interviewEva Saladin

Barokviolist Eva Saladin laat zich inspireren door haar toehoorders

Nederlandse barokvioliste Eva Saladin, artist in residence van het Festival Oude Muziek in Utrecht. Beeld Pauline Niks
Nederlandse barokvioliste Eva Saladin, artist in residence van het Festival Oude Muziek in Utrecht.Beeld Pauline Niks

Barokviolist Eva Saladin (34) is dit jaar misschien wel het hoogtepunt van het Festival Oude Muziek. Ze wil muziek maken waar mensen ‘niet neutraal’ tegenover kunnen staan. Ook als ze daarbij ergernis losmaakt, is dat goed.

In 2018 kwam ze verstopt in een barokgroep naar het Festival Oude Muziek in Utrecht. In 2019 zette ze met een solo-optreden de oren op steeltjes. En als het virus er niet geweest was, had de Nederlandse barokviolist Eva Saladin zich al in 2020 ontpopt als artist in residence van het Utrechtse Festival Oude Muziek, de wereldleider in klank uit lang vervlogen tijden.

Bij het begin van de 40ste editie, vrijdag, schiet ze alsnog uit de startblokken. In drie concerten en een reeks kortere optredens mag Saladin (34) aantonen dat de Spaanse krant El País er niet naast zat toen die haar ‘enorme persoonlijkheid, schitterende techniek en aantrekkelijke klank’ prees.

Waar komt deze komeet vandaan? Waarom kent Nederland haar niet beter? En ontdekt Eva Saladin nog wat nieuws aan het spel op haar eeuwenoude instrument, de barokviool?

‘Sorry’, zegt ze via Skype, ‘ik doe even het raam dicht. Iemand hiernaast begint opeens Sibelius te studeren.’ Haar Nederlands is onberispelijk, al schemert door de componistennaam een delicate ‘l’. ‘Mijn vader is Zwitsers’, zegt Saladin, ‘mijn moeder Nederlands. Ik ben opgegroeid in Arnhem, maar woon alweer 10 jaar in Bazel. Vermoedelijk sta ik daardoor minder op de Nederlandse radar.’

In Arnhem kreeg ze muziek vanaf haar jongste jaren mee. ‘Er was geen ontkomen aan. Mijn vader is contrabassist, mijn moeder zingt in het Groot Omroepkoor. Allebei mijn ouders hebben bovendien piano gestudeerd. Ze speelden vaak preludes en fuga’s uit Das wohltemperierte Klavier van Bach. Rond mijn 14de begon ik ze te spelen en ik vond het machtig interessant. Ik analyseerde de fuga’s en was van nature gefascineerd door contrapunt.’

Van nature gefascineerd door contrapunt?

‘Ik kan het niet anders formuleren. Ik heb altijd gehouden van stemmen die zelfstandig door elkaar heen lopen, maar die tegelijkertijd op een magische manier met elkaar verbonden zijn. Bach is er geniaal in, hij heeft me de muziek in getrokken.’

Saladin studeerde moderne viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Om dichter bij haar barokidool te komen, nam ze de barokviool als bijvak. Andere bouw, andere snaren, andere strijkstok: de historische benadering beviel haar zo goed, dat ze voor een specialisatie naar Basel trok. Daar staat ’s werelds oudste oude-muziekopleiding, de Schola Cantorum Basiliensis.

Eva Saladin: ‘Tot aan het begin van de 20ste eeuw was improviseren in klassieke muziek de normaalste zaak van de wereld.’ Beeld Pauline Niks
Eva Saladin: ‘Tot aan het begin van de 20ste eeuw was improviseren in klassieke muziek de normaalste zaak van de wereld.’Beeld Pauline Niks

Wat bood Basel boven een Nederlands conservatorium?

‘Ik ging erheen om verschillende redenen. Vanwege mijn achtergrond trok het me om een tijd in Zwitserland te wonen. Verder wilde ik gewoon het papiertje halen, de master barokviool. Maar wat ook meespeelde: improvisatie is in Basel een speerpunt. Tot aan het begin van de 20ste eeuw was improviseren in klassieke muziek de normaalste zaak van de wereld. Dat is helaas verdwenen, we zijn eraan gewend geraakt dat muziek in noten geschreven staat. Terwijl je haar ook ter plekke kunt verzinnen, mits je je verbeelding en techniek traint.’

Improviseert u ook tijdens het Festival Oude Muziek?

‘Ik waag een poging in de stijl van Jan Pieterszoon Sweelinck. Hij was er rond 1600 een meester in. Van Sweelincks improvisaties is helaas niets overgeleverd, we kennen alleen zijn volmaakte composities. Samen met de klavecinist Johannes Keller neem ik de handschoen op.’

