Columnsylvia witteman

Bestaan er eigenlijk nog mensen die recepten uitknippen?

null Beeld
Sylvia Witteman

Door een speling van het lot belandden er op één dag twee boeken in mijn brievenbus die naadloos op elkaar aansloten. Het ene boek is zojuist verschenen en heet Van aardappel tot avocado – Allerhande en zeventig jaar Nederlandse eetcultuur (Klaartje Scheepers). Het andere boek stamt uit de jaren vijftig: Baedeker voor de huisvrouw – Knipselboek.

Ik kreeg het laatste van een lezeres, uit de boedel van haar gestorven moeder. Het is onderdeel van een 22-delige reeks, roomwit met gouden bandje, met namen als Huishouden op rolletjes, Een recht, een averecht en Mevrouw knapt het op.

Wat er met die 21 andere delen gebeurd is, weet ik niet, maar dat knipselboek ontroerde me. ‘Knipsels zijn voor een huisvrouw van waarde. Knipsels uit kranten en tijdschriften, met recepten of huishoudelijke wenken, een bijzonder menu, een aardige borduursteek, enzovoort’, aldus het voorwoord. ‘Het overkomt u toch ook wel eens, dat u bij een vriendin een heerlijk recept hoort (of proeft!) dat u gauw even op een papiertje schrijft? Plak zo’n potloodkrabbeltje dan niet in, maar schrijf dat recept keurig over op de daarvoor bestemde bladzijden.’

Maar daar blijft het niet bij: ‘Laat gerust uw fantasie een beetje de vrije loop! Als u ergens een afbeelding vindt van donzige gele kuikentjes, kunt u die prachtig gebruiken bij een recept voor een eierschotel (…). Gebruik daarbij vooral niet overdadig veel lijm – een streekje aan de hoeken is voldoende. Neem geen stijfsel om te plakken. Het water, waarmee u stijfsel vloeibaar maakt, trekt in het papier en dat gaat dan krullen. Na het plakken even met de hand persen over een velletje wit papier, dat u over het knipsel legt. Als u zo te werk gaat krijgt u een allergezelligst en persoonlijk knipselboek.’

Ja, dat klinkt allemaal heerlijk, maar het knipselboek bleef leeg. Nergens een kuikentje, recept of borduursteek te bekennen, de pagina’s nog even blank als bij verschijning. Wat was er gebeurd? Was de eigenaresse teruggeschrokken voor die uitgebreide instructies? Had zij, uit angst om het maagdelijke boek te ontwijden, al haar knipsels maar ‘zolang’ in een lege bonbondoos bewaard, net als mijn oma, naast de stapel Douwe Egberts-punten, met een elastiekje bijeengehouden, en duizend vellen gebruikt maar weer keurig gladgestreken cadeaupapier?

Bestaan er eigenlijk nog mensen die recepten uitknippen? Terwijl ik daarover piekerde, sloeg ik het andere boek open, over zeventig jaar Allerhande en de Nederlandse eetcultuur. Het is een leuk boek. Klaartje Scheepers vertelt smakelijk over de eerste supermarkten, het verdwijnen van de gesloten keuken, de mislukte lancering van de eerste courgettes in 1962 (de telers lieten ze te lang doorgroeien, waardoor ze sponzig en flauw waren) en het ‘avontuurlijke’ blokje kaas met een bolletje gember.

In 1969 legde Allerhande als volgt uit wat pizza’s waren: ‘hartige, goed geoliede koeken van vlees, vis en wat niet al’. Even later kwam de panpizza in zwang: een boterham met ketchup en veel kaas, gebakken in de koekenpan. (Ik kan me die nog goed herinneren, trouwens, tot en met het reclamemuziekje van het Zuivelbureau, ‘hiep, hiep hoera daar is de panpizza’.)

De geruststellende mededeling van Allerhande dat een wok heus niet nodig is om oosters te koken, want met een koekenpan ging het ook; de opmars van de broccoli die de bloemkool van ons bord stootte; de ondergang van de blikananas en de zegetocht van buffelmozzarella, de tapas, de sushi, de vleesverlaters, de rol van Instagram en van Ottolenghi.

Zowat tegelijk met de eerste Allerhande verscheen dat smartelijk leeg gebleven knipselboek, dat monument voor een aarzelende huisvrouw. Zeventig jaar geleden. Zoveel te knippen, maar alles oningeplakt gebleven.

Meer over