Bescheiden diva in schaduw van sterke man

POSTUUM..

amsterdam Ze was een van de grootste Britse filmsterren van de vorige eeuw, met een lange en glansrijke carrière in Hollywood. Toch stond voor kenners vast dat het talent van Jean Simmons, die 22 januari op 80-jarige leeftijd overleed, grotendeels onbenut bleef. De actrice speelde vaak de rol van de zichzelf wegcijferende vrouw en bleef in de schaduw van sterke tegenspelers als Richard Burton, Marlon Brando en Paul Newman.

Haar carrière begon veelbelovend. Op 14-jarige leeftijd stond Simmons, opgegroeid in Noord-Londen, voor het eerst voor de camera. Binnen vijf jaar bouwde ze een indrukwekkend cv op, met rollen in enkele van de belangrijkste Britse films van die jaren: Great Expectations van David Lean (1946), Black Narcissus van Michael Powell en Emeric Pressburger (1947) en Hamlet van Laurence Olivier (1948).

Over haar verhuizing naar Amerika had ze zelf niets te zeggen. Zoals dat ging in die tijd, werd de actrice simpelweg verkocht: haar Britse contract werd in 1950 overgenomen door de invloedrijke zakenman en Hollywoodproducent Howard Hughes.

Het bleek geen goede zet. Simmons speelde in een aantal Amerikaanse films die haar carrière, zoals ze het in 2008 in een interview met The Guardian noemde, ‘praktisch door de wc spoelden’. Volgens haar toenmalige echtgenoot, de acteur Stewart Granger, was dat het gevolg van een akkefietje met Hughes, een berucht vrouwenversierder die bij Simmons geen voet aan de grond kreeg. Granger beschreef in zijn autobiografie hoe Hughes wraak nam door Simmons alleen te laten te acteren in zwakke films.

Zodra ze onder haar contract met Hughes uit kon, liet de actrice zich niet langer de wet voorschrijven. Haar Hollywoodcarrière kreeg alsnog vaart, met rollen in onder meer The Robe (1953), Guys and Dolls (1955), Elmer Gantry (1960) en Spartacus (1960), waarin ze slavin Varinia speelde.

Op twee Oscarnominaties na (voor Hamlet in 1948 en The Happy Ending in 1969) werd haar werk niet vaak bekroond. Dat lag niet aan haar uitstraling of acteerkwaliteiten – critici loofden haar elegante verschijning en knappe spel. Met een reeks aan ondergeschikte rollen kreeg ze zelden de kans zich in de kijker te spelen. De Amerikaanse filmcritica Pauline Kael, die Simmons’ gebrek aan stevige rollen ‘een tragische verspilling’ noemde, prees ooit haar ‘prachtige voordracht van middelmatige teksten’.

Vanaf de jaren zeventig legde Simmons zich vooral toe op toneel en televisie. Haar werk in de tv-serie The Thorn Birds leverde haar een Emmy Award op. Ze had een dochter uit haar huwelijk met Granger en trouwde later met de regisseur Richard Brooks, met wie ze nog een dochter kreeg.

Simmons, die overleed aan de gevolgen van longkanker, vocht lange tijd tegen alcoholisme en liet zich in 1983 behandelen in de Betty Ford-kliniek. Ondanks die verslaving was de actrice van onbesproken gedrag. Haar leven kende weinig ophef, ruzies of schandalen. Ze stond te boek als sympathiek en bescheiden – te bescheiden om de diva te worden die ze had kunnen zijn.

Meer over