BoekrecensiesRob van Essen en Bertram Koeleman

Bertram Koeleman en Rob van Essen vertellen héél normaal over héél vreemde dingen ★★★★☆

Héél normaal vertellen over iets héél vreemds: schrijvers Rob van Essen en Bertram Koeleman zijn er beiden meesters in. Hun absurdisme levert sublieme verhalen op. 

Beeld Floor Rieder

Absurde tijden vragen om absurde boeken. Om verhalen waarin vreemde dingen gebeuren zonder dat duidelijk wordt waarom. Net als in de echte wereld, eigenlijk. Twee onlangs verschenen verhalenbundels bieden verlichting wanneer de existentiële twijfel floreert: Een man met goede schoenen van Libris-laureaat Rob van Essen (1963) en Het dreigbed van de minder bekende maar niet minder interessante Bertram Koeleman (1979). Beiden schrijvers van absurdistische verhalen, met elk een heel eigen signatuur.

Toen Van Essen vorig jaar de Libris Literatuurprijs won met De goede zoon, bleek al dat Nederland best behoefte heeft aan absurdisme. ‘Met al zijn bizarre invallen, groteske wendingen, lijnen en lagen laat Van Essens meesterwerk ons zien en voelen wat het betekent om te leven’, staat in het juryrapport. Precies wat we nodig hebben. Lezers waren enthousiast over de onnavolgbare roadtrip van een plotloze thrillerschrijver en de roman werd een bestseller. Als gedegen verhalenschrijver had Van Essen zich al veel eerder bewezen met de bundels Elektriciteit (2010) en Hier wonen ook mensen (2014, won de J.M.A. Biesheuvelprijs). Enkele vertrouwde personages daaruit, zoals de mythische jeugdvriend Scipio en de montere oom Evert, zien we terug in Een man met goede schoenen.

Ook Bertram Koeleman schreef, naast twee romans, al eerder korte verhalen. Zijn eerste bundel Engels voor leugens (2016) werd goed ontvangen. Uit de verhalen bleek Koelemans voorkeur voor gothic en morbide elementen: mysterieuze katten en enge kinderen, blikseminslagen en bruut geweld. In Het dreigbed is dat er niet minder op geworden. Ditmaal zorgen tatoeages van zandlopers, vrouwen met beulskappen en huisgenoten met sadistische hobby’s voor een luguber sfeertje. Die ambiance is direct ook het grootste verschil met Van Essen, wiens verhalen een stuk knusser zijn, getekend door melancholie en niet door horreur, zoals soms het geval is bij Koeleman. Grofweg: van Het dreigbed krijg je het – op een goede manier – koud, van Een man met goede schoenen warm. Opmerkelijker dan de verschillen  zijn de overeenkomsten tussen de bundels: specifieke elementen en stijlkeuzes die beide schrijvers hanteren. Schuilt daarin het geheim van geslaagd absurdisme?

Precisiewerk

Allereerst laten Koeleman en Van Essen duidelijk zien dat absurdistisch schrijven iets anders is dan mafdoenerij. Niks hermetische moeilijkheden, vreemde vertelperspectieven of opzettelijk warrige taal, maar precisiewerk waarbij het volledig draait om de juiste dosering. Te veel gekkigheid en je raakt de lezer kwijt. Dus hoef je bij deze schrijvers nooit lang te puzzelen over wie of wat het nou eigenlijk gaat. 

Veel verhalen beginnen, klassiek, met iemand die de deur uitgaat voor een wandelingetje of een boodschap, waarna het avontuur kan aanvangen. Beginzinnen zijn zo geconstrueerd dat je meteen wilt doorlezen; ze geven genoeg informatie, maar intrigeren ook. ‘Sinds Ter Steege een nieuwe kapster had werd hij regelmatig begroet door een vreemde mevrouw.’ Nu weet je dat Koelemans verhaal over ene Ter Steege gaat en dat het met zijn kapster te maken heeft. Bovenal ben je geprikkeld: wie is die vreemde mevrouw? ‘En opeens zie ik Jennifer, ze staat bij de ingang van het dierenkerkhof’, zo begint Van Essen. Aha, dus er is een huisdier dood. En door het woordje ‘opeens’ begrijp je dat de hoofdpersoon verbaasd is Jennifer te zien. Wie is zij? Een ex misschien? Doorlezen!

