Bekend van de typetjes, maar ook gezien als acteur

Ton van Duinhoven (89) is overleden. ‘Een spoor van rook. Niet veel om na te laten, maar toch, het werd gezien.’..

Feyenoordsuppoost Crooswijk is dood. Net als de beste klant van Meneer Jamin, die vooral gek was op de koekjes en de roompudding, en de Italiaanse ijssalonhouder uit de comedyserie Cassata. Maar ook de wereldvreemde, pompeuze Don Adriano de Armado uit Shakespeare’s Love’s Labour’s Lost en de vrome veldprediker uit Oh, wat een heerlijke oorlog. Met andere woorden: acteur Ton van Duinhoven (Schiedam, 1921) is overleden. Hij was al vijf jaar bedlegerig door een evenwichtsstoornis.

Direct na de bevrijding in 1945 trok Van Duinhoven naar Amsterdam, waar hij begon als sportverslaggever bij Het Parool. Samen met Simon Carmiggelt en Han Hoekstra maakte hij deel uit van het journalistencabaret De Inktvis, waarvoor Annie Schmidt teksten schreef. Van Duinhoven, de enige goede zanger van het gezelschap, werd door Wim Kan naar zijn ABC-cabaret gehaald. Van Duinhoven heeft Kan altijd beschouwd als de man die een beslissende wending aan zijn leven heeft gegeven.

In de jaren vijftig begint zijn serieuze film- en toneelcarrière, waarbij hij Cor Ruys als zijn echte toneelvader beschouwde. De veelzijdige acteur heeft een feilloze intuïtie om zich in te leven in zijn karakter, of het nou een Chinees is die in het Rijksmuseum rondloopt, Rechter Brack uit Hedda Gabler van Ibsen, of een personage van Pinter of Shakespeare.

In 1960 maakt hij als zanger deel uit van de Nederlandse equipe op het Knokke Festival, met Rita Reys, Corry Brokken, Teddy Scholten en Willy Alberti. Dat jaar trouwt hij met actrice Ina van Faassen, met wie hij in amusementsprogramma’s optreedt.

Van Duinhoven wordt bekend door tv-series als De Nonsens en Treurniet-show , de Van Speijkshow en vooral Hadimassa, het satirische programma met onder anderen Kees van Kooten, Wim de Bie en Annemarie Oster. Befaamd werd zijn creatie van de Feyenoordsuppoost Van Crooswijk. Deze man was in veel opzichten de tegenpool van de Ajaxdonateur Van Duinhoven. De stadionwacht was vreugdeloos en bekrompen, terwijl Van Duinhoven graag lachte en vooroordelen verfoeide, maar ‘wat mij imponeert en ontroert is dat hij op zijn stuk staat’.

We kennen allemaal de typetjes, een wat beperkter deel van het publiek kent Van Duinhoven als de acteur, maar wat hem verder bewoog bleef voor het grote publiek onzichtbaar. Ook in het boekje Dit ben ik geloof ik zelf uit 1973 heeft hij geen zin in een lang levensverhaal. ‘Ik geef m’n eigen ik niet graag bloot, maar ik ruil ’m graag voor een betere.’

Toch laat hij dan wel merken dat hij gemengde gevoelens heeft over het feit dat hij in de eerste plaats werd erkend en bejubeld als een komisch acteur, een typetjesmaker.

In 2008 treedt Van Duinhoven nog één keer naar buiten voor de documentaire Ton van Duinhoven, een spoor van rook van regisseur Barbara Makkinga. Hij komt naar voren als een gedreven man die vanuit zijn perfectionisme geregeld de confrontatie aanging met vrienden en collega’s. Aan het slot kijkt Ton van Duinhoven naar zijn artistieke erfenis. Het klinkt als een Pinter-achtige monoloog: ‘Een spoor van rook. Niet veel om na te laten, maar toch, het werd gezien.’

Patrick van den Hanenberg

Meer over