nieuws

Belangrijkste toneelprijzen naar Naomi Velissariou en Emmanuel Ohene Boafo

De hoofdrolspelers van twee kwetsbare, Engelstalige solo’s, Naomi Velissariou en Emmanuel Ohene Boafo, zijn zaterdag bekroond met de belangrijkste Nederlandse toneelprijzen, de Theo en Louis d’Or. Het is voor het eerst dat de Louis d’Or naar een acteur van kleur gaat.

 Emmanuel Ohene Boafo en Naomi Velissariou. Beeld Ivo van der Bent, assistent: Annemée Dik
Emmanuel Ohene Boafo en Naomi Velissariou.Beeld Ivo van der Bent, assistent: Annemée Dik

Naomi Velissariou en Emmanuel Ohene Boafo zijn de winnaars van de belangrijkste Nederlandse toneelprijzen, de Theo en Louis d’Or. Dat is zaterdag bekend gemaakt op het Nederlands Theaterfestival. De bijrolprijzen Colombina en Arlecchino gingen naar Sanne Samina Hanssen, voor Angels in America (Olympique Dramatique i.s.m. Toneelhuis), en Jaap Spijkers, voor De Zaak Shell van Frascati Producties en De Nwe Tijd. Doordat de prijzen vorig jaar niet zijn uitgereikt, waren 21 acteurs genomineerd.

Velissarou (37) kreeg de Theo d’Or voor de beste vrouwelijke dragende rol voor het slotdeel van haar muziektheatertrilogie Permanent Destruction: Pain Against Fear bij Theater Utrecht. De Nederlandse toneeljury prijst haar ‘meerstemmige identiteit en kwetsbaarheid’. Voor het eerste deel van de trilogie, The SK Concert, ontving zij in 2019 al de Regieprijs.

De Louis d’Or voor de beste mannelijke dragende rol ging naar Boafo (28) voor de monoloog Sea Wall bij Het Nationale Theater. Hierin speelt hij de fotograaf Alex die een ogenschijnlijk luchtig verhaal vertelt, waarin de rampspoed langzaam naderbij sluipt. De jury schrijft: ‘Door zijn open, liefdevolle spel komt de dood in deze voorstelling snoeihard binnen.’

De winnaars zijn om meerdere redenen bijzonder. Bekroond werden twee solo’s: coronabestendige theatervorm bij uitstek, waarmee een acteur zichzelf op unieke wijze in de kijker speelt. Daarbij is het waarschijnlijk geen toeval dat beide solo’s over verdriet en kwetsbaarheid gaan. Tegelijk geven ze de kosmopolitische potentie van het Nederlands theater weer: ze worden gespeeld in het Engels, en de achtergrond van de spelers is zoals je elke vitale, veelzijdige kunstsector toewenst: Velissariou heeft een Vlaamse moeder en een Griekse vader, Boafo is Nederlands met Ghanese wortels. Hij is bovendien de eerste acteur van kleur die de Louis d’Or ontvangt, na de eerste zwarte Theo d’Or-winnares, Romana Vrede, in 2017.

Boafo (Meppel, 1993) groeide op in Amsterdam en doorliep de Toneelacademie in Maastricht. Direct na zijn afstuderen in 2018 trad hij toe tot het ensemble van Het Nationale Theater. Daar speelde hij onder meer in De wereld volgens John, Sexual Healing en Trojan Wars. Boafo ontving eerder de Henriëtte Hustinxprijs en de Guido de Moorprijs. Op tv was hij recentelijk te zien in de dramaserie Thuisfront.

Emmanuel Ohene Boafo in Sea Wall van Het Nationale Theater. Beeld Koen Veldman
Emmanuel Ohene Boafo in Sea Wall van Het Nationale Theater.Beeld Koen Veldman

Louis d’Or 2021: Emmanuel Ohene Boafo, voor Sea Wall.

Geraffineerd, liefdevol spel op de millimeter

Hij komt het podium opgelopen en begint middenin een verhaal, alsof hij ter plekke wordt overvallen door een warme herinnering. Glimlachend, hoofdschuddend, zegt hij: ‘She had us, both of us, completely around her finger.’ Dit is Alex, fotograaf, schoonzoon, vader. En hij vertelt over zijn dochter, Lucy van 8. De liefde is voelbaar in elke vezel, zijn borstkas onder spanning, gezwollen tot hij bijna barst. En barsten zal hij. Dat onheil wordt subtiel aangekondigd: Alex spreekt in de verleden tijd. En wat staat hij daar godverlaten alleen, op dat grote, kale podium. Tegenspel krijgt hij alleen van het licht.

