Achter het boekPeter Römer

Baantjer-schrijver Peter Römer: ‘Het fijne aan boeken schrijven is dat niemand zich ermee bemoeit’

Hoe schrijft de schrijver? Het mooie aan boeken schrijven is dat je alles zelf kunt bepalen, vindt Baantjer-schrijver Peter Römer. Dat is bij film en televisie wel anders. Zo gaat zijn nieuwe thriller, Een meesterstuk, over kunst. En ja, natuurlijk worden er moorden gepleegd.

Peter Römer: ‘Het heeft tot mijn 60ste geduurd voor ik me aan een boek durfde te wagen. Baantjer was een springplank, ik gebruikte die serie om te kijken of het me lukte.’ Beeld Hilde Harshagen
Peter Römer: ‘Het heeft tot mijn 60ste geduurd voor ik me aan een boek durfde te wagen. Baantjer was een springplank, ik gebruikte die serie om te kijken of het me lukte.’Beeld Hilde Harshagen

De timing had beter gekund, beaamt Peter Römer: ‘Dit boek heeft de steun van de boekhandelaar nodig.’ Toch verschijnt deze week, midden in de lockdown, Een meesterstuk, de thriller waaraan hij drie jaar heeft zitten schrijven, nadat hij er eerst zeven jaar over had nagedacht. ‘De uitgever zei: laten we het risico maar nemen, er wordt zo veel doorgeschoven dat er straks een lawine aan boeken uitkomt, dan wordt het helemaal moeilijk.’ Het enige voordeel is dat hij nu niet op tournee langs de boekhandels hoeft. ‘Achter zo’n tafel zitten is heel treurig.’

Deze ochtend is hij begonnen aan het eerste hoofdstuk van een nieuwe Baantjer. Deel 89 alweer en nummertje 19 voor Peter Römer (68), die de serie na de dood van Appie Baantjer voortzette. De eerste delen waren bewerkingen van zijn eigen scenario’s voor de televisieserie Baantjer, met vader Piet als vertolker van de Amsterdamse rechercheur Jurre de Cock.

Hij is, zegt hij, vanuit zijn televisieachtergrond het schrijverschap ingerold. ‘Ik heb in mijn leven veel scenario’s geschreven. En toneelstukken, hoorspelen. Mijn eerste boek schreef ik toen ik 16 was, een politieke roman. Ik liet het lezen aan mijn beste vriend. Hij gaf het terug en zei: jij moet meisjesboeken schrijven. Het was een mes in mijn rug. Later begreep ik waarom hij dat had gezegd; ook dat boek was al licht van toon, snel geschreven, met hier en daar een grap. Maar het heeft tot mijn 60ste geduurd voor ik me aan een boek durfde te wagen. Baantjer was een springplank, ik gebruikte die serie om te kijken of het me lukte. Daarna ging ik andere boeken schrijven. Misdaadboeken, altijd.’

Waarom?

I don’t know. Ik denk dat het komt doordat ik ervan overtuigd ben dat ik geen goed eigen verhaal heb. Ik heb nooit de drive gevoeld iets over mijn leven of protestantse achtergrond of het boerenland te schrijven, want ik héb geen protestantse achtergrond en van het boerenland weet ik niks. Als er een moord is gepleegd, heb je een backbone: die moord moet worden opgelost.’

Ook in Een meesterstuk worden diverse mensen omgelegd. Het verhaal draait om de zoektocht van Katja, student kunstgeschiedenis, naar de herkomst van een 18de-eeuws schilderij dat al lang in het bezit van haar familie is en waaronder een spectaculair meesterstuk zou schuilgaan. Römer kwam op het idee toen hij tien jaar geleden in de krant las dat Rembrandts beroemde Nachtwacht in 1715, toen het werd overgebracht van de Kloveniersdoelen in Amsterdam naar het nieuwe stadhuis op de Dam, te groot bleek voor de plek die men het had toebedacht. Het doek werd bijgesneden.

Römer: ‘Ik vond dat een fascinerend gegeven. Dat bijsnijden van zo’n doek, dat hebben ze vast niet door de eerste de beste boerenlul laten doen, daar is iemand bij gehaald met verstand van zaken – een schilder, wellicht. En die gooit die stukken doek heus niet weg, het was een circulaire maatschappij, alles werd opnieuw gebruikt. Het idee bleef hangen.’

Maakt u in zo’n geval een mapje aan?

