BoekbesprekingHet verhaal van de zoon

Bekroonde roman over doodgewone mensen die steeds weer onverwacht ontroeren

null Beeld Vleugels
Beeld Vleugels

Dat had Marc Vleugels goed gezien. De uitgever van vergeten meesterwerkjes, novellen voor fijnproevers en een veelgeprezen Franse reeks bracht onlangs Het verhaal van de zoon uit van Marie-Hélène Lafon (1962), wier werk nooit eerder in het Nederlands was vertaald. Prompt won het boek de Prix Renaudot, een van de grote Franse literatuurprijzen.

Een begrijpelijke keuze van de jury. In haar kleine roman omvat Lafon een eeuw en vele levens. Van het kind ‘wiens dood maar niet wegslijt’, gruwelijk gestorven in 1908, tot zijn verre achterneef, die precies honderd jaar later aan het grafje staat, op een verlaten kerkhof in de Auvergne. De tijden lopen kriskras door elkaar. Dat vraagt om aandachtig lezen, maar de twaalf korte hoofdstukken vormen een evenwichtig, weldoordacht geheel.

De zoon uit de titel kent zijn vader niet, zijn moeder woont ver weg in Parijs. Hij groeit op bij zijn oom, tante en nichtjes met borsten, die je door hun kleren heen voelt als ze je omhelzen – dus hij boft maar, vindt hij zelf. Een verhaal over doodgewone mensen, die in Lafons gloedvolle zinnen (en het mooie Nederlands van Katelijne De Vuyst) steeds weer onverwacht ontroeren.

Marie-Hélène Lafon: Het verhaal van de zoon. Uit het Frans vertaald door Katelijne De Vuyst. Vleugels; € 23,95.

Meer over