Reportage

Bij de verkiezingen bekent geen krant nog kleur

Ooit adviseerde de hoofdredacteur van de katholieke Volkskrant de lezers op de KVP te stemmen. Die tijden zijn voorbij. Maar waarom geven kranten geen stemadvies meer?

null Beeld Bob Mollema
Beeld Bob Mollema

Als de katholieke beginselen worden losgelaten, ‘komt ons hele eigen organisatieleven op losse schroeven te staan’, schreef de Volkskrant op 13 juni 1956, de dag van de Tweede Kamerverkiezingen, in een hoofdredactioneel commentaar. Dat eigen organisatieleven gold ‘als bron van inspiratie en kracht om het Evangelie, met zijn erbarming voor het zwakke en het behoeftige, ook in deze wereld waar te maken’.

De hoofdredactie concludeerde: ‘Dat is het wat ons vandaag in ons diepste wezen beroert en waarom wij voor de katholieke partij kiezen. Voor de man, die dit besef bij de katholieken als geen ander heeft versterkt. Wij kiezen prof. Romme: nummer één van lijst één.’

Dat de Volkskrant koos voor Carl Romme, lijsttrekker van de Katholieke Volkspartij (KVP), kwam niet als verrassing. Tussen 1945 en 1952 was hij niet alleen Tweede Kamerlid, maar ook politiek hoofdredacteur van het ‘katholieke dagblad voor Nederland’, zoals de Volkskrant zichzelf tot 1965 noemde.

Tegenwoordig zijn de banden tussen politieke partijen en kranten doorgeknipt. Waar endorsements (stemadviezen) in Britse en Amerikaanse kranten doodnormaal zijn, zijn ze in Nederlandse dagbladen niet te vinden. Waarom en wanneer zijn kranten daarmee gestopt? En hoe denken huidige hoofdredacteuren over stemadviezen?

In de jaren vijftig en zestig waren de meeste kranten verlengstukken van zuilen, zegt Bart Brouwers, hoogleraar journalistiek en mediastudies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Trouw en het Nederlands Dagblad behoorden tot de protestantse zuil, de Volkskrant dus tot de katholieke. Het Vrije Volk en Het Parool schreven voor socialistische lezers. De Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad (in 1970 gefuseerd tot NRC Handelsblad) waren liberaal, De Telegraaf en het Algemeen Dagblad neutraal.

Van de grote kranten gaven alleen de Volkskrant en Het Parool (PvdA) destijds expliciet hun voorkeur, blijkt uit de krantenarchieven van Delpher. Dat de neutrale Telegraaf (‘Het ligt niet op de weg van een onafhankelijk dagblad als het onze om advies te geven op welke partij of kandidaat men het beste kan stemmen’, schreef de krant in 1959) dat naliet, was begrijpelijk, maar ook het protestantse Trouw hield zich, op verkiezingsdag althans, op de vlakte − al toonde de krant wel teleurstelling na een nederlaag van gelijkgezinde partijen.

De Volkskrant ging steeds minder kleur bekennen. In 1963 kreeg de KVP nog de volledige steun van de krant, maar in 1967 was dat voorbij: de krant hoopte toen slechts op een uitslag die een coalitie met KVP, ARP en de PvdA mogelijk zou maken. In de jaren daarna gingen de commentaren voorafgaand aan verkiezingen over heel andere zaken dan politiek.

Als gevolg van de ontzuiling, eind jaren zestig, maakten kranten een ‘enorme professionaliseringsslag door’, zegt Brouwers. ‘Kranten moesten onvoorwaardelijk onpartijdig zijn. Journalisten mochten geen lid meer zijn van een politieke partij.’

Ook de huidige hoofdredacteuren willen niet aan een stemadvies. ‘Wij heten niet voor niets het Algemeen Dagblad’, zegt Hans Nijenhuis. ‘Wij zijn neutraal en hebben geen politieke binding. In commentaren geef ik wel een mening die past bij het optimistische karakter van de krant, maar we pretenderen niet dat het dé mening van de krant is.”

