinderen in een piepkleine kamer) als van de happy few (een poepchic tuinfeest). Brandt verklaart later dat zijn boek niet was bedoeld als politieke propaganda, maar dat hij het sociale contrast visueel aantrekkelijk vond.

Hij reisde naar het noorden van Engeland, waar hij de crisis documenteerde die het gevolg was van verdwijnende industrieën. De foto die hij in 1937 nam van een werkloze mijnwerker, werd een pijnlijk symbool daarvan. De man loopt op een zandpad gebogen naast zijn fiets, waarop een zak met kolen ligt. Na een dag is dat alles wat hij bij elkaar heeft weten te sprokkelen.

Een jaar later verscheen A Night in London, dat geënt was op een boek van de – door Brandt zeer bewonderde – Hongaars-Franse fotograaf Brassaï. Het lijkt of Brandt op één avond een lange reportage over het avond- en nachtleven heeft geschoten, maar de meer dan zestig foto’s in het boek zijn gedurende enkele jaren gemaakt. A Night in London werd tegelijkertijd uitgebracht in Londen, Parijs en New York. Zijn naam was gevestigd.

Nadat de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, kreeg hij een grote opdracht van de Britse overheid. Brandt moest de Londenaars fotograferen die uit angst voor de bombardementen in metrostations sliepen. Ook diende hij met zijn camera architectonisch interessante gebouwen vast te leggen, voor het geval dat die zouden worden weggevaagd. Tijdens de Blackout, waarbij alle ramen en deuren waren verduisterd om te voorkomen dat Duitse bommenwerpers de stad makkelijk konden vinden, maakte hij bijzondere opnamen van verlaten straten in maanlicht.

Elephant & Castle Underground, 1940. Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd.
Elephant & Castle Underground, 1940.Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd.

Na de oorlog stopte hij met het documentaire werk; veel andere fotografen hadden zich hier inmiddels ook op gestort. ‘Bovendien was mijn hoofdthema van de afgelopen jaren verdwenen’, stelde hij in 1948 in het voorwoord van weer een nieuw boek. ‘Engeland was niet langer een land met een uitgesproken sociaal contrast.’

Op bevrijdingsdag, zo wil het verhaal, schoot hij zijn eerste naaktfoto. Met een groothoeklens die vervormingen opleverde, creëerde hij daarna in zijn victoriaans gemeubileerde woning vreemde, droomachtige beelden van ontklede vrouwen. De foto’s doen sterk denken aan het werk van surrealistische kunstenaars – zijn verblijf in Parijs had duidelijk een grote indruk achtergelaten – maar roepen ook vragen op over de aard van zijn fantasieën. Zijn werk werd steeds abstracter; in latere blootfoto’s is soms nauwelijks nog een vrouw te onderscheiden.

Hij specialiseerde zich ook in het portretteren van kunstenaars, dichters en schrijvers. Die moeten zich voegen naar zijn ideeën; Brandt schijnt opdrachten te hebben geweigerd als hij zijn zin niet kreeg. Opvallend zijn de van dichtbij genomen (of sterk uitvergrote) foto’s van het linker- of rechteroog van beroemde kunstenaars, zoals Jean Arp en Alberto Giacometti. ‘Hij liet het oog zien van de kunstenaars die de manier veranderden waarop wij naar de wereld kijken’, stelt curator Esparza.

Aan het eind van zijn leven was de fotograaf – inmiddels een zware diabetespatiënt met paranoïde trekken – zelf een gevierd persoon. De zweem van mysterie die rondom hem hing, leek zijn populariteit alleen maar te hebben vergroot. Grote musea hadden tentoonstellingen georganiseerd met zijn werk. Brandt, Britser dan Brits in zijn voorkomen, had zijn stempel gedrukt op de fotografie.

Nude London, 1952. Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd
Nude London, 1952.Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd

Duitse afkomst

Bill Brandt is helemaal niet geboren in het Verenigd Koninkrijk. Zijn hele leven heeft hij dat beweerd, maar na zijn dood bleek dat dit niet waar is. Hij kwam ter wereld als Hermann Wilhelm Brandt in een gegoede familie in Hamburg, als tweede zoon van de vier die er zouden komen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hun vader gevangengezet, omdat hij de Britse nationaliteit bezat – die had hij verkregen omdat hij in Londen was geboren. Na een half jaar kwam hij weer vrij. Toen Bill na de oorlog naar een kostschool werd gestuurd, werd hij gepest met zijn ‘Britse’ vader.

Hij zou nog meer te verduren krijgen: Bill liep tuberculose op en bracht jaren door in kuuroorden in Zwitserland. Omdat psychoanalyse zou helpen bij het genezen van deze potentieel dodelijke ziekte, trok hij in 1927 naar Wenen. Daar liet hij zich onderrichten in fotografie. Al was hij de zoon van een gefortuneerde familie, hij moest toch een beroep hebben. Na zijn verblijf in Parijs vestigde Brandt zich begin jaren dertig met zijn Hongaarse vrouw in Engeland. Hij keerde niet daarnaar terug, zoals hij in zijn statement schreef.

Een deel van zijn familie woonde daar al. De rest was ook daarheen verhuisd toen Groot-Brittannië in 1939 de oorlog verklaarde aan nazi-Duitsland. Alle zonen zetten zich in voor de Engelse zaak. De oudste, een bankier, ging voor een spionage- en propagandadienst werken. De derde zoon, een acteur die communistisch was geworden, kwam als gewetensbezwaarde op de ambulance terecht. De jongste werd RAF-piloot en bombardeerde Duitse steden. Hij kwam om toen zijn toestel in 1942 werd neergehaald en werd begraven op een militair kerkhof, niet ver van Hamburg.

