Bannelingen

'Tegen een lagen prijs, zoo laag, dat ieder, die voor lektuur geregeld een klein bedrag kan afzonderen ze koopen kan, goede en smaakvol uitgevoerde boeken, welke de belangrijkste stroomingen van onze tijd vertolken en door hun inhoud spreken tot de proletarisch denkende en voelende massa.'..

Hub. Hubben

Wervende woorden in de aanbiedingsfolder waarmee Heinz Kohn (1907-1979) in januari 1934 de start van zijn volksbibliotheek begeleidt. Een klein jaar eerder is de joodse Kohn, vlak voordat het in Duitsland usance wordt boeken publiekelijk in het vuur te gooien, zijn geboorteland ontvlucht.

Onder de imprints Boekenvrienden Solidariteit en Het Nederlandsche Boekengilde zal Heinz Kohn 75 boeken uitgeven, merendeels van eveneens gevluchte schrijvers die in Duitsland niet meer mogen publiceren. Daarmee speelt Boekenvrienden Solidariteit een kleine maar eigen rol in de geschiedenis van de Nederlandse exil-uitgeverijen met Allert de Lange en Querido als de bekendste representanten.

Dat nu alsnog het stof wordt geblazen van Kohn's uitgeverij is te danken aan Peter Manasse die in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis het archief ontdekte van Jan Hilvers, Kohn's compagnon. Uit voorzorg vernietigde Kohn zijn archief toen de Duitsers in 1940 binnenvielen.

Boekenvrienden Solidariteit beoogt twaalf uitgaven per jaar uit te brengen die bij abonnement 50 cent, en in de losse verkoop 75 cent per stuk kosten. Aanvankelijk zijn het niet meer dan brochures van even meer dan vijftig pagina's, maar Kohn hecht aan een verzorgd uiterlijk, zoals ook een bescheiden expositie (tot en met 13 december) in de Amsterdamse Universiteitsbibibliotheek aantoont: het omslag is gekartonneerd, bij voorkeur gedrukt in twee kleuren en ontworpen door een kunstenaar van naam. Abonnees zoekt hij, met behulp van agenten, vooral in kringen van vakbondsbestuurders en beter opgeleide sociaal-democraten.

Als eerste uitgave verschijnt Brandende woorden uit Duitschland, een dichtbundel waarin Erich Kästner, Ernst Toller en Kurt Tucholsky zich tegen het fascisme keren; de later beroemde graficus Melle ontwerpt het omslag. Ook kunstenaars als Hildo Krop, Adolf Blitz, Meijer Bleekrode en Frans Masereel worden aangetrokken voor het maken van covers of illustraties. Eind 1935 heeft Boekenvrienden zeshonderd leden, daarnaast worden er nog eens 380 exemplaren per maand afgezet. Helaas voldoet minstens een derde van de abonnees niet aan z'n financiële verplichtingen. Bovendien stagneert het aantal abonnees: niet alleen door de crisis maar vermoedelijk ook omdat Kohn met het werk van schrijvers als Maxim Gorki en Wolfgang Cordan de lat te hoog legt voor de arbeiders die hij wil verheffen.

In dezelfde periode raakt Kohn in onmin over geld met zijn compagnon Jan Hilvers; in Boekenvrienden Solidariteit - Turbulente jaren van een exiluitgeverij (Biblion, ¿ 49,50) beschrijft Peter Manasse de ruzie in extenso. Dat neemt veel pagina's omdat de onenigheid zich voortsleept door toedoen van een querulante Hilvers die verwerpelijke tactieken toepast om zijn gelijk te halen. Liever hadden we gelezen hoe Kohn aan zijn auteurs kwam, en welke relatie hij met ze onderhield, maar daarover weet Manasse weinig te melden, omdat hij zich beperkt tot de opgedoken archiefstukken.

Het komt tot een breuk en Kohn verandert de naam van de uitgeverij in Het Nederlandsche Boekengilde. De boeken worden omvangrijker en bevatten werk van onder andere Georg Hermann, Konrad Merz, Thomas Mann en Alain-Fournier. Bij het uitbreken van de oorlog haken agenten - het netwerk dat onontbeerlijk is voor de verspreiding - massaal af; Kohn zelf wordt opgepakt, ontsnapt en duikt onder op zijn eigen zolder.

Na de oorlog vestigt Kohn zich als literair agent. Over de kwart eeuw die hij dan nog actief is, volstaat Manasse met de nieuwsgierig makende opmerking dat het vooral aan Kohn is te danken dat er na de oorlog nog Duitse literatuur in Nederland wordt gelezen.

Meer over