Bataven en Buitenlanders

Wien Ne¿rlandsch bloed door d' aadren vloeit...

OP HET SCHERP VAN DE SNEDE Prof. dr. B. Smalhout

De Telegraaf, 19 december 2009

Ne¿rlandsch Bloed...

Vorige maand verscheen er een wonderlijk boek over twintig eeuwen immigratie in Nederland. De schrijver is de econoom, jurist en socioloog Jaap Schalekamp. De opvallende titel luidt: 'Bataven en Buitenlanders'. De vraag wordt gesteld of er eigenlijk wel echte Nederlanders bestaan.

Wie het voorrecht heeft genoten nog v¿¿r de invoering van de Mammoetwet op school te zijn geweest, herinnert zich zonder enige twijfel het spannende verhaal van de woeste Germaanse volksstam de Bataven, die door ons meestal Batavieren werden genoemd. Ze zouden in uitgeholde boomstammen de Rijn zijn komen afzakken en bij Lobith ons huidige land hebben betreden. De werkelijkheid is anders. Maar in ons collectieve geheugen zijn de Bataven onverbrekelijk verbonden met het begrip Nederland. Ze worden gezien als de oer-Nederlanders. Vandaar dat onder meer de hoofdstad van het vroegere Nederlands-Indi¿ Batavia werd genoemd voordat de Republiek Indonesi¿ er Jakarta van maakte.

Jaap Schalekamp, die zo Nederlands functioneert als maar mogelijk is, voelt zich betrokken bij het probleem van de immigratie, omdat hij zichzelf beschouwt als een lid van een immigrantenfamilie. Zijn moeder Claire K¿nzi kwam uit Zwitserland en van vaders zijde bestond de stamboom uit onder meer Franse hugenoten, zuidelijke Nederlanders en Duitsers. Hij vroeg zich af hoe het eigenlijk stond met de andere inwoners van ons land.

Het werd een hele studie die, in tegenstelling tot de offici¿le publicaties, vlot en humoristisch geschreven is. Het leest als een trein, terwijl de documentatie toch zeer zorgvuldig is. Jaap Schalekamp begint zijn verhaal een halve eeuw voor de jaartelling en bespreekt kritisch alle soorten immigranten die uiteindelijk de smeltkroes hebben gevormd van wat thans 'het Nederlandse volk' wordt genoemd. Daarbij werd zorgvuldig de groei van de bevolking vermeld. Enkele tienduizenden mensen in het begin van de jaartelling groeiden via de twee miljoen in de zeventiende eeuw uit tot de 16,5 miljoen thans. Van de oorspronkelijke Bataven is, genetisch gezien, vrijwel niets meer over, maar tientallen andere volkeren hebben, als immigranten, bijgedragen tot wat heden Nederlanders worden genoemd.

Zo vermeldt de schrijver dat ons Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL, veel vreemdelingen aantrok. Die werden opgeleid in Harderwijk en vandaar naar onze vroegere koloni¿n verscheept. Zo werden in 1877 (dus 132 jaar geleden) 3046 militairen uitgezonden. Daarvan kwamen er slechts 884 uit Nederland en 2162 uit andere landen in Europa. Velen van hen bleven in het vroegere Indi¿ of vestigden zich later in Nederland.

Er worden ook kritische opmerkingen gemaakt over het begrip 'de Nederlanden', dat pas n¿ de Franse tijd, dus pas in het begin van de negentiende eeuw, is ingevoerd. Jaap Schalekamp, die veel in het buitenland heeft gewerkt, vermeldt ook dat in de Verenigde Staten het begrip 'The Netherlands' niet zo veel zegt. Het woord 'Holland' daarentegen is overal bekend. Het is, volgens Jaap, 'een sterk merk'. Interessant is ook het hoofdstuk over de invloed op de Nederlandse bevolking van het verlies van onze voormalige koloni¿n en de immigratie van de honderdduizenden Indische Nederlanders.
Uiterst interessant en humoristisch is het overzicht over de etnische samenstelling van onze koninklijke familie. Eeuwenlang heeft er in die familie geen huwelijk met een Nederlandse partner plaatsgevonden. Tenminste niet in de lijn van de mogelijke troonopvolgers. De grote doorbraak kwam met Pieter van Vollenhoven. Hij was de eerste autochtoon in de koninklijke familie. Ook de Nederlandse afkomst van onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje (1533-1584) is minimaal. Onze koninklijke familie is bijna voor honderd procent van buitenlandse, dus allochtone, afkomst, wat natuurlijk nog niets zegt van haar capaciteiten of inzet voor ons land.

undefined

Overbevolkt

Veel aandacht wordt ook besteed aan de sociale en politieke gevolgen van de beide wereldoorlogen en aan de invloed van het sociaal-politieke denken op de bevolking. Kort maar grondig wordt stilgestaan bij de grote invloed die de twee belangrijkste socialistische politici van de vorige eeuw hebben gehad, namelijk Willem Drees en Joop den Uyl. Die waren in wezen elkaars tegenpolen. In 1949 vond Drees dat Nederland overbevolkt raakte. We hadden toen tien miljoen inwoners, verdeeld over nog geen twee¿nhalf miljoen gezinnen.