Bill, die ondanks zijn Duitse achtergrond foto-opdrachten kreeg van de Britse overheid, vond bijna de dood tijdens een bombardement op een trein waarin hij zat. De tweeslachtige positie waarin hij verkeerde en het anti-Duitse sentiment na de oorlog moeten de oorzaken zijn geweest dat hij verdoezelde waar zijn wieg had gestaan.

St Pauls Cathedral in the Moonlight, 1942. Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd
St Pauls Cathedral in the Moonlight, 1942.Beeld Bill Brandt / Bill Brandt Archive Ltd

Retoucheren en bewerken

Zijn mysterieuze inslag beperkte zich niet tot zijn levensloop, ook over zijn werk was Brandt niet helemaal oprecht. Op een flink aantal van zijn vroege Londense foto’s blijken familieleden en vrienden te staan die op verzoek iets hebben geacteerd, bijvoorbeeld een ruzie tussen echtgenoten. Lang werd gedacht dat Brandt een levensecht beeld had geschoten van een deftig geklede heer die op een mistige ochtend dronken tegen een lantaarnpaal hangt. Maar het is Rolf, de broer die na hem kwam. Hij werd het vaakst ingezet.

Er waren in die tijd meer fotografen die reportagefoto’s publiceerden die vermoedelijk niet echt zijn, Brassaï schijnt zich hieraan ook schuldig te hebben gemaakt. Daar was een praktische reden voor: camera’s hadden destijds zo’n lange sluitertijd dat het moeilijk was om in het donker het moment suprême te vangen. Het kan best zijn dat Brandt iets heeft gezien dat hij daarna heeft geprobeerd te reproduceren.

Maar hij lijkt er ook een handje van te hebben gehad om informatie achterwege te laten als het hem goed uitkwam. Bij zijn veelgeprezen foto uit 1936 van twee dienstbodes die klaarstaan om het diner op te dienen, liet Brandt onvermeld dat de twee vrouwen voor een rijke oom van hem in Londen werkten.

In de donkere kamer schaafde hij lang aan zijn afdrukken – alles is daar toegestaan, zei hij in het BBC-interview. Hij verzweeg echter dat hij ook negatieven combineerde tot een nieuw beeld. Algemeen wordt aangenomen dat zo bijvoorbeeld Top Withens (1945) tot stand is gekomen, de foto van het afgelegen huis dat een rol zou hebben gespeeld in Emily Brontës roman Wuthering Heights. Brandt beweert in zijn statement dat hij het huis in de zomer en in november van 1944 vastlegde, maar pas tevreden was toen hij het in februari nog een keer schoot na een hagelbui. Met de foto van november is niks mis. Maar op de versie van februari komt de lichtinval op het woeste gras voor het huis uit een andere hoek dan die van de dreigende lucht daarachter.

Deze versie van Top Withens was een favoriet van de kunstenaar David Hockney. Toen hij na de dood van Brandt erachter kwam hoe de vork in de steel zat, was zijn oordeel hard, ook al had Brandt hem gefotografeerd en hij Brandt en diens derde vrouw. Met een collage is niks mis, zei Hockney, zolang maar duidelijk is dat het er een is. Dit was volgens hem een voorbeeld van ‘stalinistische fotografie’.

Eveneens is vast komen te staan dat Brandt zijn foto’s retoucheerde – ‘bewerkte’ is in een aantal gevallen een beter woord. Hij schrok er bijvoorbeeld niet voor terug om een dreigende rookpluim aan een opname toe te voegen. Dat was heel andere koek dan de strenge arbeidsethiek van zijn beroemde collega en tijdgenoot Henri Cartier-Bresson. Die stelde dat de fotograaf niet de werkelijkheid mag manipuleren tijdens het maken van foto’s, noch de resultaten daarvan mag veranderen in de donkere kamer.

Het gegoochel van Brandt met zijn werk was, naast zijn enorme talent, de reden dat Foam de expositie naar Nederland haalde, zegt hoofd tentoonstellingen Claartje van Dijk. Een deel van het publiek zal mogelijk zijn manipulaties afkeurenswaardig achten. Maar een andere conclusie is ook mogelijk: Brandt begon zijn werkzame leven als fotograaf, maar was eigenlijk kunstenaar; elke foto moest het beeld weergeven dat hij in zijn hoofd had.

Toen het portret van Francis Bacon enorm werd uitvergroot ten behoeve van een eerdere tentoonstelling in Barcelona, ontdekte Ramón Esparza dat ook daaraan iets is toegevoegd: een eenzame lantaarn boven op de heuvel. ‘Die staat niet op het negatief’, zegt de curator, ‘die is door Brandt aangebracht. Op alle afdrukken die hij heeft gemaakt.’

Bill Brandt – The Beautiful and the Sinister, Foam, t/m 18/5. Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen: Bill Brandt (€ 63,95). Bij het schrijven van dit artikel is gebruikgemaakt van de biografie die Paul Delaney in 2004 over de fotograaf uitbracht: Bill Brandt – A Life.

Bill Brandt-archief

Bijna alle foto’s die in Foam zijn te zien, komen van het Bill Brandt Archive in Londen. Dat wordt gerund door een kleinzoon van Bill Brandts derde vrouw - hij is door haar opgevoed en maakte de fotograaf een tiental jaar mee. De kleinzoon woont in het Londense appartement waar Brandt resideerde tot aan zijn dood - dat is in de familie gebleven . Op de gevel herinnert een plakkaat eraan dat de fotograaf daar leefde.