Bach: Vier orkestsuites

Slechts een doffe glans

Guido van Oorschot

Zilverpoetsers geven joyeuze Bach slechts een doffe glans.
De Leipzigse horecabaas Gottfried Zimmermann haalde rond 1730 een orkestje in zijn koffiehuis, dat werd geleid door de lokale beroemdheid Johann Sebastian Bach. Die strooide gul met noten. Sonates voor fluit, viool of viola da gamba, concerten voor twee, drie of zelfs vier klavecimbels - koffieleutend Leipzig zat er niet mee dat Bach plagieerde uit eigen en andermans werk.

Voor de vier orkestsuites greep hij vermoedelijk terug op stukken uit zijn jaren in Köthen of Weimar. Het is joyeuze muziek, die nooit precieus wil worden. Geknipt voor Concerto Köln, een ensemble dat het barokke tafelzilver graag opwrijft.

Dit keer komen ze niet verder dan een doffe glans. Het klankbeeld is rommelig, de violen schuren. Daar kunnen zelfs de fijn geëtste tussenstemmen niets aan verhelpen.

Meer over