Film

Bij Paul Thomas Anderson is ‘de Valley’ een plek waar alles kan gebeuren

Met zijn brede straten met gezinshuizen kan San Fernando Valley, vlak boven Los Angeles, doorgaan voor zo’n beetje elke verstedelijkte Amerikaanse omgeving. Maar in de films van regisseur Paul Thomas Anderson ligt in de wat non-descripte ‘Valley’ juist op iedere straathoek een sterk verhaal voor het oprapen.

Pauline Kleijer
Alana (Alana Haim) en Gary (Cooper Hoffman) in ‘Licorice Pizza’. Beeld
Alana (Alana Haim) en Gary (Cooper Hoffman) in ‘Licorice Pizza’.

San Fernando Valley, 1973. De 15-jarige Gary (Cooper Hoffman) ontmoet de vrouw van zijn leven terwijl hij in de rij staat voor de schoolfotograaf. Ze heet Alana (Alana Haim), is een stuk ouder dan hij en moet uiteraard niets van hem weten. Toch blijven ze elkaar tegenkomen, de zelfverzekerde tiener die een klein beetje beroemd is (als kindacteur heeft hij bescheiden succes gekend) en de dolende begintwintiger die nog bij haar ouders woont.

Licorice Pizza, van de Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson, is een film over liefde, vriendschap en nog veel meer – het scenario is een hoogstandje van freewheelende vertelkunst: nooit weet je wat er gaat gebeuren, een dag kan eindigen met een motorstunt, op het politiebureau of gewoon thuis voor de tv. Het hangt er maar van af wie Alana en Gary tegenkomen op hun tochten door de stad. Op iedere straathoek ligt een sterk verhaal voor het oprapen. En daarmee is Licorice Pizza vooral ook een film over San Fernando Valley.

‘The Valley’, in feite een enorme buitenwijk ten noorden van Los Angeles, is de plek waar regisseur Anderson opgroeide. Ook zijn films Boogie Nights (1997), Magnolia (1999) en Punch-Drunk Love (2002) speelden zich er af. Op zich niets bijzonders, want locaties in de Valley zijn altijd populair geweest bij filmmakers. Vooral uit gemakzucht: de vallei ligt niet heel ver van Hollywood, sommige filmstudio’s zijn er zelfs gevestigd. Bovendien kan de plek doorgaan voor zo’n beetje elke verstedelijkte Amerikaanse omgeving. Films als E.T. en Back to the Future werden er opgenomen, niet om de couleur locale, maar juist om het blanco canvas van de brede straten met hun typisch Amerikaanse gezinshuizen. Als de Valley werd gebruikt als decor, dan meestal anoniem.

Een non-descripte plaats met een sullig imago, een plek waar op wordt neergekeken, dat is San Fernando Valley. Er wonen 1,8 miljoen mensen en die zouden, als je de verhalen mag geloven, allemaal liever verhuizen. Omdat de vallei ingeklemd ligt tussen de bergen, is het er een groot deel van het jaar bloedheet. Het drukke verkeer zorgt voor smog en de stad is gebouwd met een schrikbarende planologische nonchalance: hier een meubelboulevard, daar een parkeerplaats, daar een stukje niets en dan nog een achtbaansweg, midden in een woonwijk. De meeste gebouwen zijn vierkante dozen waarover geen architect langer dan een seconde heeft nagedacht.

De Valley kent geen bezienswaardigheden en is nergens beroemd om, of het moet de porno-industrie zijn, die er in de jaren zeventig een hoofdkwartier vond. Het popculturele fenomeen ‘Valley girl’ maakte de reputatie er niet beter op. De Valley girl, die begin jaren tachtig bekendheid kreeg door het gelijknamige nummer van Frank Zappa (zijn dochter Moon, destijds 14 jaar, werkte eraan mee) en een film met Nicolas Cage, is een meisje dat praat alsof ze altijd kauwgom kauwt.

Stopwoorden (‘like, totally’), een hoorbaar vraagteken aan het eind van elke zin (‘you know?’) en een nogal besmettelijk gebleken laag kraakgeluid (‘for su-u-ure’), de zogenaamde vocal fry, maken de spreekwijze compleet. Nee, de typering was niet positief bedoeld, hoe vrolijk Zappa’s liedje ook klinkt. Zappa haatte de Valley, die hij ‘een zeer deprimerende plek’ noemde. Valley-meisjes waren leeghoofdige, materialistische types, die zonder enige ambitie rondhingen in winkelcentra. De vleesgeworden middelmatigheid.

