Bachvereniging mijdt pinksterbassen met kerst

Een organist die Bach speelt, dat fenomeen schijnt zich met enige regelmaat voor te doen. Zeldzamer wordt het, wanneer het orgelspel zich voltrekt in een landelijk, cyclisch verband....

De Bachvereniging lanceerde het idee ter gelegenheid van het Bachjaar 2000: een serie onder de weinig schokkende titel Bach als meester van het orgel. Met de organist Leo van Doeselaar speurde men naar 'de allerfraaiste kerken met de allermooiste Bachorgels die Nederland rijk is'.

Geselecteerd werden de Onze Lieve Vrouwekerk in Maastricht, de Nieuwe Kerk in Amsterdam, de grote kerken van Alkmaar en Maassluis, de Bovenkerk in Kampen, de St. Walburgiskerk in Zutphen en de Groningse Martinikerk. Haarlem, Leiden, Zwolle, Den Haag, Meppel, Utrecht, Den Bosch en de Groningse regio hebben gezamenlijk het nakijken.

Besloten werd muziekhistorische smaak te verbinden met een element van godsvrucht: de organist Ab Weegenaar zal in Kampen geen pinksterkoralen spelen rond pasen. Bij Wim van Beek (Groningen) zullen rond pinksteren geen pedaalpartijen klinken die betrekking hebben op de advent.

Voor Hans Leenders, de Maastrichtse organist die zaterdag de cyclus opende in de enige volbloed-katholieke kerk uit de reeks, was het in zekere zin jammer dat Bach zich niet zo erg veel heeft bemoeid met het Moederhart van Maria, Sterre der Zee.

Aan Leenders' Bachrecital in de Onze Lieve Vrouwebasiliek, waarin het adventskoraal Nun komm, der Heiden Heiland in liefst vier verschillende gedaanten de revue passeerde, ging een gebed vooraf van Mariavereerders in de zijkapel. Neergeknield voor Haar troon zong men ongeschoold een doorleefde hymne. Niet omdat de Bachvereniging dat wilde, maar omdat Mariapelgrims dat elke week doen in Maastricht.

Leenders had wel weer het geluk dat Bach een orgelfuga heeft gecomponeerd die verband houdt met de lofzang van de zwangere Maria. De fuga 'over het Magnificat', bekend onder de titel Meine Seele erhebt den Herren, kwam tot klinken in een ritmisch onvaste en registratie-technisch ietwat wazige gedaante, die wel paste bij de nog optrekkende wierookgeur van de juist voorbije vesperdienst in de OLV-kerk, maar niet bij een eersteklas Bachfuga.

Ook het eerste Nun komm, der Heiden Heiland (BWV 659), opgezet vanuit de deftig omfloerste lage registers van het Séverin-orgel, blonk niet uit door indrukwekkende tempovastheid. Wel door een aanlokkelijke helderheid van de gekozen bovenstemmen tegenover het gemompel van de zestienvoeten.

Mocht het Leenders' ambitie zijn een publiek stukje bij beetje te doordringen van de schoonheden van het orgel van André Séverin, dan lukte hem dat met vlag en wimpel. Na een wat neutrale weergave van de vreugdevolle verwachting in het onvolprezen Wachet auf, ruft uns die Stimme, volgde een fijnzinnig klaroengeschal in het complexe Pièce d'Orgue BWV 572. Leenders bracht de problematiek van dicht bijeen liggende stemmen sluw tot oplossing, en demonstreerde een Bachspel waarin zich bij elke modulatie een nieuw kleurengamma leek te ontvouwen.

Blijft de vraag, of dit bijzondere Waalse barok-orgel met zijn lage intonatie, zijn Bombardes, zijn achtvoets-Chalumeau en viervoets-Flûtes ook onbetwist tot het 'allermooiste' hoort dat Bach had kunnen aantreffen, ware hij ooit overgestoken bij Eijsden of Nieuweschans. Van Doeselaer en de Bachvereniging zullen bij hun instrumentkeuzes vooral hebben gelet op mogelijkheden tot fijnzinnig registreren.

Waar Bach zelf bij leven en welzijn niet alleen zijn liefde betoonde voor veelkleurige orgeldisposities, maar zelfs bij kleinere orgels aandrong op de plaatsing van 32-voets pedaalregisters, is het orgel in Maassluis opvallend genoeg het enige 'mooiste Bachorgel' met een 32-voets bazuin.

Meer over