Barok in een poep en een scheet

Dat Bach beter componeerde dan zijn collega’s is geen verrassing. Niettemin neemt het Combattimento Consort het graag op voor de minder bekende barokcomponist, al was het alleen maar omdat een programma met alleen maar werk van Johann Sebastian al gauw te veel naar het verhevene neigt....

Zo speelde het gezelschap van Jan Willem de Vriend vrijdag tussen allerlei Bach-bedrijven door een concerto grosso van onze landgenoot Willem de Fesch, een tijdgenoot van Bach. Het stuk onderscheidt zich door energiek repeterende noten in het eerste deel, en razendsnel fladderende strijkersfiguren in de finale, wat allemaal veel vaart en vreugde kreeg in handen van De Vriend en zijn kornuiten.

In de Utrechtse omroepconcertserie De vrijdag van Vredenburg gaat deze maand veel aandacht uit naar Nederlandse componisten – bij voorkeur ‘ten onrechte veronachtzaamde’. Zo brengen de Radio Kamer Filharmonie en Jaap van Zweden 24 november de Eerste Symfonie van de vroege 20ste-eeuwer Bernard van Dieren, die net als De Fesch zijn heil zocht in Engeland en daar bekender werd dan in eigen land. Hetzelfde orkest buigt zich deze week over de Zesde Symfonie van Johann Wilhelm Wilms – bij een enkeling nog bekend van het voormalige volkslied Wien Neerlands bloed. Bij die gelegenheid is De Vriend ook weer van de partij.

Die had zich voor zijn Bachprogramma verzekerd van de joyeuze medewerking van de violist Michael Erxleben, die door Bachs beide vioolconcerten heen buitelde en zich daar soepeltjes bij liet opvangen in verende vangnetten van de strijkers. Minder succesvol was het spel met de zwaartekracht in Bachs Eerste Brandenburgs Concert. De hoorns, weliswaar even weinig ‘historisch verantwoord’ als de strijkinstrumenten van de Combattimento’s, legden een toch wel erg modern overgewicht in de schaal.

Het Combattimento Consort opende met dit optreden tevens een TROS-serie van zeven concerten, waarin de muziekgeschiedenis in vogelvlucht wordt gepresenteerd aan de hand van veelal bekende meesterwerken. Zo had de afsluitende suite van Bach een vertrouwde klank, al ging het hier om een lichter georkestreerde oerversie. Drie hobo’s boden fraai tegenwicht aan de strijkersequipe, en gaven de ouverture met al haar aplomb toch een lichte tred mee, die in de Réjouissance overging in een furieus gedartel.

Als uitsmijter fungeerde Johann J. Schmelzers Sonata a 5 al giorno delle Correggie, waarin een fagot met klanknabootsingen van menselijke uitlaatgassen voor veel hilariteit zorgde.

Frits van der Waa

Meer over