De barokviool werd halverwege de 20ste eeuw herontdekt. Muziek uit vroeger tijden, was de gedachte, klonk waarachtiger op de instrumenten van destijds. De barokvioolpioniers doorliepen een beetje een valse fase, maar gaandeweg raakte het vak technisch op niveau. Omdat over oude speelpraktijken nog lang niet alles bekend is, schuilt in elke barokviolist bovendien een speurneus.

Zo vroeg Eva Saladin zich af: ‘Waar op het lichaam liet een 17de- of 18de-eeuwer de viool rusten? Op de schouder, op de bovenarm, ergens tussenin? Op fresco’s en schilderijen zie je allerlei houdingen. Er was geen standaard, hooguit lokale tendensen. Het hing vooral af van hoe je leraar zijn viool vasthield.’

Hebt u een favoriete speelhouding?

‘Afhankelijk van het repertoire leg ik mijn viool op de schouder of op de arm. ‘Beneden’ geeft een ontspannener klank, maar als de zuiverheid eronder lijdt kies ik toch voor ‘boven’. Met het virtuozer worden van vioolmuziek in de 18de eeuw won de schouderhouding terrein. Het geeft je hand en vingers meer flexibiliteit.’

Is er sinds de pioniers nog meer veranderd?

‘Ik denk dat mijn generatie op een persoonlijker manier speelt. We durven de historische bronnen eerder te relativeren. En we versieren meer.’

Komt daar retoriek bij kijken, het festivalthema?

‘Uiteraard, want retoriek gaat over de communicatie tussen mensen. En een musicus streeft er nu eenmaal altijd naar bij de toehoorder iets teweeg te brengen. Wat mij betreft hoeft dat niet eens alleen maar ontroering of bewondering te zijn, het mag ook verwarring of misschien zelfs ergernis zijn. Het gaat erom dat ik iets overbreng waar de toehoorder niet neutraal tegenover kan staan. In het beste geval is dat een wederzijdse beïnvloeding: ik word geïnspireerd door het luisterende oor en speel daardoor voor de luisteraar extra overtuigend.’

Eva Saladins concertagenda leest als een routekaart door landen en tijden. Renaissancemuziek speelt ze met het ensemble Profeti della Quinta. Voor barokmuziek voegt ze zich bij groepen als La Cetra en Gli Angeli. Modern repertoire komt voorbij in het collectief Studio 31+. Tussenstops maakt ze in Amsterdam, bij haar eigen barokensemble Odyssee.

Eva Saladin: ‘Eerlijk gezegd heeft mijn drukke speelpraktijk ook een stomme reden: als freelancer werk je tegen lage tarieven.’ Beeld Pauline Niks
Eva Saladin: ‘Eerlijk gezegd heeft mijn drukke speelpraktijk ook een stomme reden: als freelancer werk je tegen lage tarieven.’Beeld Pauline Niks

Bent u iemand die moeilijk nee zegt?

‘Ik zou mezelf eerder enthousiast noemen. En om de een of andere reden krijg ik bijna altijd aanbiedingen waarin ik zin heb. Maar eerlijk gezegd heeft mijn drukke speelpraktijk ook een stomme reden: als freelancer werk je tegen lage tarieven. Om een normaal maandinkomen te hebben moet je veel projecten doen.’

U hebt een wijde Europese blik. Hoe staat Nederland ervoor in de oude muziek?

‘Ooit waren we een toonaangevend land en er zijn nog altijd uitstekende groepen. Maar met Ensemble Odyssee merk ik hoe moeilijk het is om in Nederland je weg te vinden. Gewoon uitstekend barokmuziek spelen is niet langer goed genoeg. Subsidiegevers verwachten op het krampachtige af iets ‘origineels’, vooral in de richting van cross-over.’

Improviseren op Sweelinck is niet origineel genoeg?

‘Daar lijkt het helaas wel op.’

Festival Oude Muziek, Utrecht, 27/8 t/m 5/9, oudemuziek.nl. Eva Saladin speelt op 29/8 (15.00 uur), 31/8 (11.00 uur) en 2/9 (15.00 uur).

Speurneus Saladin

Voor haar eerste soloalbum, dat deze zomer verscheen, dook Eva Saladin in de Di Martinelli-collectie van de Katholieke Universiteit Leuven. In de verzameling zit een handschrift met 32 vioolsonates uit de late 17de eeuw. Ze zijn vermoedelijk gekopieerd door de Italiaans-Vlaamse violist Guillelmus Carolus Martinelli. Tot de verzamelde meesters behoort de Oostenrijker Johann Heinrich Schmelzer, maar Saladin vond ook een sonate van de obscure Nederlander N. Goor.

Meer over