Bamboe-architect Vélez wint grote prijs

Profiel..

Hilde de Haan

Amsterdam Al twintig jaar lang is de Columbiaanse architect Simón Vélez (1949) in de ban van bamboe – een snelgroeiend en uiterst milieuvriendelijk bouwmateriaal dat in de architectuur nog nauwelijks serieus wordt genomen, maar waarvan hijzelf gestaag met lezingen, workshops, boeken en vooral ook eigen gebouwen de mogelijkheden laat zien. Gister werd bekend dat hij hiervoor wordt beloond met de Grote Prins Claus Prijs – een prijs die jaarlijks wordt toegekend aan personen of organisaties die bijdragen aan ‘een positieve wisselwerking tussen cultuur en ontwikkeling.’ Deze prijs, 100.000 euro, wordt op woensdag 16 december 2009 uitgereikt in Amsterdam.

Vélez werd geboren in Manizales, Colombia. Hij ontdekte al jong de mogelijkheden van guadua, een woord dat in zijn geboorteland zowel armoede betekent als bamboe, en dat dan ook bekend staat als bouwmiddel van de allerarmsten. Na zijn afstuderen aan de Universiteit van de Andes in Bogotá nam Vélez afstand van het modernisme, en raakte gefascineerd door regionale bouwkunst. Het ging hem daarbij niet zozeer om de vormgeving, als wel om de slimme en efficiënte constructies die hij daarin vaak aantrof. Dat was aanleiding om intensief technisch onderzoek te doen naar nieuwe constructieve mogelijkheden van deze armeluismaterialen, om zo te ontdekken dat bamboe niet onderdoet voor aluminium en staal.

Zijn vroegste werken zijn bescheiden, veelal kleine eengezinshuizen waar hij hout en bamboe combineert, en die harmoniëren in het landschap. Hij concentreert zich steeds meer op bamboebouw, waarbij hij tal van nieuwe verbindingswijzen bedenkt. Belangrijke doorbraak is zijn vondst om de (holle) uiteinden van bamboe te vullen met beton, waardoor de constructieve kracht sterk toeneemt. Dit stelt hem in staat om van dit materiaal nu ook hogere en grotere gebouwen te maken en vooral ook: spectaculairder daken. Hiermee timmert hij zozeer aan de weg, dat hij sinds 1996 veelvuldig wordt uitgenodigd voor het geven van workshops. Wereldwijd leert hij architectuurstudenten de technische kneepjes van dit materiaal en daagt hen uit om ook eigenhandig met bamboe te bouwen. Zijn bekendheid neemt nog toe nadat in 2000 het lijvig boekwerk Grow Your Own House wordt uitgegeven door de Duitse kunstinstituut Vitra.

De laatste jaren neemt zijn bamboearchitectuur zo’n grote vlucht dat hem dit de bijnaam ‘Calatrava van de bamboe’ heeft opgeleverd. Toonaangevende recente werken zijn het Zeri-paviljoen voor de wereldexpositie van Hannover (2000), het wonderschone Overbruggend Ecohuis in het Nankun Natuurreservaat in China (het grootste commerciële bamboeproject ter wereld), de Kerk zonder Religie in Columbia, en (in voorbereiding) de luchthaven van Manizales, Colombia.

De manier waarop het Zeripaviljoen in Hannover tot stand kwam,bewijst hoeveel weerstand nog tegen bamboe bestaat. Veléz moest dit paviljoen eerst op ware grote in Columbia te bouwen, pas daarna werd een bouwvergunning voor Hannover afgegeven. Het Columbiaanse paviljoen staat er nog en bewijst Veléz’ stelling, hoezeer ook juist bamboebouw in staat is aardbevingen te doorstaan.

Meer over