‘Nee, al moet ik daar wel aan gaan beginnen, want het wordt allemaal wel een beetje minder natuurlijk, in mijn hoofd. Maar ik bleef ermee rondlopen en toen ik een paar jaar terug achter het bestaan van de XRF-scan kwam, waarmee je als het ware ónder een doek kunt kijken, had ik opeens de mogelijkheid een verhaal te vertellen. Voor mij is dit boek iets heel nieuws. Het is weliswaar een thriller en er worden moorden gepleegd, maar het gaat toch vooral over kunst en de kunstwereld.’

Het resultaat is een razend spannende en lekker geschreven pageturner à la Dan Brown: korte hoofdstukken, steeds vanuit een ander personage, altijd eindigend in een cliffhanger. Toch heeft Dan Brown niet als voorbeeld gediend, zegt Römer. ‘Misschien heb ik me onbewust door De Da Vinci Code laten inspireren, maar zijn nieuwste boek ligt nog steeds ongelezen op het nachtkastje; ik kwam er niet doorheen. Die wisseling van perspectieven is behoorlijk gangbaar, het is ook wat ik heb geleerd in al die jaren scenarioschrijven. Ik bouwde Een meesterstuk meer op als scenario dan als boek.’

Peter Römer: ‘Als je als scenario­schrijver op tv 30 procent terugziet van wat je schrijft, mag je blij zijn.’ Beeld Hilde Harshagen
Peter Römer: ‘Als je als scenario­schrijver op tv 30 procent terugziet van wat je schrijft, mag je blij zijn.’Beeld Hilde Harshagen

Wat maakt het schrijven van een boek anders dan het schrijven van een scenario?

‘Bij een scenario gaat het zo: je levert het in en daarna gaat iedereen – maar dan ook écht iedereen – er iets over zeggen. Dus ook mensen die bijvoorbeeld de kleding doen. Iedereen roept wat. De regisseur doet rats-rats-rats (maakt driftige scheurbewegingen) en gooit er allerlei scènes uit. De producent zegt: leuk hoor, Parijs, maar veel te duur; het wordt Urk. En vergeet de acteurs niet, lezingen met acteurs zijn een hel. Ik mag het niet zeggen, maar acteurs lezen een scenario voornamelijk op hun eigen rol. Als een acteur zegt: ‘Ik vind het niet zo’n goed script’, dan moet hij waarschijnlijk met een man zoenen terwijl hij daar geen zin in heeft. We hebben overigens heel goeie acteurs in Nederland, wie naar Klem kijkt, ziet echt iets anders dan twintig jaar geleden. Als je als scenarioschrijver op televisie 30 procent terugziet van wat je hebt geschreven, mag je blij zijn.’

En het schrijven zelf? Verschilt het maken van een scenario vaktechnisch erg van het maken van een spannend boek?

‘Ook. In een scenario bouw je de scènes op vanuit dialoog. Dialoog is altijd het uitgangspunt. Dat hoeft bij een boek natuurlijk niet het geval te zijn.’

Een meesterstuk is heel filmisch. Schreef u het met de verfilming in uw achterhoofd?

‘Nee. Dat heb ik met mijn andere boeken ook nooit gedaan. Dit is nu eenmaal de wijze waarop ik schrijf.’

Zou u het wel leuk vinden, een verfilming?

‘Hmmm neee… Nou ja… Ik denk dat mijn zoon Thijs (acteur en scenarioschrijver, red.) wel een beetje op het vinkentouw zit, die heeft het boek ook meegelezen en gecorrigeerd en is razend enthousiast. En als je het een beetje Europees aanpakt, wat gemakkelijk kan – want het boek speelt deels in Parijs en Genève en in Sint-Petersburg, maar daar maak je dan Berlijn van –, komt er weer wat geld uit een Europees potje. Het kan wel. Maar ik ga er zelf niks aan doen.

‘Toen ik producent was, wat ik twintig jaar ben geweest, gaf ik schrijvers van wie een boek werd verfilmd altijd het advies er zo ver mogelijk van weg te blijven. Take the money and run. Ik wil hooguit uitvoerend producent zijn, daar krijg je geld voor – daarom zie je in Netflix-series altijd acteurs als uitvoerend producent op de rol staan. Dat is niet omdat ze dat ook echt zijn, want er is er maar één uitvoerend producent en dat is de showrunner.

