Beeldende kunst

Beeldhouwer Anne Wenzel maakte in coronatijd Francis Bacons schilderijen in 3D na

The Bacon Project is te zien in de Amsterdamse galerie Akinci.

Anne Wenzel: Triptych 1970, left panel.  Beeld John Stoel
Anne Wenzel: Triptych 1970, left panel.Beeld John Stoel

De paus is nog niet van haar af. Van het keramiekbeeldje dat Anne Wenzel (1972) modelleerde naar Francis Bacons beroemde schilderij Study after Vélazquez’s Portrait of Pope Innocent X (1953), beter bekend als ‘de schreeuwende paus’, zou de beeldhouwer best meer versies willen maken. Innocentius zit er weliswaar geslaagd angstaanjagend bij, maar voor de tralie-achtige constellatie rond de Pamphili-paus vond de beeldhouwer nog niet de perfecte vertaalslag. En dergelijke vertalingen ontdekken, zegt ze, is precies waar het in The Bacon Project grotendeels om draait.

‘Een bizar project’, noemt Wenzel de beelden verscheidene malen tijdens ons gesprek op de stoep voor galerie Akinci in Amsterdam, waar het complete project nu te zien is. Over dat bizarre zo meer. Dit is het: twaalf beeldjes op tafelformaat, staand, liggend en, in één geval, hangend aan het plafond, stuk voor stuk ontleend aan de figuren en objecten op de schilderijen van de Iers-Britse schilder Francis Bacon (1909-1992). Het zijn geen pastiches of variaties. Het zijn nauwkeurige transcripties van het ene medium naar het andere. ­Accuraatheid telt. Schilderde Sir. Francis Bacon een verdacht uitziende witte vlek, dan treffen we die vlek ook in Wenzels 3D-schaalkopie.

Apart eraan is vooral dat Anne Wenzel deze beelden maakte. Zij is een gevestigd beeldhouwer, wiens entropisch aandoende beelden even herkenbaar zijn als Bacons schilderijen. Van een kunstacademie-student zou je een dergelijke oefening misschien verwachten. Maar van een gearriveerd kunstenaar als zij…?

De verwantschap met Bacon, vertelt Wenzel, was er altijd al, maar de fascinatie vlamde op toen ze in oktober 2019 een retrospectief van zijn werk bezocht in het Centre Pompidou in Parijs. Omdat daar zo veel schilderijen bijeen hingen was ze goed in staat om de eigenaardigheden en motieven erin te herkennen. Anders dan haar man, die schilder is, was Wenzel niet geboeid door Bacons befaamde kwaststreek, maar door zijn weergave van ruimten: ‘Als ik een Bacon zie, dan zie ik een tentoonstelling, mijn eigen tentoonstelling misschien wel (lacht). Zijn ruimten zijn heel opgeruimd, en in die haast klinische ruimten heb je dan figuren waarin ik sculpturen zie.’ Fascinerend aan ze is hun efemere karakter: het heeft iets ongrijpbaars hoe ze overgaan van figuratie in abstractie. Ze wilde dat proces doorgronden, zegt Wenzel. Bacon namaken leek haar daartoe een goede manier.

‘Beeld/vlees: 1:1 boetseren’, noteerde ze daarom destijds in haar ­telefoon.

Een half jaar later begon de lockdown. Haar aanstaande tentoonstelling in Marseille werd een uur voor de opening afgeblazen. Toekomstige projecten gingen voor onbepaalde tijd niet door. Van een vrouw met en bloeiende studiopraktijk en gemiddeld tien projecten per jaar veranderde ze in een vrouw met een schrikbarend lege agenda. De stille studio vond ze afschuwelijk, maar de mogelijkheid om weer vrij te kunnen spelen beschouwde ze als een buitenkans. Zo begonnen haar lessen van Bacon.

Het Bacon Project in wording.  Beeld Lotte Stekelenburg
Het Bacon Project in wording.Beeld Lotte Stekelenburg

Het probleem van de ruimtelijkheid was nog de makkelijkste les. Wenzels beelden hebben een voor-, zij-, en achterkant, waar die van Bacon slechts uit een voorzijde bestaan. En toch had Wenzel niet veel moeite om de onzichtbare delen te verzinnen: ‘Bacon was geen beeldhouwer, maar anatomisch zit zijn werk ontzettend goed in elkaar. De stukken waarover geen informatie bestaat, kon ik meestal afleiden uit de maat en richting die Bacon aangaf.’ Meer inventiviteit vereisten de Escher-achtige constructies en zwaartekracht tartende elementen die veel voorkomen op Bacons schilderijen.

The Bacon Project (Study after Velázquez's Potrait of Pope Innocent X). Beeld John Stoel
The Bacon Project (Study after Velázquez's Potrait of Pope Innocent X).Beeld John Stoel

Ook het vertalen van Bacons texturen zorgde voor ingewikkelde puzzels. Bacon schilderde vlees, bot, bloed, sperma, ectoplasma, velours, metaal, zaken die zich makkelijker laten oproepen in verf dan in keramiek. Wilde ze trouw zijn aan haar voorbeeld dan diende Wenzel allerlei nieuwe technieken en materialen aan te boren. Op zeker moment arriveerde er zelfs een lasapparaat in haar studio. Soms was ze weken bezig om het juiste materiaal te vinden.

Het was niet voor niks. Iemand die nog nooit van Francis Bacon of Anne Wenzel heeft gehoord ziet in Akinci twaalf hebberig makende beeldjes. Voor Wenzel zelf zijn de gave baby-­Bacons echter het minst interessant aan de hele onderneming. De onderweg opgedane kennis, daarin zit de werkelijke waarde: ‘Ze brachten me op plekken in mijn denken die voorheen niet bestonden.’

De post-Bacon Wenzel is daardoor een andere dan de pre-Bacon Wenzel: opener, minder leunend op het vertrouwde. Om die houding vast te houden dwong ze zichzelf om in recente ontwerpen tenminste een les van Bacon toe te passen. Zo staat het levensgrote keramische hert dat ze maakte met coronasubsidie op een sokkel van enkele vierkante meters, en toont een ontwerp voor een Rotterdams monument waar ze naar meedong een man en een vrouw die uit elkaar worden gesneden, met op het snijpunt een groot neon-oranje vlak. Zo’n stuk kleur in een beeld toelaten, zegt Wenzel, dat is voor haar echt een nieuwe stap. Die zette ze met dank aan Francis Bacon.

Anne Wenzel, The Bacon Project, te zien bij AKINCI, Amsterdam, t/m 17 juli

Publicatie: The Bacon Project, met bijdragen van Richard Leydier en Sacha Bronwasser

Douchegordijn

Een van de lastigste schilderijen om te vertalen was Study for Nude (1951). Het aapachtige wezen daarop had ze vrij snel nagebootst, maar het douchegordijn-achtige ding waaronder hij schuilgaat (in Bacons schilderij een partij schetsmatig neergezette verticale lijnen) was echt hoofdpijn. Wat ze nodig had, dacht ze, was een slappe variant van de plastic flappen die je treft bij deuren in bedrijfshallen. Na vele mislukte pogingen vond ze die uiteindelijk in in siliconen gedrenkte zijde.

Meer over