Berlinale eindigt met fris rumoer

Reportage..

Van onze medewerkster Floortje Smit

BERLIJN Hij had het kunnen weten, regisseur Oskar Roehler. De messen waren al geslepen vóór de première van zijn Jud Süss – Film Ohne Gewissen. Zou zijn film Ferdinand Marian neerzetten als tragisch figuur of juist (onverdiend) een legende van hem maken?

Glad Tweede Wereldoorlog-ijs: de film draait om acteur Marian die in de populairste nazipropagandafilm Jud Süss speelde. Inmiddels is de film overal ter wereld verboden, maar destijds kreeg hij bij de première in Venetië een staande ovatie. De film van Roehler is in Berlijn een ander lot beschoren: tijdens de persvoorstelling wordt er gezucht en gekreund en uiteindelijk wordt de film beloond met boegeroep.

Vooral het lukraak mengen van historische feiten en fictie door scenarioschrijver Klaus Richter en regisseur Roehler schiet de Duitse critici in het verkeerde keelgat. De film beklemtoont dat Marian (Tobias Moretti) weinig anders kan dan de hoofdrol aanvaarden: Goebbels belooft geld, dreigt met een beroepsverbod, onderstreept fijntjes de Joodse afkomst van Marians vrouw. Die laatste dient tevens als de belichaming van zijn knagende geweten, maar in werkelijkheid had Marian geen Joodse vrouw die is omgekomen in een concentratiekamp. Ook maakte hij in de oorlog nog tien films waardoor je vraagtekens kunt zetten bij zijn schuldgevoel.

‘Ik maak films en geen documentaires’, reageert Roehler. ‘We wilden sommige dingen wat uitvergroten om zijn morele conflict duidelijker te maken.’ Acteur Moritz Bleibtreu valt hem bij: ‘Als je een film maakt, neem je nou eenmaal bepaalde vrijheden. Hitler en Goebbels die sterven in een brand in een bioscoop in Parijs – is dat geen loopje nemen met de geschiedenis?’ refereert hij aan het einde van Quentin Tarantino’s Inglourious Basterds.

Die vergelijking is niet heel vreemd: Jud Süss gebruikt ook humor. Naast een melodrama wil het een karikaturale portrettering zijn van de hoge nazikringen in de tijd dat Duitsland onoverwinnelijk leek, op alle fronten. Bleibtreu speelt Goebbels over de top. Hij is een gladde charmeur, een grappenmaker, een manipulator, een schreeuwer en een overtuigd aanhanger van het Derde Rijk. En ook die toon zal aan de onvrede hebben bijgedragen.

‘Het is tijd dat wij onze geschiedenis iets vrijer durven bekijken’, verzucht Bleibtreu. ‘Zodat we ons er in zekere zin van kunnen losmaken. Niet vergeten, natuurlijk, integendeel. Daarom maken we juist deze films.’

De staart van de zestigste Berlinale heeft precies dat snufje controverse dat een festival nodig heeft. Eerder leverde The Ghost Writer van Roman Polanski al rumoer op, maar dat kwam eerder door diens afwezigheid dan door de film zelf, die veel suggereert over Tony Blair en zijn rol in de War on Terror.

Het kan haast geen toeval zijn dat de competitiefilms Jud Süss en Michael Winterbottoms The Killer Inside Me aan het einde van het festival zijn geprogrammeerd: allebei stonden ze vooraf garant voor controverse die de laatste dagen van de Berlinale een frisse impuls kan geven. Winterbottoms film werd tijdens Sundance al flink bekritiseerd en ook in Berlijn kunnen sommigen de meest gruwelijke scènes niet verdragen. Ook hier boegeroep, en een applausje.

In Winterbottoms ultra-gewelddadige film, gebaseerd op een hard-boiled pulpromannetje van Jim Thompson uit 1952, zijn vrouwen de dupe van sheriff en seriemoordenaar Lou Ford (een ijzingwekkende Casey Affleck). Juist de dames die dichtbij komen, slaat hij tot pulp, met zijn blote handen – in scènes die lang worden uitgerekt; de camera blijft hangen op dichtgeslagen ogen en de gebroken neus. Walgelijk? Ja, natuurlijk, vindt regisseur Winterbottom zelf. ‘In veel noir-boeken is geweld onderdeel van het plezier. Wat ik prettig vond aan het boek van Thompson was dat het hier helemaal niet entertainend is of opwindend, waardoor je erover na gaat denken. En dat is ook het punt van het geweld in de film: het moet juist afstotelijk zijn.’

Meer over