‘Het fijne van een boek is dat niemand zich met je bemoeit. Ik wilde mijn verhaaltje vertellen, opschrijven hoe ik kijk naar kunst, naar die hele handel, ik vind het een fascinerende wereld.’

Bij Peter Römer thuis. Rechts: Victor Reinier en Piet Römer (Peters vader) lezen een script op de set bij een beeld van Erasmus. Beeld Hilde Harshagen
Bij Peter Römer thuis. Rechts: Victor Reinier en Piet Römer (Peters vader) lezen een script op de set bij een beeld van Erasmus.Beeld Hilde Harshagen

Aan het eind van uw boek zegt een Russische kunstkoper dat 40 procent van wat er in musea hangt vals is, althans: niet geschilderd door degene wiens naam eronder staat. ‘Musea zijn toeristenfuiken, niet meer en niet minder.’

‘Dit is wat ik heb gelezen en gehoord. Waarschijnlijk is het cijfer zwaar overdreven, maar ik vind de helft ook al schokkend. Ik heb er al meer over geschreven, ook in scenariovorm – de laatste twee afleveringen van Baantjer gingen erover. Fascinerende verhalen gaan er rond, neem bijvoorbeeld meestervervalser Geert Jan Jansen, die letterlijk vertelt dat-ie voor een Miró staat en denkt: toch wel verdomd goed gelukt. Zijn eigen vervalsing, hè?’

‘De echte kunst hangt bij mensen zoals ik’, zegt die Rus. ‘Rijke mensen die van kunst houden en het weghouden van de hordes domme toeristen die met hun rottende adem de verf van onze kostbare kunstschatten aantasten.’ Als dat zo zou zijn, waarom weten we daar dan niks van?

‘Omdat je niet mag twijfelen. Je komt binnen in een museum en je twijfelt er niet aan dat het allemaal echt is. Dat moet. Dat is de afspraak. Je moet ervan uit kunnen gaan dat als je een museum binnengaat, alles wat daar hangt echt is. Anders is het sprookje voorbij, dan komt er niemand meer.’

Hoe begint u aan een nieuw boek? Gaat u gewoon schrijven of is er eerst een schema?

‘Het hangt ervan af. Mijn vrije werk – zoals Een meesterstuk – en Baantjer zijn wel twee verschillende dingen. Bij Baantjer ligt het verhaal in grote lijnen al klaar, omdat de personages vaststaan en het decor er is. Dan weet ik: als ik begin, kom ik ook aan het einde. Ik ben vanochtend dus begonnen aan de eerste scène, en daarin ligt een vrouw…’

Als lijk?

‘Zeker, als lijk, en ik weet ook al hoe ze om het leven is gekomen: haar is een kussen op het hoofd geduwd. Dus het is eigenlijk vrij klassiek. Ik heb zó’n dik boek (houdt zijn handen 20 centimeter van elkaar), Forensics For Dummies. Daarin lees je hoe je het best je echtgenoot kunt ombrengen, waar je het lijk moet laten, wat er gebeurt als het opgegraven wordt. Daar zit ik vaak in te bladeren als ik een moord bedenk. Er wordt bijvoorbeeld iemand onder water geduwd, maar hoelang leeft hij dan nog, en wat gebeurt er in dat lichaam? Staat er allemaal in.’

Uw anatomische kennis is dus behoorlijk gegroeid, de laatste jaren.

‘Enorm! Als je per ongeluk iemand tegenkomt die dood is, weet je wat je dan moet doen?’

Nou?

‘De oogleden opendoen en even in het oogwit kijken. Als je daar allemaal kleine rode spatjes ziet, dan is-ie vermoord. Die spikkeltjes krijg je namelijk door ademgebrek. Hoe weet De Cock in mijn hoofdstuk van vanochtend dat de vrouw vermoord is? Omdat de schouwarts in de oogballen die pitjes ziet!

‘Dus bij Baantjer begin ik meteen te schrijven. Met Een meesterstuk ging het anders, ik had het verhaal en wist waar ik naartoe wilde, maar ik moest personages bedenken. En hun levens kennen, dat is ook iets van film; van elk personage moet bekend zijn wie hij is, waar hij vandaan komt. Ik begon met Katja, de student kunstgeschiedenis.’

Peter Römer: ‘Schrijven is wat ik altijd heb willen doen. Er waren periodes dat ik niet schreef en alleen maar moest managen, en daar werd ik letterlijk ziek van.’ Beeld Hilde Harshagen
Peter Römer: ‘Schrijven is wat ik altijd heb willen doen. Er waren periodes dat ik niet schreef en alleen maar moest managen, en daar werd ik letterlijk ziek van.’Beeld Hilde Harshagen

Een mooie, jonge vrouw: is dat een vast ingrediënt?

