Bijzettafeltje van de sport

De sportredactie van de Volkskrant heeft 36 jaar lang op de achterpagina gekozen voor een andere benadering van de (top)sport....

Als afscheid inderdaad een beetje sterven is, dan draagt de sportredactie vandaag de achterpagina ten grave. Het was een pagina als een bijzettafeltje vol lekkernijen.

Oud-columnist Jan Mulder: ‘Er viel altijd een hoop te lezen. Ik weet van een hoop mensen dat ze de krant van achteren naar voren lezen. Nou, dan was je op maandag goed uit.’

Op de sportredactie hangt, ingelijst en wel, het allereerste exemplaar van de achterkant van het maandagse sportkatern. Het jaar was 1973. The Eagles maakten furore met de single Desperado, de griezelfilm The Exorcist zette een trend en de Nederlandse hockeyers werden in Amstelveen wereldkampioen. Het verslag stond de volgende dag, maandag 3 september, op de achterpagina.

Als de cijfers kloppen, zijn nadien 1.501 sportieve achterpagina’s verschenen. De sportredactie heeft 36 jaar lang getracht eer te leggen in een andere benadering van de topsport. Ruim baan voor fotografie, een afwijkende toon in de artikelen, de rubriek Keerzijde diende een vrijplaats te zijn voor andersoortig nieuws en opeenvolgende columnisten trokken lezers die de voorgaande sportpagina’s vaak ongelezen lieten.

Ronald ten Brink en Hans van Wissen waren in die jaren de drijvende krachten achter de realisering. Dat was nog een flinke klus, zegt Ten Brink, omdat achterpagina’s een commercieel domein vormden. Bedrijven adverteerden toen nog graag en veel in dagbladen. De laatste pagina was een aantrekkelijke plek. De betreffende afdeling vond het dus zonde om deze gewilde plek zomaar prijs te geven, maar de journalistieke vernieuwing won het toch.

Werd in latere jaren gestreefd naar onderscheidende reportages, bij aanvang was de achterpagina vooral bedoeld voor sportieve krachtmetingen die te kort kwamen door alle aandacht voor voetbal. Het latere onderscheid in journalistieke genres was nog niet van toepassing. De verslaggever gaf verslag.

Daarom ging de eerste keer ook alle aandacht naar de finale van het WK hockey. Redacteur Henk Huurdeman verzorgde de column, Van Wissen vulde zijn eerste van een lange reeks Keerzijden en er was ook nog een kolom vrijgemaakt voor redactionele commentaren. Daarin werd schande gesproken van de strafballen die de beslissing in de hockeyfinale hadden geforceerd. Met die commentaren was het snel afgelopen. Daarvoor was deze ruimte niet bedoeld.

Met de komst van Jan Mulder als columnist kreeg de achterpagina vanaf 1982 gedurende bijna twintig jaar een eigen gezicht. Mulder was een geduldige visser. Hij wachtte tot de televisie zondag klaar was met de voetbalsamenvattingen, in de vaste overtuiging dat er altijd wat te vangen was.

‘In een sportweekeinde gebeurt altijd wel wat. Je had het stiftje van Panenka of ik maakte van Clarence Seedorf een passagiersschip, haha. Als ik toch niets had, greep ik naar mijn andere binnenzak en haalde een eigen herinnering op. Wat mij betreft moest het vooral onderhoudend zijn, niet opiniërend. Ik kan me ook geen vlammende column herinneren. Voor mij zat het plezier in het schrijven. Het onderwerp was van minder belang.’

Mulder heeft altijd lol gehad in het podium dat de krant hem bood. Maar in 2001 was hij er klaar mee. ‘Ik merkte dat ik mezelf begon te herhalen. Een derde generatie voetballers over wie je dan in feite dezelfde dingen schrijft.’

Met redacteur Bert Wagendorp had de Volkskrant de natuurlijke opvolger van Mulder in huis. Wagendorp begon er met het grootst mogelijke plezier aan. ‘Sport is voor mij het mooist om over te schrijven. Je kunt er alle kanten mee op, van diep filosofisch tot pure slapstick. Ik heb vaak zitten schateren achter mijn computer. Ik kon zo door mijn eigen fantasie worden meegevoerd.’

Wagendorp had zichzelf ten doel gesteld zo vaak als mogelijk de actualiteit te verslaan. Dat maakte zijn weekeinden tamelijk stressvol. ‘Als Erben Wennemars een kwartier lang huilt, omdat hij een wereldrecord rijdt, wil je dat niet missen.’ Bert Wagendorp stopte in 2006, nadat hem was gevraagd in de voetsporen van Jan Blokker te treden als schrijver van cursiefjes.

Laatste in deze reeks is Nico Dijkshoorn. Het was voor Dijkshoorn een gedroomde plek als hartstochtelijk bewonderaar van columnist Mulder. Hij heeft zich altijd gemanifesteerd als de geïnteresseerde buitenstaander met een goed oog voor de absurditeiten van de sport.

‘Ik ben geen sportfreak die de opstelling van het Nederlands elftal in 1973 kan opdreunen. Als je mijn columns terug leest, spreekt er vooral verontwaardiging uit, een grote hang naar authenticiteit. Daar ging het mij om.’

Meer over