tv-recensiearno haijtema

Bij het zien van de documentaire Cuba: Castro vs. The World valt je mond toch weer open

xBeeld x

De Algerijnse vrijheidsstrijder had een week gewacht op zijn hotelkamer in de Cubaanse hoofdstad Havana toen er werd aangeklopt. In zijn pyjama opende hij de deur. Daar stond de man voor wie hij naar Cuba was afgereisd: Fidel Castro. ‘Laat me me eerst omkleden’, riep de Algerijn en wilde de deur voor de leider sluiten. ‘Nergens voor nodig, we praten nú’, antwoordde Fidel. Twee uur spraken ze, waarna de in pyjama gestoken Algerijn naar huis kon met de toezegging dat Cuba zijn bevrijdingsfront zou steunen in de oorlog tegen kolonisator Frankrijk.

Het verhaal over de onorthodoxe ontmoeting begin jaren zestig is een van de talrijke anekdoten uit de fascinerende tweedelige documentaire Cuba: Castro vs. The World, waarvan BBC Two dinsdag het eerste deel uitzond. Het eiland voor de Amerikaanse kust geldt sinds Castro’s revolutie in 1959 als een horzel op de huid van de Verenigde Staten. Nog steeds lijdt het onder het handelsembargo door de VS, ook nu de belangrijkste bondgenoot van Cuba, de Sovjet-Unie, en het prediken van de wereldrevolutie door Castro en zijn kompaan Ché Guevara voltooid verleden zijn geworden.

Talrijke getuigen komen aan het woord, die vanaf de jaren zestig direct betrokken waren bij Castro’s strijd tegen het Amerikaanse imperialisme, voor de wereldwijde revolutie - en voor of tegen al die andere uitgeholde termen waaraan het bloed van tienduizenden kleeft.

Ché Guevara en Fidel Castro in de documentaire Cuba: Castro vs. The World.

In grote lijnen is de geschiedenis van de Cubaanse revolutie (en de wijze waarop ook zij haar eigen kinderen opat) bekend, maar je mond valt open bij de details die journalisten, ministers, diplomaten, Castro’s medestrijders van het eerste en laatste uur en zijn door de CIA bewapende tegenstanders opdissen.

Alle partijen, voor zover nog levend, komen aan het woord. Ze schetsen een messcherp beeld van de Cubaanse dictator en van de manier waarop hij met zijn eigenzinnige en roekeloze steun aan gewapende verzetsbewegingen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika de machtige buurman de VS - bondgenoot van dictators in diezelfde continenten - tot het uiterste tartte.

Bij de getuigenissen doemen vanzelf grote woorden op. Machismo: de revolutionairen namen de slogan ‘Het vaderland of de dood’ uitermate ernstig. Doldrieste koppigheid en avonturisme: Cuba stuurde zonder overleg met de Russische bondgenoot tienduizenden soldaten naar Angola in de oorlog tegen Zuid-Afrika. Zelfoverschatting: Ché, met snor en bril vermomd, in Congo om de revolutie te laten ontbranden, zonder enige kennis van de tribale tegenstellingen in het land. Tragiek: de doorzeefde Ché op een tafel in Bolivia, symbool van de mislukte revolutie aldaar, gereduceerd tot trotse knuffelstrijder op posters en T-shirts.

Een Amerikaanse journalist die Castro in de jaren zeventig interviewde, vroeg de leider welke boeken die zoal las. Jaws, was het verrassende antwoord, want daarin lees je hoe het kapitalisme werkt. De burgemeester van het door de reuzenhaai geteisterde badplaatsje negeert immers de gevaren om de toeristenindustrie te ontzien. 

Bij alle karakterologie die op Castro valt los te laten: woorden als relativeringsvermogen en humor horen daar niet bij - behalve onbedoelde.

Meer over