bladargus

Bij veteranenbode Argus heeft iedereen recht op zijn eigen hobby

Wat is lezenswaardig deze week? Argus pakt groots uit bij het 100ste nummer.

Nummer 100 van de onvoorspelbare en eigenzinnige veteranenbode Argus (anno 2017) is van de persen gerold en dat moest worden gevierd. Er is een Arguslied gemaakt. Een van de twee hoofdredacteuren, Rudie Kagie (ex-Vrij Nederland), is hier laaiend enthousiast over. De makers hebben volgens hem niets minder dan ‘goud in handen’.

Dat is nog niet alles, volgens Kagie. Huisdichter Jan Boerstoel van Argus heeft een ‘pareltje’ geschreven, ‘gevat, wervend en prikkelend’ dat ‘luisteraars in hun waarde laat’. Een citaat uit het pareltje: ‘Wanneer je Argus leest, is het een vriend die je ontmoet, één groot herkenningsfeest, je voelt je thuis, je voelt je goed.’

Waar de ernst ophoudt en de ironie begint is niet altijd even duidelijk. Argus gaat over van alles en nog wat en is tegelijkertijd belangwekkend en oninteressant. Als een krant een auteurskrant is, is deze het. Merendeels oudere en nog oudere gepensioneerde journalisten maken toevallig zelf wel uit wat ze schrijven.

Bij dit tweewekelijkse ‘opinieblad’ heeft iedereen recht op zijn eigen hobby. Daardoor gaat het even makkelijk over de toekomst van het Chinees, over nazimartelaar Horst Wessel en Henny Huisman als over linkse politiek, de lezing van André van Duin tijdens dodenherdenking en woestijnnomaden.

Ouwelijk is Argus bepaald niet. René Appel bijvoorbeeld, keek naar een kookprogramma van Omroep Max – dat dan weer wel – en concludeerde dat kok 1 tijdens het kokkerellen 26 keer het woord ‘mooi’ zegt en kok 2 wel 31 keer het woord ‘lekker’. Het gekke is: het werkt, deze ratjetoe, al moet je om het echt te waarderen misschien wel een bepaald leeftijd hebben bereikt.

Het reeds genoemde Arguslied wordt gezongen door Edwin Rutten en staat – jawel – op YouTube. Het blijkt een tango te zijn geworden.

De redactie heeft meer slingers opgehangen. Bij nummer 100 hoort een bijlage waarin iedereen net doet alsof het 2031 is. Alsof dat nog niet genoeg is, schreef John Jansen van Galen een essay, een essaytje eigenlijk, over het gebruik van het woord ‘ik’ in stukken, ofwel over ego-journalistiek. Ook in Argus is het schering en inslag, tot afschuw van de machteloze hoofdredactie.

Het grootste nieuws wordt gemeld door de andere hoofdredacteur, Paul Arnoldussen (ex-Parool). De razende reporter uit de strip Tom Poes naar wie zijn blad is vernoemd, krijgt een eigen beeldje, in brons. Het zal worden geplaatst op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, tot de jaren zestig het krantencentrum van Nederland.

Van zelfophemeling is geen sprake, benadrukt Arnoldussen. Het beeld is een ode aan de eenvoudige, nijvere, niet volmaakte journalist.

Meer over