De grootste krant van Nederland, De Telegraaf, is niet neutraal, zegt hoofdredacteur Paul Jansen. ‘Wij zijn onafhankelijk, dat is wat anders. Wij nemen een standpunt in bij thema’s als fileproblematiek, immigratie en klimaat – een krant mag agenderen.’ De krant geeft geen stemadvies. Jansen: ‘Ten eerste omdat De Telegraaf een massakrant is. Je kunt je afvragen hoe zinvol een advies is voor lezers die allemaal andere waarden hebben. Ten tweede vanwege de veelvoud aan partijen met overlappende standpunten. In Amerika heb je maar twee smaken, dat zou het makkelijker maken.’

Dat zegt ook Cees van der Laan, hoofdredacteur van Trouw. Zou zijn krant een stemadvies geven als de enige kandidaten Donald Trump en Joe Biden waren? ‘Dat weet ik niet. Maar is het duidelijk dat onze hart ligt bij de politiek van Biden.’

Dat blijkt uit de hoofdredactionele commentaren van Trouw, zegt Van der Laan. ‘Het is, gezien die commentaren, ook volstrekt helder waar wij staan ten opzichte van rechts-populistische partijen. Maar dat betekent niet dat we gaan aanbevelen om niet op die partijen te stemmen, en wel op een andere. Onze lezer is wijs genoeg om zelf een beslissing te nemen.’

NRC Handelsblad steunt de parlementaire democratie en de rechtsstaat, zegt hoofdredacteur René Moerland. ‘Maar geen afzonderlijke partijen daarin. In onze commentaren zijn we kritisch op partijen, onze rol is niet om ze te steunen.’

Een hoofdredacteur die wél een aanbeveling doet, is Sjirk Kuijper van het christelijke Nederlands Dagblad. ‘Stem vooral op een politicus die je aanspreekt, schrijf ik, niet op een politieke partij. Ik vind het belangrijk dat Kamerleden een individueel mandaat hebben en als een crisis uitbreekt, zijn partijprogramma’s niet belangrijk meer.’ Maar die persoon, zegt Kuijper, hoeft niet per se lid te zijn van een christelijke partij.

Een krant die stemadvies geeft, overschat zichzelf, zegt Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant. ‘Het is geen rol van de krant. Wij bieden lezers informatie − nieuws, analyses, commentaren − en op basis daarvan kunnen zij zelf een keuze maken.

De opvattingen van het Reformatorisch Dagblad, zeker die over euthanasie, abortus en vrijheid van onderwijs, stroken voor een groot deel met die van de SGP, zegt hoofdredacteur Steef de Bruijn. Maar expliciet steun daarvoor uitspreken gaat ook De Bruijn te ver. Zo’n stemadvies zou ook weinig kiezers van mening kunnen veranderen: ruwweg 80 procent van de lezers van het RD stemt al SGP.

Zo'n homogeen lezerspubliek was in de jaren zestig gebruikelijker dan nu. De invloed van stemadviezen was daardoor beperkt, zegt Bart Brouwers. ‘Alle Volkskrant-lezers stemden al KVP. De krant preekte dus voor eigen parochie. Een stemadvies versterkte het clubgevoel, maar leverde weinig stemmen op.’ Die stemmen waren de KVP in 1956 goed van pas gekomen. De partij behaalde 49 zetels, maar Carl Romme werd geen minister-president. Die functie kreeg Willem Drees, wiens PvdA er 50 behaalde.

Rob Wijnberg stemt Volt

Rob Wijnberg gaat op Volt stemmen. Dat schreef hij in een stuk op De Correspondent, het journalistieke platform waarvan hij hoofdredacteur is. ‘Bij alle verkiezingen schrijf ik over mijn keuze’, zegt hij. ‘Ik wil als journalist mijn wereldbeeld delen, om de schijn van objectiviteit te vermijden. Want het idee dat journalisten tijdens werk hun politieke voorkeur thuislaten, klopt niet. Die beïnvloedt je bij alle keuzen die je maakt.’ Strikt genomen is het geen stemadvies, zegt Wijnberg. ‘Ik vind niet dat iedereen hierop moet stemmen. Ik schrijf dit puur om te reflecteren en om transparant te zijn.’

Meer over