De Engelse toneelschrijver Simon Stephens schreef de monoloog Sea Wall (2008) speciaal voor de Ierse acteur Andrew Scott (Sherlock, Fleabag). Het is een stuk van slechts veertig, verpletterende minuten, dat desondanks een compleet mensenleven omvat. Alex vertelt vol liefde over zijn werk, zijn vrouw Helen en zijn bijzondere schoonvader, met wie hij gesprekken voert over diepzeeduiken, tennis en God. Elk jaar bezoekt het gezinnetje diens huis aan de Franse kust; zonovergoten, zorgeloze vakanties zijn dat. Terloops, met even alledaagse als roerende details, tast Stephens het grootste geluk af dat een klein mensenleven kan kennen. Om vervolgens genadeloos af te buigen naar de grootste tragedie. Probeer daar nog maar eens zingeving uit te peuren.

 Emmanuel Ohene Boafo. Beeld Ivo van der Bent, assistent: Annemée Dik
Emmanuel Ohene Boafo.Beeld Ivo van der Bent, assistent: Annemée Dik

In deze kale, ongekunstelde solo in regie van Erik Whien bij het Nationale Theater probeert Emmanuel Ohene Boafo dat, met enkel zijn lichaam en de tekst als instrument. Stembuiging, glimlach, oogopslag: zijn dramatische gereedschap is delicaat. Noodgedwongen speelt Boafo op de millimeter: zo gevarieerd mogelijk binnen het grootst denkbare raffinement. Dat werkt. En ondanks de keuze om in het Engels te spelen, zonder boventiteling, haalt hij de toeschouwers moeiteloos dichtbij. We hangen aan zijn lippen, volgen elke syllabe die hem ontsnapt, ook al omdat we angstig vermoeden waar die onschuldige zinnen heen zullen leiden.

De toon van zijn voordracht wisselt van weemoedig naar wanhopend, van warm en liefdevol naar koud. Meesterlijk laat Boafo het verdriet in Alex aanzwellen tot het meedogenloos door het oppervlak breekt. Volmaakt gedoseerd, eerst met kleine stootjes, en uiteindelijk een dreun, ontvouwt zich dan het volle drama.

Behalve met zijn stem en blik acteert Boafo met zijn handen. Die zijn speels en beweeglijk: ze schilderen zomerse taferelen in de lucht: een gelukkig gezin, een huis aan zee. Zijn handen vormen de melodie onder zijn tekst. En als ze even rusten, machteloos, leeg, trilt ook die stilte mee. Uiteindelijk heeft Alex beide handen nodig om zichzelf bijeen te houden. Om niet uit elkaar te vallen.

Andrew Scott benadrukt in zijn versie de scepsis over religie in het stuk. Maar bij Boafo ligt het accent ergens anders. Dat komt door zijn blik die geregeld even naar boven afdwaalt. De berusting en vergeving in zijn stem. Zijn vermogen om een zaal mensen te verbinden, als was het een kerkgenootschap. Misschien weet hij hier, meer dan Scott, troost te vinden voorbij de zinnen. Want hij staat dan wel solo op toneel, maar Boafo is niet alleen. Dat voel je. En dat helpt, een beetje.

Naomi Velissariou in Permanent Destruction: Pain Against Fear. Beeld Foto Ben Houdijk
Naomi Velissariou in Permanent Destruction: Pain Against Fear.Beeld Foto Ben Houdijk

Theo d’Or 2021: Naomi Velissariou voor Pain Against Fear

Subtiel gestileerde weerloosheid

‘This is reality. I am real.’ Met de Theo d’Or voor Naomi Velissariou bekroont de Nederlandse toneeljury een rol die zich gedurende drie voorstellingen fascinerend heeft ontwikkeld. De solo Pain Against Fear is niet los te zien van de eerdere delen van Velissariou’s muziektheatertrilogie Permanent Destruction (met een onmisbare bijrol voor muzikant Joost Maaskant): The SK Concert en The HM Concert, geïnspireerd op het werk van respectievelijk Sarah Kane en Heiner Müller.