Waarom zou iemand trots zijn op het feit dat hij uit de Valley komt? Paul Thomas Anderson maakte er niet alleen veel van zijn films, hij komt daar als een van de weinigen rond voor uit. Zijn Valley is nooit een Amerikaans ‘ergens’, maar altijd een specifieke wijk: Sherman Oaks, Van Nuys, Encino. Anderson kent de straten en woont er ook nog steeds, daar aan de verkeerde kant van de Hollywood Hills – al is het dan nu in een van de mooiere buurten, het heuvelachtige Tarzana. Hij weet niet beter dan dat hij van de Valley houdt, zei hij onlangs in een interview met filmvakblad Variety: ‘Ik hou van hoe het eruitziet. Ik hou van de smaak en de geur.’

Regisseur Paul Thomas Anderson in 2018. Beeld Getty
Regisseur Paul Thomas Anderson in 2018.Beeld Getty

Anderson groeide op in de wijk Studio City. Zijn moeder was een actrice die niet veel acteerde en zijn vader, die nog acht andere kinderen had, werkte als omroeper bij televisiezender ABC, waar hij jarenlang shows als The Love Boat en America’s Funniest Home Movies aankondigde. Hij was een bekendheid, maar niet van het A-garnituur. Dat geldt voor veel inwoners van de Valley, gewone werknemers voor of achter de schermen van de televisie- en filmindustrie, niet rijk genoeg om zich een huis in Beverly Hills of Malibu te veroorloven. Forensen, die de glamour van Los Angeles aan het eind van elke dag weer achter zich laten.

Die net-nietkwaliteit van de Valley, het aanschurken tegen echte beroemdheid, is in Andersons verhalen terug te vinden. Boogie Nights, zijn eerste Valley-film, gaat over de porno-industrie, een complete schaduwwereld met eigen filmprijzen, festivals en sterren. Dirk Diggler (Mark Wahlberg) werkt zich op tot de grootste ster van de business, maar ontdekt dat er met een mooi huis, een dure auto en onbeperkte hoeveelheden drugs toch nog een leegte gaapt.

Meer films over ‘de Valley’

Tal van films werden opgenomen in San Fernando Valley, maar de vallei wordt daarbij zelden genoemd, laat staan dat hij belangrijk is voor de plot. Enkele uitzonderingen, naast de films van Paul Thomas Anderson, zijn de misdaadkomedie 2 Days in the Valley (John Herzfeld, 1996), de romantische komedie Valley Girl (Martha Coolidge, 1983) en Roman Polanski’s Chinatown (1974), waarin het gesjoemel met de watertoevoer naar de Valley in de jaren dertig centraal staat. De Valley wordt ook genoemd in tienerklassieker Clueless (Amy Heckerling, 1995), als plek die veel te ver weg en te saai is.

Op vergelijkbare wijze kampen de personages uit Andersons ambitieuze mozaïekfilm Magnolia met gefnuikte verlangens. De televisiepresentator, de liefdesgoeroe, de quizshowproducent, het voormalige wonderkind: ze hebben ondanks hun successen het geluk niet weten te bereiken. Dat hogere doel lijkt voorbehouden aan de politieagent (gespeeld door vaste Anderson-acteur John C. Reilly) die geen banden heeft met de entertainmentindustrie en zich simpelweg voorneemt ‘het goede te doen’.

Als je onder de rook van een dromenfabriek woont, adem je ongezonde lucht in. Dat zou de conclusie kunnen zijn van Andersons films, maar zo ver gaat de regisseur niet. Hij houdt nu eenmaal van die geur. En hij gunt zijn personages de vlucht naar boven.

Niemand is verder van roem verwijderd dan Barry Egan (Adam Sandler), de romantische held van Punch-Drunk Love, die op een vaal industrieterrein aan de rand van de Valley nutteloze producten probeert te verkopen. Hij is een mislukkeling in een lelijk blauw pak, gekleineerd door zijn oudere zussen. Hij heeft ook een agressieprobleem, maar Barry is niet gek. Zijn plan om airmiles te sparen door honderden puddinkjes te kopen, is slimmer dan het lijkt. En hij wint het hart van Lena (Emily Watson).

Anderson heeft altijd liefde getoond voor dromers en hosselaars. Gary uit Licorice Pizza is ook zo iemand. Wanneer hij te groot wordt (en te veel puisten krijgt) om nog door te gaan voor een schattige kindacteur, is zijn Hollywoodcarrière voorbij. Onbekommerd stort hij zich op een nieuwe trend, het waterbed. Een groot deel van Licorice Pizza draait om Gary’s pogingen een succesvol ondernemer te worden, maar het lijkt bij hem niet om geld of status te draaien. Hij houdt gewoon van het spel. Gary is, zoals hij zelf zegt, een geboren showman.

