Authentiek beeld van losbandigheid en misstanden in de DDR

Bräunigs indrukwekkende roman over de eerste jaren van de DDR mocht van de partijbonzen destijds niet verschijnen wegens 'nihilisme' en 'scepticisme'.

Vermalen tussen de molenstenen van het communistische regime in de DDR; dat is wat de Oost-Duitse schrijver Werner Bräunig (1934-1976) in de jaren zestig is overkomen. Zijn grote, sociale roman over de eerste jaren van de DDR en de Bondsrepubliek mocht niet verschijnen, want 'nihilistisch' van inhoud. De auteur werd beschuldigd van 'scepticisme', wat in de DDR een doodzonde was, want de partij verdiende alle vertrouwen. Alleen zij wist wat goed was voor de werkende klasse. Precies dat bestreed Bräunig.

Hij kwam voort uit de arbeidersklasse, had gewerkt in de uraniummijnen van de Wismut en bezat literair talent. Vandaar dat veel werd verwacht van de door hem aangekondigde roman in twee delen over de eerste tien jaren van het gedeelde Duitsland. In 1965 was het eerste deel klaar. Het werd afgewezen door de partijleiding, die het 'socialistisch realisme' propageerde, maar de waarheid niet verdragen kon.

null Beeld © Daniel Bockwoldt/dpa/Corbis
Beeld © Daniel Bockwoldt/dpa/Corbis

Dorpskermis

De partij baseerde haar oordeel op één hoofdstuk, over een dorpskermis, een Rummelplatz, die werd bezocht door jonge mijnwerkers. 'Wismut is een staat in de staat en wodka is er de nationale drank. Achter de kramen bloeit de sluikhandel, de liefde wordt bedreven op omgevallen grafstenen, vergeten bankjes of tegen een boom. Af en toe ontstaat er een vechtpartij, dan stromen ze van alle kanten toe, vormen een kring, vuren de vechtersbazen aan of timmeren er zelf op los.'

Deze losbandigheid paste niet in het beeld dat de partijbonzen voor ogen hadden: helden van de arbeid die stralend de productienormen overtreffen.

Daarbij komen die helden in de roman heus wel voor. Het bijzondere kenmerk van die helden is dat ze bij het verwerven van het partijlidmaatschap hun verstand niet hebben ingeleverd. Misstanden worden benoemd, in de bedrijven, maar ook in de partij, waar deels opportunisten en hielenlikkers de dienst uitmaken. De gevolgen van de oorlog waren nog overal zichtbaar, maar nazi was niemand geweest. 'Iedereen wast zijn handen in onschuld, maar ons wel de wet voorschrijven', zegt een van de jonge hoofdpersonages.

Mijnencomplex

Bräunig brak ook met een taboe. Hij schreef uitvoerig over de Wismut: een groot mijnencomplex in het Ertsgebergte, dat tot 1954 door de Sovjet-Unie werd beheerd. Al het gedolven uraniumerts werd naar de Sovjet-Unie getransporteerd. Het viel onder de herstelbetalingen en was deels bestemd voor de productie van kernwapens. In de DDR mocht over dit alles niet worden gesproken.

Bräunigs visie op de DDR was ietwat tegenstrijdig. Zo eindigt de roman met de opstand van arbeiders op 17 juni 1953 tegen de verhoging van de productienomen. Hier lijkt de schrijver de partijlijn te volgen: geen opstand van ontevreden arbeiders maar van fascisten, geleid vanuit het Westen. Daarbij zag hij heel precies wat er schortte aan de DDR, namelijk de groeiende kloof tussen de idee van het socialisme, te weten 'de bevrijding van de mens' en de 'kleinzielige, beschamende methoden' die daarbij werden toegepast.

Bräunig, gedesillusioneerd, stierf in 1976, 42 jaar oud, 'aan de ziekte alcohol', zoals Christa Wolf later schreef. Maar zijn roman leeft. Rummelplatz verscheen in 2007 in Duitsland en was toen een kleine sensatie. Hierin wordt niet alleen een authentiek beeld geschetst van een verdwenen wereld, maar Bräunig bleek ook een man met diepzinnige gedachten die met veel inlevingsvermogen zijn personages heeft beschreven en hun ontwikkeling gevolgd. Van deze indrukwekkende roman is nu een zeer lezenswaardige vertaling verschenen.

Meer over