Beide schrijvers gebruiken een heldere stijl met een onderkoelde ondertoon. Vertel maar gewoon, dan vertel je al gek genoeg, die trant. Het absurde element wordt op deze manier uitvergroot. Héél normaal vertellen over een gestoorde echtgenoot die niet tegen roze nagellak kan (Koeleman), of een jongetje dat omgekeerde ondergrondse treinen moet schoonmaken (Van Essen) is niet alleen grappig, het maakt je ook ongemakkelijk: ben ik nou gek, of…? Tot je beseft dat het absurdisme in deze verhalen niet in het afwijkende zit, maar in al het normale eromheen. Gek bestaat niet zonder gewoon. Of, zoals Koeleman in een verhaal opmerkt: ‘Alleen het onwerkelijke kan het werkelijke aantonen, alleen het irrationele het rationele.’

De hoofdpersonages in deze bundels zijn vaak eenzame jongens, soms student of schrijver, werkloos of met een nietszeggend baantje als oproepkracht in een pindafabriek (Van Essen) of in een boekwinkel (Koeleman). Hoe dan ook laten ze hun onbeduidende leven met een zekere berusting aan zich voorbijgaan. Juist doordat ze amper ambities of brandende verlangens hebben, is het geloofwaardig dat ze in bizarre situaties terechtkomen – ze verzetten zich immers nergens tegen. Zo worden ze zonder pardon meegevoerd naar een duistere steeg of tattooshop (Koeleman) dan wel naar het ouderlijk huis of Eindhoven (Van Essen). In beide bundels zijn er personages die indringers een slaapplaats geven of jarenlang rustig op hun bank laten zitten.

Die eentonige levens ontsporen door de introductie van een absurd element. ‘Alleen dan wordt het verhaal zodanig op scherp gezet dat de emotionele waarheid ervan duidelijk wordt’, schrijft Koeleman. In zijn bundel, alsook in die van Van Essen, is de deur verreweg het populairste absurde element. Het wémelt werkelijk van de deuren. Een geheime deur achter het behang, een luik naar een zaaltje waar een geheime lezing wordt gegeven, de deur van een kast waarin de dood woont, een deur die leidt naar de lievelingsplek uit je jeugd (Koeleman). En een deur naar een glazen kamer in het paleis van de koning, een deur naar een ondergrondse tunnel, de deur van Scipio’s oude jongenskamer waarin de schrijver wordt opgesloten, een deur waardoor een man komt die binnen met buiten verwart (Van Essen).

Geheimen en raadsels

De deur doet het dus goed in het absurdistische verhaal (denk ook aan het absurdistische oerboek Alice in Wonderland – deuren, deuren, deuren). Dat is te verklaren: niets zo vol potentie als een deur. Er kan tenslotte van alles achter zitten, een heel andere wereld, misschien zelfs een wereld waarin alles wél betekenis heeft. Waar je de zin van het leven kunt ontdekken, als je maar goed op de geheime signalen let. 

De verhalen van Van Essen en Koeleman zijn doordrenkt van dit idee en staan vol met cryptische codes, raadsels en vermoedens van alternatieve waarheden. Parallelle werelden schuren langs elkaar, er wordt gereisd door de tijd, kosmisch evenwicht moet worden hersteld. ‘Soms zie je iets wat onmogelijk is en waardoor de wereld in een onbekende plek verandert. Je dacht dat je er thuishoorde, maar dat is niet zo; opeens maakt het vreemde waarvan je schrikt ook jou vreemd’, schrijft Van Essen in een verhaal waarin de hoofdpersoon geobsedeerd raakt door de tatoeage van een oog op het achterhoofd van zijn kale buurman. Het oog lijkt hem dringend iets duidelijk te willen maken.

Wordt ooit duidelijk wat? Natuurlijk niet. De personages eindigen vaak met het gevoel dat ze iets belangrijks hebben gezien of ervaren, iets vol van een bepaalde betekenis die evenwel nooit zal worden begrepen. Ze kunnen niet anders dan daarin berusten. Alleen koppige lezers zullen proberen krampachtig logica te vinden in al dat vreemde. Aan hen het dringende advies de sublieme verhalen uit Het dreigbed en De man met goede schoenen rustig op zich in te laten werken. Wees gerust, de aanvaarding van het absurde is nabij.

Beeld Atlas Contact

Rob van Essen: Een man met goede schoenenAtlas Contact; 254 pagina’s; € 21,99. 

Beeld Atlas Contact

Bertram Koeleman: Het dreigbedAtlas Contact; 253 pagina’s; € 21,99.

Meer over