Licorice Pizza, Andersons opgewektste film tot nu toe, is een viering van de vindingrijkheid van Gary en Alana, die zich allebei het hoofd niet snel op hol laten brengen. Ze zijn er niet op uit om beroemd te worden, want ze zien genoeg roem om zich heen om te weten dat het een luchtbel is. In de Valley kun je altijd wel een filmster tegenkomen die op zijn retour is, of een filmproducent die te veel heeft gesnoven.

Licorice Pizza Beeld
Licorice Pizza

Gary en Alana zijn op zoek naar wat bij hen past, en het is goed mogelijk dat dat nu juist de lelijke, onopvallende Valley is. De straten zijn hun thuis. Anderson, die nooit zijn best doet om de stad er mooier uit te laten zien dan hij is, snapt dat. Hij filmt vaak de lelijkste hoeken van de Valley, vol asfalt, beton, verbleekte gevelreclames en hier en daar een miezerige palmboom. Toch weet hij daar de schoonheid van te tonen.

Ventura Boulevard, de brede straat die de Valley doorkruist, is Andersons idee van een groots landschap, schreef hij ooit in The New York Times. Daar probeerde hij als kind met zijn videocamera scènes uit beroemde films na te maken. ‘Je moet het doen met wat je hebt, en mijn doel was de Valley te verheffen tot een filmische ervaring.’

Dat is hem gelukt. In Licorice Pizza is de Valley een magische vrijhaven, een plek waar alles kan gebeuren. Het oogt er misschien niksig, maar dat schept ongekende mogelijkheden, want niemand hecht aan iets dat niks was. Een leegstaand pand kan een waterbeddenwinkel worden, of een flipperkastpaleis. Je moet het zelf invullen, toont Anderson. En dan zie je het.

Licorice Pizza is te zien in 42 zalen.

Paul Thomas Anderson en de Valley: vier locaties

Eddie Adams in de Hot Traxx Disco in ‘Boogie Nights’. Beeld
Eddie Adams in de Hot Traxx Disco in ‘Boogie Nights’.

Boogie Nights (1997). Hot Traxx Disco, Sherman Way, Reseda.

De Hot Traxx Disco is de club waar Eddie Adams werkt voordat hij de artiestennaam Dirk Diggler aanneemt en pornoster wordt. Vanbuiten een saaie blokkendoos (het gebouw staat er nog, al huist er geen club in), binnen het summum van glamour – volgens de jarenzeventigstandaard van de Valley. Tevens de locatie van een geweldige dansscène waarin Mark Wahlberg zijn discomoves toont.

Donnie Smith in de Fox Fire Room in ‘Magnolia’. Beeld
Donnie Smith in de Fox Fire Room in ‘Magnolia’.

Magnolia (1999). Fox Fire Room, Magnolia Boulevard, Valley Village.

Donnie Smith (William H. Macy) teert op middelbare leeftijd nog steeds op zijn roem als winnaar van een kinderquizshow. Het heeft hem niet veel gebracht, vandaar dat hij zijn verdriet wegdrinkt in de Fox Fire Room, een bar met een geruststellend tijdloos interieur. De bar bestaat echt, je kunt er nog altijd een cocktail halen.

Barry’s kantoor naast autoschadebedrijf Eckhart Auto Body in ‘Punch-Drunk Love’. Beeld
Barry’s kantoor naast autoschadebedrijf Eckhart Auto Body in ‘Punch-Drunk Love’.

Punch-Drunk Love (2002). Barry’s kantoor, Canoga Avenue, Chatsworth.

De troosteloze plek waar verkoper Barry Egan (Adam Sandler) werkt, bevindt zich op een industrieterrein in Chatsworth, naast een autoschadebedrijf. De muurreclame van Eckhart Auto Body was prominent te zien in Punch-Drunk Love en dat heeft het bedrijf geen kwaad gedaan, want het bestaat nog steeds.

Fat Bernie’s Pinball Palace in ‘Licorice Pizza’. Beeld
Fat Bernie’s Pinball Palace in ‘Licorice Pizza’.

Licorice Pizza (2021). Fat Bernie’s Pinball Palace, Ventura Boulevard, Encino.

De ondernemende puber Gary (Cooper Hoffman) opent een zaak met flipperkasten in Licorice Pizza, een film die nog veel meer gedenkwaardige Valley-locaties kent: het huis van Barbra Streisand en producent Jon Peters bijvoorbeeld, aan Balboa Avenue in de heuvels van Encino, of de golfbaan in Van Nuys waar acteur Jack Holden (Sean Penn) zich laat verleiden tot een stunt. Maar de slagader van de film is Ventura Boulevard. Ooit stond daar echt een zaak die Fat Bernie’s heette, maar dat is lang geleden. De winkel werd voor de film nagebouwd in Chatsworth.

Meer over