OorlogsboekenHet meisje met het rode haar

Bij communist Theun de Vries hebben verzetsstrijdsters niet zomaar rode lokken

null Beeld Sabine van Wechem
Beeld Sabine van Wechem

Aan de vooravond van de viering van 75 jaar bevrijding bespreekt Onno Blom acht literaire boeken die het beeld van de Duitse bezetting in Nederland hebben bepaald. Vandaag: Het meisje met het rode haar van Theun de Vries.

Het meisje met het rode haar verscheen midden in de Koude Oorlog: in het najaar van 1956, vlak voor de Russen Hongarije binnenvielen om de volksopstand tegen de stalinistische overheersing neer te slaan. De communistische schrijver Theun de Vries (1907-2005) verdedigde die inval in Nederland. Hij vond dat de Russen het recht hadden om de revolutie te redden – en werd prompt uit de PEN gezet, de schrijversorganisatie voor de vrijheid van meningsuiting.

Theun de Vries is altijd een vreemde eend in de bijt geweest. Hij had zich als slimme, arme boerenzoon uit Friesland onder zijn medescholieren uit de betere kringen al niet thuis gevoeld, viel van het geloof en vocht zich al jong de ‘burgerlijke’ literatuur binnen. Theun was enorm productief, een dichterlijke idealist en een gedreven verteller.

Geschokt door de machtsovername van Hitler in 1933 vond hij een ‘nieuw bezielend standpunt’ in de geschriften van Lenin en Marx. Drie jaar later werd hij lid van de CPN en schreef sociaal-realistisch werk als Eroica en Stiefmoeder Aarde, en later zelfs lofdichten op Stalin. Menno ter Braak noemde De Vries smalend ‘Courts-Mahler op de barricaden’.

Tijdens de oorlog schreef hij geëngageerde verhalen over ‘gewone’ mensen in bezettingstijd. Eentje, W.A.-man, werd onder de schuilnaam M. Swaertreger in het verborgene gedrukt door uitgeverij De Doezende Dar.

Onderweg naar zijn onderduikadres werd De Vries op 28 juli 1944 opgepakt door de SD met pamfletten van De Waarheid in zijn bezit. Hij kwam terecht in Durchgangslager Amersfoort, als ‘kaalkop tussen de doodskoppen’ van de SS-bewaarders, maar werd op 5 maart 1945 door het verzet uit het kamp gered. Hij overleefde de oorlog, vol dromen over een politieke doorbraak die niet zou komen.

In 1954, toen de Koude Oorlog op zijn heetst was, werd het erekerkhof in de Kennemerduinen in Bloemendaal gesloten uit vrees voor een linkse demonstratie. Een groepje jongeren dat tevergeefs het graf van Hannie Schaft wilde bezoeken, vroeg De Vries of hij geen boek kon schrijven over deze communistische verzetsstrijdster, die vlak voor het einde van de oorlog was gefusilleerd.

De Vries stemde toe. Hij sprak met de ouders van Hannie, haar verzetsvriendinnen Truus en Freddy Oversteegen, en de communistische verzetsman Gerben Wagenaar. Het meisje met het rode haar werd geen biografie, maar een roman. ‘Dit boek’, schreef hij in het nawoord bij de eerste druk, ‘wil een monument zijn voor haar en haar makkers.’

Theun de Vries. Beeld ANP
Theun de Vries.Beeld ANP

De Vries vertelde niet alleen met brede armzwaai het spannende verzetsverhaal van Hanna, het redden van Joden, het stelen en vervalsen van persoonsbewijzen, de aanslagen in Kennemerland en Haarlem, maar beschreef vooral ook haar ontwikkeling van bourgeois meisjesstudente tot vurig communiste.

Hannie Schaft had koperen lokken. Ze verfde die zwart om niet herkend te worden door de Duitsers. Maar in de kleur rood zag de schrijver natuurlijk ook iets anders. De Vries kon het niet laten om van al zijn personages marionetten van zijn politieke overtuigingen te maken. Er lopen in zijn roman louter heiligen en schurken rond.

In de slotpassage kroop hij in Hanna’s hoofd en verwoordde melodramatisch haar laatste gedachten: ‘Ik moet blijven staan. Dit is geen licht meer. Het zijn fascistenkogels uit een machinepistool. Ik ben vol met de hamerende razernij van hun kogels. Ik val. Heb ik een naam geschreeuwd? Ik ben niets meer dan pijn en aarde. Ik wil de zon zien. Ik was een communiste. De communiste groet de zon.’

Het meisje met het rode haar werd een groot succes. Uitgeverij Pegasus moest herdruk na herdruk opleggen en de Russische vertaling verscheen in hoge oplage in de USSR.

Uiteindelijk bleek rode Theun zelfs in de bijt van de CPN een vreemde eend. In 1971 stapte hij, na talloze ruzies en meningsverschillen, uit de partij. Achteraf vond hij dat veel te laat, ‘verloren jaren’.

Theun de Vries zou 97 jaar oud worden en een oeuvre van meer dan honderd titels nalaten. In 1981 werd Het meisje met het rode haar verfilmd. De schrijver was toen 74. Hij prees de film, maar vond dat die ‘wel wat communistischer’ had gemogen.

Onno Blom besprak eerder De ondergang van de familie Boslowits van Gerard Reve, Pastorale 1943 van Simon Vestdijk en Het Achterhuis van Anne Frank.

Meer over