‘Nee! Maar ik heb wel vaak vrouwen als hoofdpersoon. Ik denk dat ik het interessanter vind om over een vrouw te schrijven, omdat voor een vrouw – ten onrechte, maar het is wel zo, zeker als ze politiewerk doet – de drempel hoger is. Het is voor haar moeilijker dingen voor elkaar te boksen dan voor een man, ze moet meer overwinnen. Dat maakt het leuker. Maar ook van de slechteriken wil ik weten wie ze zijn; je moet toch proberen te begrijpen waarom ze zo handelen. Ik hou erg van het bedenken van personages. Daar begin ik mee; vanuit de karakters ontwikkelt het verhaal zich onder mijn handen. Eigenlijk loop ik achter mijn personages aan en noteer wat ze beleven.’

Hoe ziet de werkdag eruit?

‘Eerst ontbijt met de krant, dan ga ik lopen, om tienduizend passen te halen. Elke dag. Tijdens het lopen kom ik op ideeën en bedenk ik wat ik ga doen. Rond half 11 begin ik te tikken, tot ik duizend woorden heb. Ik schrijf op aantal woorden. Dat las ik een keer van Herman Koch, die schreef 500 woorden per dag, dat had hij geleerd van een Amerikaan; dan heb je namelijk het idee dat je je werk af hebt. Want als schrijver heb je nooit je werk af. ’s Avonds schrijven vind ik niks, het liefst ben ik rond 4 uur klaar, zodat ik nog wat kan lezen, en aan het eind van de dag drink ik een glas witte wijn.’

U heeft hoorspelen gemaakt, toneel, televisie, film, boeken: wat is de beste manier om een verhaal over te brengen?

‘De meest oprechte manier is denk ik het pamflet. De cri de coeur: je moet iets kwijt. Ik denk dat daarvandaan de journalistiek is ontstaan, en ook de roman. De meest complete manier is een boek; een boek vertelt het grote verhaal. Maar als ik naar het toneel ga, word ik in twee uur emotioneel gegrepen op een manier die met niets anders is te vergelijken. Nu is Netflix dominant, een niet te stoppen ontwikkeling. Maar uiteindelijk kunnen al die vormen prima naast elkaar bestaan. Alles is een overgangsfase.’

Is schrijven voor u wel de prettigste manier?

‘Schrijven is wat ik altijd heb willen doen. Er waren periodes dat ik niet schreef en alleen maar moest managen, en daar werd ik letterlijk ziek van. Maar ik heb een geweldige carrière gehad, alles is mij toegevallen. Het lag op de drempel en ik pakte het op en ging het doen. Dit schrijven is eigenlijk het enige wat ik zelf besloten heb te gaan doen.’

En niemand anders in de grote Römer-familie deed het.

‘Nee. Nou, incidenteel. Mijn ouders waren allebei niet van de bewondering. Ik hoor weleens over moeders die allemaal knipsels over hun kinderen bewaren, nou: dat is mij nooit overkomen. Mijn vader was niet van complimenten, nooit – later merk je dat dat lastig is, dat je zo fucking hard bent gaan werken om te laten zien: maar ik ben godverdomme wél wat – maar hij is degene die ooit een schrijfmachine voor me kocht en die pontificaal op mijn kamer neerzette. Op dat schrijven was hij wel jaloers. Denk ik.’

null Beeld A.W. Bruna
Beeld A.W. Bruna

Peter Römer: Een meesterstuk. A.W. Bruna; 384 pagina’s; € 18,99 (tot 21 april, daarna € 21,99).

Wie is Peter Römer?

Peter Römer (68) begon zijn carrière als acteur voor toneel en televisie en legde zich later toe op scenarioschrijven, onder meer voor de televisieserie Baantjer, waarvan hij ook producent was. Hij was tussen 1990 en 2010 hoofd drama en daarna creative director bij Endemol. Vanaf 2010 legde hij zich toe op het schrijven van spannende boeken, waaronder de Baantjer-boekenreeks. Peter Römer is de zoon van acteur Piet Römer en vader van Thijs en Nienke Römer. Hij is getrouwd met Annet Hock, met wie hij twee thrillers schreef.

Meer over