Bij de opera van Tatarstan loopt het tegenwoordig gesmeerd

DG was here, schreeuwt de poster van de Staatsopera Tatarstan in rode graffitiletters. Pikante ondergrond voor de mededeling: de marmeren buikstreek van Aphrodite, klassieke belichaming van De Vrouw. Stilzwijgende ondertitel: de opera van Tatarstan heeft zijn tuttige imago afgelegd. Ze is volwassen geworden en wil als serieus gezelschap meetellen, ook in de westerse operascene.

De Nederlandse regisseur David Prins maakt het met zijn enscenering van Mozarts opera Don Giovanni minder bont dan de affiche. Hij zet het dramma giocoso van Mozart neer als een doldwaze komedie over de verleidingskunsten van de legendarische Don Juanfiguur. Behendig goochelt hij met heden en verleden, met crinoline en baseballpetje. Wat de productie doet uitstijgen boven een platte klucht is de dramatische ondertoon die hij zich door Mozarts muziek laat influisteren. In een beklemmende, geraffineerd vormgegeven kerkhofscène en in het slotbanket wordt de tragiek van de losbol onthuld en groeit Don Giovanni uit tot een boeiend, gelaagd personage.

David Prins heeft van stijlbreuken een principe gemaakt. Net als in eerdere producties zijn ook nu de decors abstract en ingetogen, terwijl hij in de kostuums en personenregie heftig uitpakt. In een mooie erotische scène wil een berouwvolle Zerlina (subliem geacteerd en gezongen door de Bulgaarse Petya Ivanova) haar Masetto voor zich terugwinnen. Donna Elvira (een niet altijd trefzeker intonerende Radostina Nikolajeva) slaat in een bruidsjurk Don Giovanni (uitstekende rol van Eduard Tsanga) met het bruidsboeket om de oren.

Die bruidsjurk komt terug. Tijdens het bal masqué wordt hij gedragen door de breedgeschouderde Don Ottavio (verrassend fraaie Duitse tenor Manolo Miura) die zich met zijn verloofde Donna Anna (technisch gave Irina Yantseva) en Donna Elvira wil wreken op de immorele charmeur met zijn irritante baseballpetje. Alles ontspoort tijdens een woest feest in Don Giovanni’s riante onderkomen, waarbij de verkrachting van Zerlina samenvalt met de verkrachting van Mozarts feestmuziek door een valse accordeon.

De Italiaanse dirigent Marco Boemi zweept zijn musici flink op en stuurt de zangers waar nodig subtiel bij. De ensembles en recitatieven lopen gesmeerd, misschien nog als gevolg van de workshops die Prins tijdens een eerdere missie in Tatarstan organiseerde en die helaas niet hebben geresulteerd in een begeleiding door een heus klavecimbel. De middelen zijn nog altijd beperkt in Tatarstan, maar deze productie verdringt het cliché van harkerige Russische operazangers met sleetse stemmen naar de achtergrond. De Tataren anno 2006 kunnen zingen, acteren en bovendien de snelle Italiaanse recitatieven vlekkeloos uitspreken. Ze staan in iets meer dan een maandlang in 27 theaters in Nederland. Aan lef geen gebrek.

Don Giovanni, Mozart. Koor en orkest van de Staatsopera van Tatarstan. David Prins (regie), Marco Boemi (muzikale leiding). Apeldoorn, Orpheus, 25/9. Tot 30 oktober in diverse theaters.

Meer over