Thans zijn we er met 16,5 miljoen mensen en 7,5 miljoen gezinnen, hetgeen een enorme ruimtebehoefte oplevert. Van al die mensen zijn ruim drie miljoen allochtoon, waarvan bijna twee miljoen niet-westers. Het probleem is ook nog dat als immigranten twee ouders hebben die in Nederland zijn geboren, ze als autochtone Nederlanders worden geboekt, ook al zijn ze etnisch gezien nog geheel allochtoon. Maar in elk geval levert dit alles een onvoorstelbare overbevolking, waarover echter niet gesproken mag worden.

Het is, zoals Jaap Schalekamp schrijft, ons laatste echte taboe. De sociaal-politieke kreet uit de jaren zestig: 'Niets hoeft en alles moet kunnen' heeft ons ernstig opgebroken. Evenwel is ¿¿n ding zeker, namelijk dat Nederland een gigantische smeltpot is van immigranten uit de laatste 2000 jaar. Vandaar dat de schrijver terecht een groot vraagteken plaatst bij het oorspronkelijke Nederlandse volkslied van 1817:

'Wien Ne¿rlandsch bloed door d'aadren vloeit van vreemde smetten vrij...'

De tekst was van Hendrik Tollens en de componist was de Duitser Johann Wilhelm Wilms. Het werd in 1932 vervangen door het veel mooiere en waardiger Wilhelmus.

Het grote wonder is echter dat hoewel bij niemand echt Nederlands bloed door de aderen stroomt, wij als Nederlandse gemeenschap toch een duidelijke identiteit hebben die veel verder gaat dan het obligate koekje bij de thee.

OP HET SCHERP VAN DE SNEDE Prof. dr. B. Smalhout

De Telegraaf, 19 december 2009

Ne¿rlandsch Bloed...

Vorige maand verscheen er een wonderlijk boek over twintig eeuwen immigratie in Nederland. De schrijver is de econoom, jurist en socioloog Jaap Schalekamp. De opvallende titel luidt: 'Bataven en Buitenlanders'. De vraag wordt gesteld of er eigenlijk wel echte Nederlanders bestaan.

Wie het voorrecht heeft genoten nog v¿¿r de invoering van de Mammoetwet op school te zijn geweest, herinnert zich zonder enige twijfel het spannende verhaal van de woeste Germaanse volksstam de Bataven, die door ons meestal Batavieren werden genoemd. Ze zouden in uitgeholde boomstammen de Rijn zijn komen afzakken en bij Lobith ons huidige land hebben betreden. De werkelijkheid is anders. Maar in ons collectieve geheugen zijn de Bataven onverbrekelijk verbonden met het begrip Nederland. Ze worden gezien als de oer-Nederlanders. Vandaar dat onder meer de hoofdstad van het vroegere Nederlands-Indi¿ Batavia werd genoemd voordat de Republiek Indonesi¿ er Jakarta van maakte.

Jaap Schalekamp, die zo Nederlands functioneert als maar mogelijk is, voelt zich betrokken bij het probleem van de immigratie, omdat hij zichzelf beschouwt als een lid van een immigrantenfamilie. Zijn moeder Claire K¿nzi kwam uit Zwitserland en van vaders zijde bestond de stamboom uit onder meer Franse hugenoten, zuidelijke Nederlanders en Duitsers. Hij vroeg zich af hoe het eigenlijk stond met de andere inwoners van ons land.

Het werd een hele studie die, in tegenstelling tot de offici¿le publicaties, vlot en humoristisch geschreven is. Het leest als een trein, terwijl de documentatie toch zeer zorgvuldig is. Jaap Schalekamp begint zijn verhaal een halve eeuw voor de jaartelling en bespreekt kritisch alle soorten immigranten die uiteindelijk de smeltkroes hebben gevormd van wat thans 'het Nederlandse volk' wordt genoemd. Daarbij werd zorgvuldig de groei van de bevolking vermeld. Enkele tienduizenden mensen in het begin van de jaartelling groeid

en via de twee miljoen in de zeventiende eeuw uit tot de 16,5 miljoen thans. Van de oorspronkelijke Bataven is, genetisch gezien, vrijwel niets meer over, maar tientallen andere volkeren hebben, als immigranten, bijgedragen tot wat heden Nederlanders worden genoemd.