In The SK Concert maakten we voor het eerst kennis met Velissariou’s nieuwe alter ego, frontvrouw van de band Permanent Destruction. Perfect imiteerde zij daar de ongenaakbare diva, inclusief nauwsluitende catsuit, broeierige blikken, gestileerde poses en huppelpasjes. Maar gaandeweg schieten er barstjes in het gladde pantser.

Dan openbaart zich een gekwelde, onder haar romantische verlangens zuchtende zangeres, wier zielepijn steeds meer op de voorgrond komt te staan. Een vrouw met wie je kunt meevoelen; iemand aan wie je gehecht raakt. Totdat haar verpletterende liefdesverdriet definitief uitmondt in doodsverlangen.

Naomi Velissariou. Beeld Ivo van der Bent, assistent: Annemée Dik
Naomi Velissariou.Beeld Ivo van der Bent, assistent: Annemée Dik

Knap aan The SK Concert was dat Velissariou het grafzwarte oeuvre van Kane van lucht, menselijkheid en zelfs een beetje humor wist te voorzien. Als de expressieve actrice met één wenkbrauw ironisch opgetrokken ‘I dislike my genitals’ zegt, is dat in deze context opeens ook grappig – naast ultiem tragisch, uiteraard.

In opvolger The HM Concert laat ze het verdriet transformeren tot uitzinnige furie. Hier is Velissariou zwangere vrouw, verleidster en wreker ineen; spannend combineert ze die botsende identiteiten. Dat de zwangerschap echt was, gaf haar performance een verwarrend waarheidsgehalte. Ze is kwetsbaar, maar verandert die kwetsbaarheid op het podium in een verbluffende kracht, in een furieuze viering van de vrouw als levensbron. In The HM Concert is Velissariou een zwangere wraakgodin, een vuurspuwende helleveeg. Mama Mefisto. ‘Today is payday, boys.’

In zijn geheel beschrijft de trilogie een proces van volwassenwording, dat nauw verweven lijkt met Velissariou’s persoonlijke ontwikkeling. Of misschien is het een rouwproces: van diepzwart, suïcidaal verdriet via hevige woede en verzet naar liefdevolle berusting. In elk stadium is een relatie voelbaar met Velissarious eigen biografie – onmiskenbaar toen ze in The HM Concert hoogzwanger op toneel stond, en woest fulmineerde over moederschap en misogynie. Maar in het laatste deel, Pain Against Fear, is dat verband het meest expliciet: hier verschuilt ze zich niet langer achter andermans teksten, maar openbaart zichzelf in al haar kwetsbaarheid en laat de toeschouwer ongekend dichtbij komen.

In dit verstilde slotakkoord laat ze de theatraliteit van de eerste twee delen grotendeels los, om tot een eerlijke, sobere en zachte conclusie te komen. Weg zijn de expressieve visuals, de heftige lichteffecten, de pompende energie. Wat resteert, is subtiel gestileerde weerloosheid. In een transparante rode jurk – je kunt bijna door haar heen kijken – staat Velissariou op toneel, en kiest ervoor om zich te laten kennen. Gaandeweg het concert, dat de vorm krijgt van een muzikale biecht, heft ze met haar eerlijkheid het onderscheid tussen artiest en toeschouwer op. Het resultaat is een groots gevoel van herkenning, verbinding, en troost.

Overige prijzen uitgereikt op het Nederlands Theaterfestival

Regieprijs: De zaak Shell, van Anoek Nuyens & Rebekka de Wit, Frascati Producties en De Nwe Tijd

Gouden Krekel voor de meest indrukwekkende jeugdtheaterproductie: Een voorstelling die schijt heeft aan zijn eigen vage titel, van Jetse Batelaan, door Theater Artemis i.s.m. Ruhrtriennale en Künstlerhaus Mousonturm

Gouden Krekel voor de meest indrukwekkende podiumprestatie: Guus van der Steen, voor zijn vertolking van Moon in De Toverfluit van de Toneelmakerij & Silbersee

Mimeprijs: 8: Metamorphosis van Nicole Beutler Projects

Act Award: Scheidend festivaldirecteur Jeffrey Meulman, die vertrekt naar de Verkadefabriek in Den Bosch

Prosceniumprijs: THE NEED FOR LEGACY

Meer over