BoekrecensieNotre-Dame

Begeesterd verklaart Ken Follett zijn liefde aan de Notre-Dame in zijn nieuwe boek ★★★★☆

null Beeld Typex
Beeld Typex

Zonder veel omwegen verklaart Ken Follett zijn liefde aan de Notre-Dame in een boeiende, beknopte geschiedenis met mooi gekozen citaten en hier en daar een fraaie eyeopener.

Misschien dat de Notre-Dame nog net binnen een straal van een kilometer van mijn huis staat, de afstand die je in Parijs van huis mag. Misschien smokkel ik een paar honderd meter, vandaag, een jaar nadat de kathedraal heeft gebrand. Ik zie voor het eerst de narcissen in de perken, ze zijn al bijna uitgebloeid. Een enkele hardloper komt voorbij, lijkt niets anders dan de leegte te trotseren. Ik zie dat de bouwplaats geheel is afgezet en dat het werk is gestaakt. Militairen met stenguns komen langs, zij bewaken het heiligdom met mondkapjes om. Ik kijk naar een constructie waaraan van alles ontbreekt, deels onttakeld, deels in ontwikkeling. Enkel bewoond door duiven, de ziel, de geest moet er ooit weer worden teruggebracht.

Op houten afzettingen zijn foto’s en teksten aangebracht die vertellen van de geschiedenis en van de inspanningen van de wetenschap om de kathedraal in oude staat te herstellen. Ooit werd de kathedraal ‘Het woud’ genoemd vanwege de talrijke eikenhouten balken die de dakspanten vormden boven het gewelfde plafond. De neergestorte en verkoolde balken leren ons nu over het klimaat in de 13de eeuw.

Ik lees dat het sublieme rood-roze venster aan de noordzijde bewaard is gebleven en nu op een veilige plek wordt bewaard. Met dat raam begint Ken Follett zijn beknopte geschiedenis van de Notre-Dame, die eigenlijk een liefdesverklaring is. Hij citeert daarvoor uit Victor Hugo’s De klokkenluider van de Notre-Dame, waar Hugo zo’n fraaie Parijse lentedag als vandaag oproept. Hij schildert in machtige taal de ondergaande zon, de almaar horizontaler stralen die de kathedraal verlichten ‘totdat’, schrijft hij, ‘het grote roosvenster vlamt als het oog van een cycloop waarin de vuurgloed van de oven weerkaatst’.

Liefdesverklaring

Dit literaire beeld was verleden jaar maar al te werkelijk. Kathedralenliefhebber Follett vertelt hoe de televisiebeelden van de brandende kathedraal hem schokten. Maar dat jaren van studie van de bouw en de geschiedenis van middeleeuwse kathedralen hem dwongen rationeel te blijven denken. Onmiddellijk begon hij via Twitter te wijzen op de gevaren van het brandende dak voor de constructie van de kathedraal, precies zoals hij ooit in zijn roman Pilaren van de aarde had beschreven. De volgende dag reisde Follett af naar Parijs en besloot hij op verzoek van zijn Franse uitgever een boek te schrijven over zijn liefde voor de kathedraal. De verdiensten zouden naar het herbouwfonds gaan. Tien dagen later was het af, zo gaat dat met liefdesverklaringen; ze moeten ook weer niet te lang duren, willen ze worden gehoord.

In een zestal hoofdstukken schiet Follett door de geschiedenis van de kathedraal: van 1163, toen de Parijse bisschop in de groeiende stad een kerk in nieuwe gotische stijl wilde, tot 1989, het jaar dat hij Pilaren van de aarde afrondde. Treffend is het beeld dat Follett geeft van de internationale dimensie van de kathedralenbouw en ook van het gebrek aan kennis van de constructeurs: ‘Men bouwde met vallen en opstaan en maakte fouten.’ Zoals ook de romanschrijver te werk gaat, met het verschil dat het bouwen van een kathedraal het werk is van een hele gemeenschap en dat vallen dodelijke gevolgen heeft. Schitterend gekozen is het citaat van Hugo’s vrouw, die weergeeft hoe haar man op 1 september 1830 aan zijn roman over de kathedraal begon: ‘Hij kocht een fles inkt en een hele grote gebreide sjaal, die hem van top tot teen bedekte (…) en betrad zijn roman alsof het een gevangenis was.’ De schrijver in vroeger tijden kon wel door kou bevangen worden.

Opmerkingen over de slechte staat van de kathedraal in Hugo’s roman ontroerden destijds veel lezers, overal ter wereld, en dwongen de Franse overheid de renovatie van de kathedraal in gang te zetten. Architect Eugène Viollet-le-Duc kreeg in 1844 de opdracht. Hij ging methodisch te werk en gebruikte voor het eerst de technologie van de fotografie voor daguerreotypen, om nauwkeurige restauratie mogelijk te maken. Toch kreeg hij kritiek, onder meer vanwege de nieuwe torenspits die hij niet naar middeleeuws model nabootste. Zijn criticasters leven niet meer en er schijnen ook geen schetsen van de oorspronkelijke toren te zijn. De vraag is nu hoe deze torenspits, die verleden jaar als climax van de avond instortte, zal worden herbouwd.

Heroïsch is Folletts beschrijving van de manier waarop De Gaulle in 1944 zijn macht vestigt in het (bijna) bevrijde Parijs. Terwijl van verschillende zijden schoten klinken en mensen wegduiken, schrijdt De Gaulle onaangedaan de kathedraal binnen. Superieur politiek theater.

Het slothoofdstuk bevat een bijzondere observatie: ‘Kathedralen zijn de oudste gebouwen die nog worden gebruikt waarvoor ze ooit bedoeld waren.’ Het is misschien wel daarom dat mensen, of ze nu gelovig zijn of niet, kathedralen binnengaan om er de stilte te ervaren en tot rust te komen, hun leven te overdenken. Of, zoals ik zelf doe, te denken aan de mensen die ik liefheb en die er niet meer zijn. Folletts Notre-Dame is geen middeleeuws, hoofs en hooggestemd gedicht. Follett verklaart zijn liefde zonder veel omwegen met boeiende informatie, mooi gekozen citaten en een enkele eyeopener zo fraai als een roosvenster. Daarmee is iets van de geest in de kathedraal teruggebracht. De rest moet straks weer uit de muren komen, van de mensen die er binnengaan, de tijd.

null Beeld Meulenhoff
Beeld Meulenhoff

Ken Follett: Notre-Dame – Een beknopte geschiedenis van de beroemde kathedraal. Uit het het Engels vertaald door Joost van der Meer en William Oostendorp. Meulenhoff; 64 pagina’s; € 11,99.

Meer over