Dagboekfragment

Beha-malheur op Mount Everest

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Klimmers op weg naar hun basiskamp op de Mount Everest, april 2007.  Beeld Getty
Klimmers op weg naar hun basiskamp op de Mount Everest, april 2007.Beeld Getty

Mount Everest, 11 mei 1999

Wat zei ik ook alweer in kamp 2? Voelde ik me niet beresterk? Nu is het weer niks. Ik voel me slap. De ellende begon vanmorgen al, direct bij vertrek. Willie en Enrique waren reeds op pad. Mike Smith stond klaar. Ik pakte mijn rugzak en gooide hem over mijn schouder.

Op dat moment schoot mijn beha los! Dit is me nog nooit overkomen. Om zes uur ’s morgens in kamp 3 op 7.200 meter hoogte, terwijl we klaar staan om naar de Zuidcol te klimmen, en dan schiet uitgerekend mijn beha los. Dat houd je toch niet voor mogelijk?

Ik riep tegen Mike dat hij maar alvast moest gaan. Het viel niet mee om boven de wind uit te komen, maar toen hij het eenmaal begrepen had, knikte hij en vertrok.

Na een operatie van zeker vijf minuten – tent weer in, donsjas uit, schouderbandjes losmaken van de klimbroek, trui en ondershirt omhooghijsen, stomme beha weer vastmaken, uithijgen – was eindelijk ook ik op weg naar kamp 4.

Het gaat niet vandaag, ik heb het koud en ben vreselijk moe. Wennen, denken, doen, alles gaat moeizaam en vertraagd. Dit is de Zone des Doods. Gelukkig ben ik de Gele Band op 7.700 meter al voorbij. Nu alleen nog de Geneefse Pijler, het laatste grote obstakel voor de Zuidcol.

Mike klimt een heel eind voor mij, ik kan hem nog maar net onderscheiden.

Katja Staartjes (1963), Nederlandse bergbeklimmer en atleet. Uit Hoog spel – de eerste Nederlandse vrouw op de top van de Everest. Uitgeverij Podium, 1999.

Meer over