Zo vermeldt de schrijver dat ons Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL, veel vreemdelingen aantrok. Die werden opgeleid in Harderwijk en vandaar naar onze vroegere koloni¿n verscheept. Zo werden in 1877 (dus 132 jaar geleden) 3046 militairen uitgezonden. Daarvan kwamen er slechts 884 uit Nederland en 2162 uit andere landen in Europa. Velen van hen bleven in het vroegere Indi¿ of vestigden zich later in Nederland.

Er worden ook kritische opmerkingen gemaakt over het begrip 'de Nederlanden', dat pas n¿ de Franse tijd, dus pas in het begin van de negentiende eeuw, is ingevoerd. Jaap Schalekamp, die veel in het buitenland heeft gewerkt, vermeldt ook dat in de Verenigde Staten het begrip 'The Netherlands' niet zo veel zegt. Het woord 'Holland' daarentegen is overal bekend. Het is, volgens Jaap, 'een sterk merk'. Interessant is ook het hoofdstuk over de invloed op de Nederlandse bevolking van het verlies van onze voormalige koloni¿n en de immigratie van de honderdduizenden Indische Nederlanders.
Uiterst interessant en humoristisch is het overzicht over de etnische samenstelling van onze koninklijke familie. Eeuwenlang heeft er in die familie geen huwelijk met een Nederlandse partner plaatsgevonden. Tenminste niet in de lijn van de mogelijke troonopvolgers. De grote doorbraak kwam met Pieter van Vollenhoven. Hij was de eerste autochtoon in de koninklijke familie. Ook de Nederlandse afkomst van onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje (1533-1584) is minimaal. Onze koninklijke familie is bijna voor honderd procent van buitenlandse, dus allochtone, afkomst, wat natuurlijk nog niets zegt van haar capaciteiten of inzet voor ons land.

Overbevolkt

Veel aandacht wordt ook besteed aan de sociale en politieke gevolgen van de beide wereldoorlogen en aan de invloed van het sociaal-politieke denken op de bevolking. Kort maar grondig wordt stilgestaan bij de grote invloed die de twee belangrijkste socialistische politici van de vorige eeuw hebben gehad, namelijk Willem Drees en Joop den Uyl. Die waren in wezen elkaars tegenpolen. In 1949 vond Drees dat Nederland overbevolkt raakte. We hadden toen tien miljoen inwoners, verdeeld over nog geen twee¿nhalf miljoen gezinnen.

Thans zijn we er met 16,5 miljoen mensen en 7,5 miljoen gezinnen, hetgeen een enorme ruimtebehoefte oplevert. Van al die mensen zijn ruim drie miljoen allochtoon, waarvan bijna twee miljoen niet-westers. Het probleem is ook nog dat als immigranten twee ouders hebben die in Nederland zijn geboren, ze als autochtone Nederlanders worden geboekt, ook al zijn ze etnisch gezien nog geheel allochtoon. Maar in elk geval levert dit alles een onvoorstelbare overbevolking, waarover echter niet gesproken mag worden.

Het is, zoals Jaap Schalekamp schrijft, ons laatste echte taboe. De sociaal-politieke kreet uit de jaren zestig: 'Niets hoeft en alles moet kunnen' heeft ons ernstig opgebroken. Evenwel is ¿¿n ding zeker, namelijk dat Nederland een gigantische smeltpot is van immigranten uit de laatste 2000 jaar. Vandaar dat de schrijver terecht een groot vraagteken plaatst bij het oorspronkelijke Nederlandse volkslied van 1817:

'Wien Ne¿rlandsch bloed door d'aadren vloeit van vreemde smetten vrij...'

De tekst was van Hendrik Tollens en de componist was de Duitser Johann Wilhelm Wilms. Het werd in 1932 vervangen door het veel mooiere en waardiger Wilhelmus.

Het grote wonder is echter dat hoewel bij niemand echt Nederlands bloed door de aderen stroomt, wij als Nederlandse gemeenschap toch een duidelijke identiteit hebben die veel verder gaat dan het obligate koekje bij de thee.
OP HET SCHERP VAN DE SNEDE Prof. dr. B. Smalhout

De Telegraaf, 19 december 2009

Ne¿rlandsch

Meer over