Bij Toon gebeurde nooit zomaar iets

Hij kon meesterlijk doorzagen over niets, en deed dat in beginsel voor iedereen: vooral niet te moeilijk. Dat geldt ook voor zijn niet-verbale werk, blijkt in Sittard....

Van onze medewerker Patrick van den Hanenberg

Sittard Dit jaar heeft Sittard iets weg van een bedevaartoord, een bijna heilige plek voor Toon-aanbidders. En je hoeft er niet eens katholiek voor te zijn, ofschoon het wel helpt.

Tien jaar na de dood van Sittards beroemdste zoon kan de liefhebber zich vermaken met een Toon-stadswandeling (van geboortehuis tot begraafplaats), muziekavonden, het Toon Hermans Humor Festival, de musical Toon en een smakelijk ingerichte tentoonstelling in museum Het Domein.

De tentoonstelling Typisch Toon – Het multitalent Toon Hermans benadrukt naast de theaterkunsten vooral zijn schildertalent. Net als in zijn liedjes, conferences, affiches en toneelaankleding zit er veel zon en kleur in de (bijna altijd onbevolkte) landschappen, stillevens en (zelf)portretten. Vaak geschilderd met stevige lagen verf over elkaar en met een onbevangen naïviteit, die doet vermoeden dat hij veel naar de Cobra-schilders heeft gekeken.

De eerste zeven levensjaren van Hermans (1916-2000) zijn onbezorgd. Zijn vader behoort als directeur van de Sittardse Bank tot de notabelen van de stad. Maar de bank gaat failliet door de devaluatie van de Duitse Mark in 1924 en de directeur komt op straat. Een paar jaar later sterft hij en laat het gezin, een ziekelijke moeder en vijf zoons, in pure armoede achter. Toon krijgt met gekke stemmetjes, dansende broodkruimeltjes op tafel en malle fratsen met een touwtje zijn diepbedroefde moeder soms onbedaarlijk aan het lachen.

Hij schildert de prijskaartjes van de lokale schoenenwinkel en richt de etalage in. Na een mislukte handstand in de etalage, waarbij een grote winkelruit sneuvelt, wordt hij ontslagen. Hij maakt tekeningen en schilderijtjes die hij in de dorpen in de omgeving probeert te verkopen. De Sittardse schilder George Tielens neemt hem een tijdje onder zijn hoede, maar het theater blijkt toch zijn grootste liefde.

‘Dingetje van niks’
De Limburgse bron is in zijn repertoire altijd duidelijk zichtbaar gebleven. Niet alleen vanwege de vele verwijzingen naar het katholieke geloof met alle vrolijke eigenaardigheden als processies, heiligenverering en grote gezinnen. In de beroemde conference over de stoel waar zijn zuster ooit als actrice op heeft gezeten (een zus die hij nooit heeft gehad) horen we het lokale sjaele zeiver, het eindeloos doorzagen over helemaal niets. De echte stoel staat naast een videoscherm met een zalig melig ouwehoerende Toon Hermans. De plooien in het gordijn en het ‘dingetje van niks’ onderaan de microfoonstandaard waar het snoer achter blijft haken, zijn voor Toon onbeduidende aanleidingen om de zaal helemaal lam te krijgen.

Na een gelukkig makende opwarm-filmcollage van ruim een half uur met hoogtepunten (Snieklaas, Wat ruist er door het struikgewas), volgt een Sittard-zaal en een goed gevulde schilderijengalerij. Een mooi origineel rustpunt is een hoekje met achterbanken van een auto. Hermans filmde op weg naar theaters regelmatig vanuit zijn Mercedes het Nederlandse landschap, om daar later weer schilderijtjes van te maken. We zien zowel de filmpjes als het schilderresultaat. Via een ruimte die als kapel voor zijn vrouw en muze Rietje is ingericht, komen we in de nok van het gebouw aan het hart van de tentoonstelling, zijn theaterwerk.

De mythe van een improviserende artiest, die alles aan het toeval overliet en niet naliet om te roepen dat hij maar wat deed, is al eerder doorgeprikt. Op ‘de kolderzolder’ van de tentoonstelling, boordenvol film- en geluidmateriaal en met een pracht aan showattributen, affiches, notitieboekjes en spiekbriefjes is nog eens heel goed te zien met wat voor nauwgezetheid Hermans zijn shows voorbereidde, zodat alles exact op de juiste plek zou vallen. Je krijgt niet zomaar een bomvol Carré letterlijk piesend van het lachen.

Ook zien we wat Engelstalige stukken, want Hermans heeft serieus geprobeerd Broadway te veroveren. Het is er niet van gekomen. Na een hoopvolle aanloop in Canada besloot hij New York te laten zitten. Hij vond het lastig om zijn stijl aan te passen aan de smaak van de Amerikaanse bezoeker en hij zag er vooral tegen op om lang van huis te zijn. Hermans is altijd Europeaan, altijd Nederlander, of eigenlijk altijd Limburger gebleven.

In 1968 werd Hermans nog genadeloos geparodieerd door Frans Halsema: ‘Heeft u dat ook? Dat als Toon Hermans ouwehoert / van: het is hier op aarde nog niet zo beroerd. / Dan denk ik: bah. / Heeft u dat ook? Dat als hij naar zijn handen kijkt / of over vogels en lente zeikt. / Dan denk ik: bah.’

Eeuwige vrolijkheid
De kritiek op die eeuwige vrolijkheid en Méditerranée-adoratie is verstomd. Wim Sonneveld en vooral Wim Kan dreigen ten onder te gaan in de tijd, maar de tijdloze humor van de derde van De Grote Drie blijft overeind. Geen engagement of politieke toespelingen, alles waarvoor enige kennis noodzakelijk was om het te begrijpen werd eruit gehaald, onder het motto: ‘Kennis is macht, en macht is een vervelend ding.’

En daarin zit dan misschien toch een vorm van engagement, namelijk het uitgangspunt om toegankelijk te zijn voor alle lagen van de bevolking.

Aan het eind van de tentoonstelling is een auditieruimte ingericht waar de bezoeker zijn artistieke kunsten kan vertonen, om vervolgens op dezelfde wijze als de schuchtere goochelaar ‘de doif ist tot’-Hartmann zakelijk de deur te worden gewezen.

Meer over