Komedie

Bad Company

Bom met een klokje dat piep doet

In films zijn CIA-agenten intelligent, gedisciplineerd, stijlvol en zwijgzaam. Volstrekt tegengesteld aan het imago van komiek Chris Rock dus, en er was dan ook een scenariotruc voor nodig hem geschikt te maken voor de rol van spion.

Rock speelt in Bad Company geen agent, maar de een-eiige tweelingbroer van een vermoorde agent. Hij heeft negen dagen om te leren zich voor te doen als de betere versie van zichzelf, en terroristen een bom afhandig te maken.


Geloofwaardig is zo'n tweelingbroerplot nooit, maar dat doet er weinig toe. Bad Company is een Jerry Bruckheimer-productie, de nieuwste in zijn onophoudelijke serie high profile movies.


Films waarin de producent kapitalen uitgeeft, en elk beeld eigenlijk alleen maar lijkt te willen vertellen hoeveel het heeft gekost: helicoptershots over oude Oost-Europese locaties, achtervolgingen waarin gepantserde bolides kapot worden gereden, en een mooi vormgegeven high-tech bom met een klokje dat piep doet.


Waarschijnlijk het duurst was het om de overduidelijk ongeïnteresseerde Anthony Hopkins te casten als collega, mentor en vaderfiguur van de undercover-agent. Blijkbaar vanuit de gedachte dat de aanstellerige humor van Rock goed tot z'n recht zou komen met als achtergrond de onderkoelde Brit.


Dat was ook de redenering achter het eerdere, pijnlijke Rock-vehikel Down to Earth, waarin hij als zwarte stand-up comedian in de wereld van een blanke zakenman belandde. Het is een formule die in Bad Company zo mogelijk nog slechter werkt.


Té onhandig zijn de overgangen van Rocks monologen naar Hopkins of de actiescènes waarin New York bijna wordt opgeblazen door Russisch en Servisch tuig - Bad Company werd gedraaid voor 11 september, en voor Bruckheimer en de zijnen was het helaas te laat om nog even gauw wat gemene Arabieren in de film te passen.


Meer over