interviewberend strik

Berend Strik maakte kunst over de ateliers van collega-kunstenaars als Jackson Pollock en Marcel Duchamp

Voor de serie Deciphering the Artist’s Mind maakte hij 55 kunstwerken.

Deciphering The Artist's Mind, Roaming Maps, (Red), studio Jackson Pollock Beeld sonia mangiapane
Deciphering The Artist's Mind, Roaming Maps, (Red), studio Jackson PollockBeeld sonia mangiapane

‘Kom morgen maar terug!’ had de conciërge van het New Yorkse kantoorgebouw gezegd tegen kunstenaar Berend Strik (61). De volgende dag mocht de deur open en stond Strik eindelijk in het voormalige atelier van de Franse kunstenaar Marcel Duchamp (1887-1968). Duchamp staat bekend als vader van de conceptuele kunst, ijkpunt in de kunstgeschiedenis, belangrijk voor zowat iedere kunstenaar die na hem kwam. Ook voor Strik.

Wat er van dat atelier over was? Feitelijk niets, Strik stond in een kantoor gespecialiseerd in carrière-advies voor vrouwen: tl-lichten, archiefkasten, een printer, een ergonomische bureaustoel, een pc. Anticlimax? Beslist niet. Strik: ‘Er hing een poster van twee tennissende vrouwen waarop stond ‘You’ve come a long way, honey’. Ik dacht: dat is hoe Duchamp mij verwelkomt! En er hing een papier aan de muur met alleen de letter M erop, dat kon verwijzen naar ‘Marcel’.’

Strik probeerde via het atelier een glimp van de kunstenaar op te vangen. En dat lukte, dankzij zijn verbeeldingskracht. Hij maakte foto’s van het kantoor en bewerkte die op zijn kenmerkende manier, door erop te borduren en er stof op te stikken. Het werd het eerste kunstwerk uit zijn omvangrijke reeks Deciphering the Artist’s Mind: de afgelopen tien jaar vloog hij de hele wereld over om kunstenaarsateliers te fotograferen. Niet alleen van overleden kunstenaars, ook van tijdgenoten met wie hij in hun atelier afsprak.

Was het moeilijk om kunstenaars bereid te krijgen om mee te werken, het atelier is toch heel privé?

‘Niet voor iedereen. Zo was ik in Indonesië naar het atelier van de kunstenaar Melati Suryodarmo, erg bijzonder: dat was gewoon een betonnen plaat in de buitenlucht. Zij deelt die plek met andere kunstenaars en geeft er ook les in performancekunst. Maar er waren inderdaad ook kunstenaars die niet wilden meewerken, zoals Richard Prince (Amerikaanse kunstenaar, red.). Ik heb hem wel twee keer drie uur lang gesproken, vooral over zijn gebruik van foto’s. Uiteindelijk wilde hij niet dat ik zijn atelier fotografeerde: het kwam hem te dichtbij. Wel een compliment eigenlijk.’

Strik maakte voor iedere ontmoeting uitgebreid studie van de kunstenaar. Vaak had hij ook een concrete vraag. Zo wilde hij graag de, inmiddels overleden, Amerikaanse kunstenaar Vito Acconci ontmoeten. ‘Ik vind het fascinerend dat hij veel met architectuur heeft gewerkt. Daarover wilde ik hem spreken, over hoe hij die overstap heeft gemaakt.’ In 2015 mocht hij in zijn atelier langskomen.

Op welke manier bepaalt zo’n gespreksonderwerp het uiteindelijke kunstwerk?

‘Ik weet van tevoren nooit wat ik in het atelier ga fotograferen. Bij Vito Acconci heb ik uiteindelijk een foto genomen van zijn plafond, waarvan de verf afbladderde. Met borduursels heb ik daarvan een abstract stedelijk landschap gemaakt, een verwijzing naar de architectuur waar we het over hadden.’

De meeste inspiratie haalde Strik uit het atelier van de Amerikaanse kunstenaar Jackson Pollock (1912-1956). In dit atelier zijn de sporen van Pollocks gesmijt en gedruip met verf duidelijk te zien, net als de contouren van de schilderijen die er op de grond hebben gelegen. Strik: ‘Kunst vergroot onze wereld, ook door erover na te denken en ernaar te kijken. Ik vind dat een heel mooie gedachte, die ik terugzie in de ruimte die dit schilderij van Pollock heeft achtergelaten.’

Marja Bloem en Berend Strik: Deciphering the Artist’s Mind. Uitgeverij Mercatorfonds; 305 pagina’s; € 49,99. Expositie t/m 23/10 bij Galerie Fons Welters, Amsterdam.

Inmiddels is er een groot boek, ontworpen door Irma Boom, waarin 55 atelierkunstwerken te zien zijn. Niet dat Strik klaar is met het onderwerp. ‘Ik denk al aan een deel twee.’ In de tentoonstelling in de Amsterdamse galerie Fons Welters zijn twee toevoegingen aan de reeks te zien: de ateliers van Piet Mondriaan en Joseph Beuys.

Het boek heet ‘Het ontcijferen van de geest van de kunstenaar.’ Is dat nou via al die atelierbezoeken gelukt?

‘Je kunt natuurlijk nooit iemands geest volledig doorgronden. Het ging me eigenlijk ook om mijn eigen geest. Toen ik begon aan de reeks voelde ik me een beetje verloren en onbestemd, alsof ik op een vlot dreef. We leven in een tijd met weinig houvast: het klimaat is onvoorspelbaar, net als de politiek. En daarmee de toekomst van de wereld. Ik hoopte via de kunstenaars mezelf beter te begrijpen. Dat is wel gelukt, mijn vlot heeft een stabielere ligging gekregen.’

Deciphering The Artist's Mind, California Dreaming, studio Ger Van Elk, 
 Beeld Gert Jan van Rooi
Deciphering The Artist's Mind, California Dreaming, studio Ger Van Elk,Beeld Gert Jan van Rooi

Naald en draad

Aan het eind van de jaren tachtig begon Berend Strik op foto’s uit pornoblaadjes te borduren. ‘Ik was benieuwd wat er gebeurt als je zo’n foto verandert, die zacht en lieflijk maakt.’ Die strategie van foto’s met naald en draad bewerken is gebleven. Inmiddels maakt hij de foto’s vaak zelf en voegt hij ook gekleurde vlekken van stof toe. ‘Het is een spel van bedekken, afdekken, terugdringen of juist benadrukken.’ Veel van zijn kunstwerken zijn dubbelzijdig.

Meer over